Overslaan en naar de inhoud gaan

Veelgestelde vragen

Is ioniserende straling tijdens de zwangerschap schadelijk voor het ongeboren kind ?

Embryo's en foetussen zijn zeer gevoelig voor de gevolgen van ioniserende straling. De grootste risico's zijn aangeboren afwijkingen, miskramen,een aantasting van de hersenfuncties en de inductie van kanker.

Het risico voor het ongeboren kind hangt evenwel af van de stralingsdosis en de fase van de zwangerschap.

Veel schadelijke gevolgen komen slechts voor boven een bepaalde stralingsdosis: er is geen enkel gevaar wanneer de toegediende dosis lager is dan deze drempel.

Sommige effecten kunnen al na zeer lage doses voorkomen, maar het risico dat ze zich bij deze doses voordoen is zo klein dat het als verwaarloosbaar beschouwd kan worden, vergeleken met andere risico's die men in het dagelijks leven loopt.

Bepaalde gevolgen komen enkel voor bij een bestraling op een precies tijdstip tijdens de  zwangerschap.

Men dient zich dus te realiseren dat de blootstelling van een embryo of een foetus aan ioniserende straling niet noodzakelijk en automatisch leidt tot schadelijke gevolgen. Om het risico te kunnen beoordelen, is het van belang te weten aan welke stralingsdosis men op welk ogenblik van de zwangerschap wordt blootgesteld.

Bepaalde radiologische onderzoeken stellen uw ongeboren kind meer bloot aan ioniserende straling dan andere. Dit is het geval bij onderzoeken waarbij de uterus en dus uw ongeboren kind rechtstreeks wordt of kan worden blootgesteld (onderzoek van het abdomen, het bekken, de lumbale wervelkolom, de heup...). Maar ook bij onderzoeken waarbij een aanzienlijke hoeveelheid straling nodig is (CT-scanners), of waarbij een langdurige blootstelling aan straling vereist is (radioscopie). Bij bepaalde nucleair-geneeskundige onderzoeken kan het ongeboren kind tevens aan relatief hoge doses worden blootgesteld.

Om het risico van een prenatale bestraling te kunnen evalueren, is gespecialiseerd advies nodig. Praat erover met uw arts.

Ik ben (mogelijk) zwanger en ik moet een radiologisch (of een nucleair-geneeskundig) onderzoek ondergaan: wat moet ik doen ?

Als u een radiologisch onderzoek moet ondergaan, zonder dat dit vervangen kan worden door een onderzoek dat geen gebruik maakt van ioniserende straling (echografie, MRI,…) en u bent zwanger of zou het kunnen zijn, breng dit dan zelf spontaan ter sprake. Zelfs bij de minste twijfel, indien u helemaal niet zeker bent of tijdens de eerste dagen na een mogelijke bevruchting. Praat hierover met de arts die u het onderzoek voorstelt. Praat erover met de arts die het onderzoek uitvoert (radioloog, nucleair geneeskundige...). Wanneer u hierover met hem/haar niet persoonlijk kan praten, praat er dan over met het personeel (onthaalpersoneel, verpleger/verpleegster, technoloog medische beeldvorming die de foto's neemt...).

In geval van twijfel en indien het onderzoek niet dringend is, zal de arts waarschijnlijk beslissen om het onderzoek uit te stellen of om eerst een zwangerschapstest uit te voeren, vooral als het gaat om een onderzoek waarbij de embryo/foetus zich in het bestralingsveld bevindt.

Wanneer het onderzoek niet kan wachten, is het vaak nog mogelijk om de techniek zodanig aan te passen dat de door het embryo ontvangen dosis aanzienlijk wordt beperkt.

Hetzelfde geldt natuurlijk wanneer u zeker weet dat u zwanger bent. Dit moet u absoluut melden. De arts kan dan beslissen om het onderzoek uit te stellen, of om het te vervangen door een ander onderzoek waarbij geen ioniserende straling wordt gebruikt. En ook hier kan, wanneer het onderzoek absoluut noodzakelijk is en niet kan wachten, de techniek zodanig worden aangepast dat de door het ongeboren kind ontvangen dosis geminimaliseerd wordt.

In werkelijkheid komen bij de gebruikelijke onderzoeken van medische beeldvorming (radiologie – nucleaire geneeskunde), in de meeste gevallen, geen hoge doses vrij en is het risico dus beperkt. De risico’s zijn mogelijks zeer klein vergeleken met de risico's die men in het dagelijks leven loopt.

Ik ben (mogelijk) zwanger en ik heb een radiologisch (of een nucleair-geneeskundig) onderzoek ondergaan: wat moet ik doen ?

