Overslaan en naar de inhoud gaan
FANC - Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle Druk de huidige pagina af

Samen beschermen

Medische toepassingen van ioniserende straling

Ioniserende straling speelt een belangrijke rol in de geneeskunde voor mens en dier, evenals in de tandheelkunde. In medische specialismen zoals radiologie, nucleaire geneeskunde of radiotherapie wordt veelvuldig gebruik gemaakt van ioniserende straling.

Om deze toepassingen te gebruiken, dient men natuurlijk de nodige stralingsbeschermingsprincipes in acht te nemen.

Wettelijk kader

De geneeskundige toepassingen van ioniserende straling worden gereglementeerd bij Hoofdstuk VI van het Algemeen Reglement op de Bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van Ioniserende Stralingen (ARBIS).

Dit reglementair kader omschrijft  het begrip "geneeskundige toepassingen" (artikel 50.2.), de rechtvaardigingsprincipes (artikel 51.1)  en het streven naar optimalisatie in het gebruik van ioniserende straling voor medische toepassingen (artikel. 51.2). Het omvat ook bepalingen in verband met de gebruikte toestellen (artikel 51.6, artikels 54.1 t.e.m 54.7), de inrichtingen en de lokalen (artikel 52, artikel 54.2, artikel 54.8.1).

De inrichtingen waarin medische stralingstoepassingen plaatsvinden, zijn uiteraard onderworpen aan de algemene bepalingen inzake vergunde inrichtingen. Inrichtingen waarin radiotherapeutische of nucleair-geneeskundige toepassingen plaatsvinden, behoren tot klasse II, waarvan het vergunningsstelsel wordt bepaald bij artikel 7. Indien er enkel gebruik wordt gemaakt van radiologie, dan behoort de inrichting tot klasse III en kan naar artikel 8 verwezen worden.

Veel aandacht gaat ook uit naar de gebruikers (zij die betrokken zijn bij de radiologische toepassingen voor medische doeleinden), waarbij het gaat om artsen, tandartsen, dierenartsen, apothekers-biologen en houders van een licentiaat of master in de scheikunde. Zij dienen allemaal houder te zijn van een door het Agentschap uitgereikte vergunning, die is aangepast aan het soort stralingstoepassingen waarvan zij gebruik wensen te maken (artikel 53). De eisen waaraan deze gebruikers moeten voldoen om vergund te kunnen worden staan in verhouding tot de stralingsrisico's die voortvloeien of kunnen voortvloeien uit de handelingen die zij stellen. Ook de "helpende" professionals of zgn. “helpers” (verpleegkundigen, technici in de medische beeldvorming, laboranten) moeten kunnen aantonen dat ze een uitgebreide opleiding in de stralingsbescherming hebben doorlopen (artikel 53.2, artikel 81.6, vierde lid).