Overslaan en naar de inhoud gaan

Dosimetrie van de beroepshalve blootgestelde personen

Dosimetrie van de beroepshalve blootgestelde personen

De bepalingen inzake dosimetrisch toezicht van beroepshalve blootgestelde personen worden gespecificeerd in artikel 30.6 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001. Dit artikel werd gewijzigd door het KB van 20 juli 2020 tot wijziging van het KB van 20 juli 2001 en betreffende de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2013/59 / EURATOM.

Opmerking: artikel 30.6.2 over het programma voor het individueel dosimetrisch toezicht ingevoerd door het KB van 20 juli 2020 zoals hierboven vermeld, treedt pas in werking op 1 september 2021.

Meer info

Voor dit lid is een uitgestelde inwerkingtreding voorzien om de sector de tijd te geven om zich aan te passen, in het bijzonder met betrekking tot de bepalingen opgenomen in 30.6.2.1 (Externe blootstelling), § 8, betreffende de implementatie van de procedure van de voorafgaande beoordelingen voor de blootstelling van ledematen, huid en lensblootstelling, namelijk:

“Voor het individueel dosimetrisch toezicht van de ooglens, de huid en de extremiteiten moet men de voorschriften naleven van de norm “ISO 15382 (2015) - Radiological protection — Procedures for monitoring na dose to the lens of the eye, the skin and the extremities”, en in het bijzonder:

1° een voorafgaande beoordeling van de dosisniveaus wordt uitgevoerd om na te gaan of drie tienden van de overeenkomstige equivalente dosislimieten overschreden kunnen worden. Wanneer dit niet het geval is, wordt deze beoordeling om de drie jaar of bij elke verandering van techniek of activiteit opnieuw uitgevoerd. Indien bijkomende beschermingsmiddelen ontoereikend zijn om te waarborgen dat drie tienden van de desbetreffende effectieve dosislimiet niet worden overschreden, moet er gezorgd worden voor een routinematig individueel dosimetrisch toezicht;

2° bij het routinematig individueel dosimetrisch toezicht van de ooglens moet de dosimeter zo dicht mogelijk bij het oog gedragen worden en, indien mogelijk, in contact met de huid, achter de beschermingsmiddelen en naar de blootstellingsbron gericht. Indien de dosimeter niet op een optimale plaats wordt gedragen, moet een correctiefactor worden toegepast om de dosis te schatten;

3° Voor het routinematig individueel dosimetrisch toezicht van de extremiteiten dient de dosimeter op de meest blootgestelde plaats worden gedragen. Indien de dosimeter niet op de meest blootgestelde plaats wordt gedragen moet men een correctiefactor bepalen, rekening houdend met de afstand tussen de dosimeter en het meest blootgestelde gedeelte van de huid, en die toepassen om de dosis te schatten.”

De beroepshalve blootgestelde personen - of het nu werknemers, studenten, stagiairs, of zelfstandige artsen zijn - moeten een dosimeter op borsthoogte dragen om de effectieve dosis voor het ganse lichaam te meten.

Wanneer een loodschort wordt gedragen, wordt de dosimeter onder de loodschort gedragen. Wanneer er een risico bestaat dat de jaarlijkse effectieve dosis 6mSv of meer bedraagt, wordt een 2e dosimeter boven de loodschort gedragen om bij de dosisberekening rekening te kunnen houden met de blootstelling van die gedeelten van het lichaam die niet beschermd zijn.

Wanneer er meer specifiek wordt gevreesd dat er een gedeelte van het lichaam bestraald zou kunnen worden, kunnen er een of meerdere specifieke dosimeters worden gedragen (bv: dosimeters voor de handen, vingers, enkels, ooglens, …). Zij zijn verplicht in de gevallen waarin 3/10 van de jaarlijkse dosislimiet voor deze specifieke lichaamsdelen kunnen worden overschreden. In de medische sector wordt er bij voorbeeld voor de technologen in de nucleaire geneeskunde, of de pratici in de interventionele radiologie/cardiologie, op basis van een risico-onderzoek, vaak gepleit voor een dosimetrie van de handen.

De laatste groep is tevens kritiek voor de blootstelling ter hoogte van de ooglens. De recente verlaging van de dosislimiet voor de ooglens van 150 mSv naar 20 mSv per jaar zal zeer waarschijnlijk ertoe leiden dat er meer werknemers gericht of routinematig opgevolgd zullen worden voor de blootstelling van de ooglens. Een interessante referentie in dit verband is de Exdos-studie die in 2010 die zich had toegespitst op de Belgische situatie m.b.t. de blootstelling van de ooglens en de ledematen bij verschillende medische toepassingen.

De dienst erkende deskundige voor de fysische controle en de erkende arbeidsarts moeten worden geraadpleegd bij de keuze van een dosimetrie en een dosimetrisch toezichtsprogramma, aangepast aan een specifieke werkplaats.

Wanneer er tussen een exploitant en een externe onderneming (contracterende firma) werd vastgelegd dat het dosimetrisch toezicht op de werknemers van deze firma door deze laatste wordt verricht, dan moet de exploitant er zich via zijn deskundige in de fysische controle van vergewissen dat dit toezicht minstens equivalent is met dat van zijn eigen werknemers (cfr afdeling over de Bescherming van de externe werkers). 

De deskundige erkend voor fysische controle en de erkende arbeidsarts zijn wettelijk gezien samen verantwoordelijk voor de bepaling van de doses van de blootgestelde personen. De dienst voor fysische controle maakt voor de exploitant een boekhouding op van de doses van de personeelsleden op basis van de gegevens van de dosimetrische dienst en deelt deze geregeld mee aan de erkende arts die hier nauwlettend toezicht op houdt vanuit gezondheidsoogpunt.

De exploitant is verantwoordelijk voor de overdracht van de beroepshalve doses naar het centrale blootstellingsregister. Deze opdrachten vinden plaats onder toezicht van de erkende deskundige voor de fysische controle. 

De exploitant zorgt ervoor dat elke beroepshalve blootgestelde persoon toegang heeft tot zijn individuele dosimetrische toezichtsresultaten. Op de website van het Agentschap staat de lijst met erkende dosimetrische diensten voor de uitvoering van de externe dosimetrie en de lijst met de dosimetriesystemen die in hun erkenning worden opgenomen.

 

Laatst aangepast op: 
23/03/2021