Overslaan en naar de inhoud gaan

Filosofie van radiologisch toezicht op het Belgische grondgebied

Filosofie van radiologisch toezicht op het Belgische grondgebied

Wetgevende benaderingen verbreden het begrip radiologisch toezicht van het leefmilieu naar de bescherming van het milieu zelf, naast dat van de mens, en dit met inbegrip van al zijn componenten, waaronder het mariene milieu. Om dit te doen, wijken we af van het begrip dosis - waarmee rekening wordt gehouden bij stralingsbescherming - en vervangen we het door radionuclideconcentratie bepaald door een groot aantal metingen die vele staalnames van verschillende omgevingscomponenten worden uitgevoerd (lucht, oppervlakte- en drinkwater, bodem, fauna, flora en producten van de voedselketen).

Zo wordt het radiologisch toezicht op het Belgische grondgebied op drie complementaire manieren uitgevoerd:

  • een bemonsteringsprogramma dat is gebaseerd op talrijke periodieke monsters van de verschillende voorgenoemde leefmilieucomponenten over het hele grondgebied, en in het bijzonder rond nucleaire sites, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Belgische kust, gevolgd door radioactiviteitsanalyses;
  • een NORM-bemonsteringsprogramma dat ook is gebaseerd op talrijke monsters maar in het bijzonder gericht zijn op bepaalde niet-nucleaire industriële sites, stortplaatsen en bouwmaterialen die allemaal een verhoogde natuurlijke radioactiviteit hebben;
  • Een automatisch TELERAD-netwerk dat continu dosistempo meet op talrijke vaste punten.

Dit toezicht bestrijkt het hele grondgebied en maakt het mogelijk de blootstelling van de bevolking te volgen volgens haar verschillende mogelijke blootstellingsroutes. Figuur 1 legt de blootstellingsroutes uit en laat zien dat natuurlijke en kunstmatige radioactiviteit in het milieu circuleert, van het ene compartiment naar het andere gaat en uiteindelijk de mens bereikt door inademing, ingestie of besmetting door droge of natte afzetting (regen, aerosol, stof). Het is dus kwestie van ervoor te zorgen dat de verschillende activiteiten die op het Belgische grondgebied radioactiviteit genereren de wettelijke limieten van de regelgeving niet overschrijden.

Afhankelijk van de chemische aard, zal deze radioactiviteit meer of minder geconcentreerd zijn in bepaalde compartimenten, zoals bijvoorbeeld in kleisoorten (bestanddelen van bodems, sedimenten) voor de radiocesiums die de beweging van kalium 'volgt' die wordt beschouwd als hun ''chemisch analoog”. Bij dieren hebben radiocesiums de neiging zich te concentreren in spieren (vlees). Radiostrontium volgt calcium – zijn chemisch analoog - en accumuleert in de botstructuren van levende wezens. Figuur 2 illustreert de weg die radioactiviteit kan volgen voor besmetting van de voedselketen en deze van de mens. Radiologische monitoring zal gericht zijn op de monitoring van de belangrijkste routes van mogelijke verontreiniging van het milieu (stroomgebieden en maritieme zone) en die van directe menselijke besmetting (voedselketen).  


Figuur 2. Route van radioactiviteit die uiteindelijk de voedselketen en de mens zal besmetten

Om te voldoen aan zijn primaire missie, het controleren en beschermen van de bevolking en het leefmilieu, heeft het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) zijn toezichtsprogramma van het grondgebied ontwikkeld dat rekening houdt met de Belgische nucleaire sites en die van zijn buurlanden, maar ook met verzoeken en eisen van internationale instellingen en verdragen die België onderschrijft.

Meer info:

 

Laatst aangepast op: 
29/07/2021