Overslaan en naar de inhoud gaan

Voorstel tot wijziging van de artikelen 3.1.c) en 3.1.d) van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdend algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen

Voorstel tot wijziging van de artikelen 3.1.c) en 3.1.d) van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdend algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen

Met dit voorstel van wijziging van het ARBIS wenst het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) te verduidelijken welke handelingen tot de klasse IV behoren en dus vrijgesteld zijn van vergunning, ook wanneer deze worden uitgevoerd binnen inrichtingen van klasse I, II of III.

Het ARBIS is van toepassing op:

- de productie, de bewerking, de hantering, het gebruik, het voorhanden hebben, het opslaan, het vervoer [...], het te koop aanbieden, de verkoop, de overdracht tegen vergoeding of gratis, [...] – of het nu, voor elk van deze praktijken, voor commerciële, industriële, wetenschappelijke, medische of andere doelstellingen is –, de verwijdering en de recyclage van radioactieve stoffen of van toestellen of installaties die er bevatten;

- het gebruik en het in bezit houden, voor industriële, wetenschappelijke, medische of andere doeleinden, het te koop aanbieden, de verkoop en de overdracht tegen vergoeding of gratis van toestellen of elektrische installaties die ioniserende stralingen kunnen voortbrengen en waarvan de elementen werken met een potentiaalverschil dat hoger is dan 5 kV.

Het ARBIS voorziet de mogelijkheid – om rekening houdend met het beperkt risico op en de omvang van de blootstelling – bepaalde handelingen als klasse IV te beschouwen en dus vrij te stellen van vergunning en fysische controle.

  • De artikelen 3.1.d)2 en 3.1.d)4 van het ARBIS voorzien momenteel de mogelijkheid voor het FANC om bepaalde types toestellen goed te keuren volgens bepaalde regels, procedures en goedkeuringscriteria die in het Belgisch Staatsblad zijn gepubliceerd. Het FANC heeft echter niet de intentie om deze aanpak als dusdanig in de praktijk toe te passen en stelt voor deze artikelen te schrappen.
     
  • Positronenemissietomografie (PET) is een beeldvormende techniek waarbij een radioactieve stof aan een patiënt of dier wordt toegediend. Bepaalde types van PET-scanners zijn uitgerust met LYSO scintillatiekristallen. De grondstof van deze kristallen is Lutetium-oxide dat op zijn beurt natuurlijk Lu-176 bevat. In kader van de omzetting van de de Europese richtlijn 2013/59/EURATOM BSS, werd de reglementering uitgebreid met vrijstellingsniveaus voor een aantal nieuwe radionucliden waaronder Lu-176. Er wordt voorzien dat deze toestellen verder vrijgesteld van vergunning en fysische controle kunnen blijven voor zover deze aan alle onderstaande voorwaarden voldoen:
    • de aanwezigheid van de radioactieve stoffen is het gevolg van het gebruik van materialen voor de detectie van ioniserende stralingen die natuurlijke radionucliden bevatten ;
    • de hoeveelheden van de radionucliden per toestel overschrijden in hun totaliteit of per eenheid van massa de vrijstellingsniveaus vastgelegd in bijlage IA niet ;
    • de structuur van het toestel verhindert dat er, bij normaal gebruik, enige verspreiding van radioactieve stoffen in de omgeving kan zijn.
  • Bovendien wenst het FANC te verduidelijken dat elk toestel dat werkt met een potentiaalverschil dat kleiner is of gelijk aan 30 kV als klasse IV kan ingedeeld worden, op voorwaarde dat:
    • het toestel is volledig afgeschermd en de stralingsbundel is bij normaal gebruik, onderhoud van het toestel inbegrepen, niet toegankelijk waardoor er zich op geen enkel moment een lichaamsdeel in de stralingsbundel kan bevinden;
    • de afmetingen van het toestel zijn zodanig zijn dat er zich geen persoon binnen in  het toestel kan bevinden;
    • bij normaal gebruik veroorzaakt het toestel op geen enkel punt op 0,1 m van de bereikbare buitenzijde ervan een dosistempo dat groter is dan 1 microsievert per uur

Momenteel zijn er meerdere elektrische toestellen met een topspanning kleiner dan of gelijk aan 30 kV opgenomen in een exploitatievergunning. Op basis van de beschikbare gegevens, gaat het ofwel over niet volledig afgeschermde toestellen ofwel over toestellen die zich in een inrichting van klasse I, II of III bevinden.

De exploitanten die momenteel in het bezit zouden zijn van een oprichtings- en exploitatievergunning die , na inwerkingtreding van het gewijzigde artikel 3.1.d), niet meer verplicht zou zijn,  zullen door het FANC gecontacteerd worden. Na een analyse kan de exploitatievergunning op initiatief van het FANC opgeheven worden. 

  • Onder het artikel  3.1.d) wordt een centralisatie van alle niet-vergunningsplichtige handelingen beoogd. Bijgevolg wordt voorgesteld om de bepalingen, momenteel vermeld onder art. 3.2 van het ARBIS, ook in  art. 3.1.d) op te nemen.
  • Tenslotte zou art. 3.1.c)2 gewijzigd worden om dezelfde terminologie te gebruiken als deze in het toepassingsgebied van het ARBIS.           

Hier kan u het voorstel van wijziging vinden.

Alvorens de officiële  adviezen in te winnen, willen wij alle betrokkenen informeren en de kans geven feedback te geven over dit voorstel van wijziging van het ARBIS.

Voor reacties of bijkomende inlichtingen, kan u contact opnemen met mevr. Katleen De Wilde (katleen.dewilde@fanc.fgov.be – 02/289 20 39).

Gelieve uw eventuele opmerkingen voor 30 november 2020 via het document “feedback” over te maken aan mevr. Katleen De Wilde.

 

Laatst aangepast op: 
21/09/2020