Wanneer u denkt zwanger te zijn en u net een radiologisch onderzoek hebt ondergaan, probeer dan meer te weten te komen over uw toestand. Gebruik een zwangerschapstest en praat erover met uw behandelend arts of gynaecoloog.

Indien de zwangerschap wordt bevestigd, dan zal hij/zij contact opnemen met de arts die het onderzoek heeft uitgevoerd. De radioloog of nucleair geneeskundige kan vervolgens een deskundige in de medische stralingsfysica raadplegen om de dosis die door uw ongeboren kind tijdens het onderzoek werd ontvangen, precies te bepalen. Uw behandelend arts of gynaecoloog zal bijgevolg in staat zijn om u te informeren over het risico voor uw kind.

Vergeet zeker niet dat een regelmatige opvolging van uw zwangerschap de beste garantie is om de problemen en risico's te beperken waarmee u en uw toekomstig kind geconfronteerd kunnen worden. Door een onvoldoende opvolging en door onaangepast gedrag tijdens de zwangerschap (alcoholgebruik, roken, slechte voedingsgewoontes …) wordt uw kind vaak aan grotere risico's op complicaties blootgesteld dan door de meeste radiologische procedures die u tijdens uw zwangerschap zou kunnen ondergaan.

Zijn radiotherapiebehandelingen tijdens de zwangerschap gevaarlijk voor mijn ongeboren kind ?

Ja, vooral in het eerste trimester van de zwangerschap. In de radiotherapie zijn de doses steeds hoog, hoewel ze snel afnemen op plaatsen verder verwijderd van de te behandelen plaats. Wanneer een zware behandeling tijdens uw zwangerschap vereist is, moeten alle mogelijke opties worden overwogen en de desbetreffende beslissingen samen met de betrokken artsen worden getroffen.

Zijn de gevolgen van een radiologisch onderzoek voor het ongeboren kind dezelfde in het begin als op het einde van de zwangerschap ?

De risico’s ten gevolge van ioniserende straling verschillen naargelang de fase van de zwangerschap. Bij een beginnende zwangerschap (eerste dagen van de zwangerschap, voor het uitblijven van de maandstonden) bestaat het risico op een spontane abortus wanneer de dosis een bepaalde waarde overschrijdt. Elke onnodige bestraling van een embryo dient dus te worden vermeden tijdens de eerste dagen na de bevruchting (en dus zelfs vóór het uitblijven van de maandstonden, vermits de bevruchting plaatsvindt rond het midden van de menstruatiecyclus van de vrouw). In de praktijk is het belangrijk dat zowel de voorschrijvende artsen van het radiologisch onderzoek als deze die het onderzoek uitvoeren grondig navraag doen. Niet alleen om te weten of u zwanger bent, maar ook of de “mogelijkheid” van een beginnende zwangerschap bestaat. Daarnaast dient u ook zelf spontaan de aandacht te vestigen op het feit dat u (mogelijk) zwanger bent.

Na de eerste dagen van de zwangerschap en gedurende de hele periode van ontwikkeling van de organen (ongeveer de eerste twee maanden van de zwangerschap) bestaat het voornaamste risico op misvormingen. Deze misvormingen kunnen zich bij de geboorte manifesteren of kunnen tot een miskraam leiden. Dankzij dierproeven weten we dat er gelukkig een dosisdrempel bestaat waaronder deze risico’s uitblijven.

Vanaf de derde maand van de zwangerschap bestaat het grootste risico uit een aantasting van de zich ontwikkelende hersenfuncties. Dit kan o.a. aan de basis liggen van een mentale achterstand.

Tenslotte kan een blootstelling van het ongeboren kind aan ioniserende straling tot een verhoogd risico op kanker leiden en dit zowel tijdens de kindertijd als tijdens het volwassen leven. Dit risico neemt toe met de stralingsdosis. In tegenstelling tot eerder vermelde gevolgen, kan deze uitwerking zich voordoen na een bestraling op om het even welk ogenblik van de zwangerschap.

Ik ben verplicht een röntgenfoto te laten nemen tijdens mijn zwangerschap: kan mijn kind beschermd worden ?

Er bestaan technieken om uw ongeboren kind te beschermen. Dit kan gaan van het afschermen van het abdomen met een loden schort tijdens het onderzoek tot het wijzigen van de gebruiksparameters van de toestellen.

Bij bepaalde radiologische onderzoeken die op het einde van de zwangerschap worden voorgesteld (bijvoorbeeld om te bepalen of een keizersnede noodzakelijk is), kan gebruik worden gemaakt van speciale technieken waarvoor minder straling vereist is.