Overslaan en naar de inhoud gaan

Belangrijke studie over het gebruik van ioniserende straling voor medische doeleinden

Belangrijke studie over het gebruik van ioniserende straling voor medische doeleinden

De resultaten gepubliceerd van een grootschalige Australische studie zijn in het British Medical Journal gepubliceerd. Deze studie onderzoekt het voorkomen van kanker bij mensen die in hun kindertijd een of meerdere CT-onderzoeken ondergingen en maakt de vergelijking met personen die niet aan zulke onderzoeken onderworpen werden. Uit de resultaten blijkt dat bij de eerste groep per 1000 individuen 0,8 meer kankergevallen voorkomen dan bij mensen die in hun jeugd geen CT-onderzoeken ondergingen. Deze vaststellingen moeten dan ook aanleiding geven tot een grotere voorzichtigheid bij het gebruik van ioniserende straling voor medische doeleinden.

Op 22 mei 2013 heeft het British Medical Journal een artikel gepubliceerd dat het risico op de ontwikkeling van kanker evalueert bij een populatie van  680 211 kinderen en adolescenten tussen de leeftijd van 0 en 19 jaar die tussen 1 januari 1985 en 31 december 2005 een of meerdere CT-scans ondergingen. Deze 680 211 kinderen en adolescenten maken deel uit van de 10,9 miljoen individuen die geregistreerd staan in het Australische ziekteverzekeringssysteem.

In deze onderzoekspopulatie van 10,9 miljoen individuen werden gedurende deze observatieperiode in totaal 60 674 gevallen van kanker (alle types door elkaar) geregistreerd. Van de getroffen personen stonden er 3150 geregistreerd als patiënten die in hun kindertijd of adolescentie één of meerdere CT-scans ondergaan hadden. De gemiddelde duur van de opvolging van deze individuen na blootstelling aan ioniserende straling bedroeg 9,5 jaar.

Indien men het voorkomen van kanker bij de blootgestelde groep (die minstens één CT-scan ondergaan had) vergelijkt met de situatie bij de groep die niet blootgesteld werd, constateert men al na één enkele scan een verhoging met 24% van het risico op kanker. Men heeft een dosis-gevolgrelatie aan het licht kunnen brengen die aantoont dat elke bijkomende CT-scan het risico op kanker doet groeien met ongeveer 16%. Dit oorzakelijke verband wordt nog waarschijnlijker door het feit dat er een duidelijke correlatie bestaat tussen de plaats van ontstaan van de kanker en de zone van het lichaam die blootgesteld werd aan ioniserende straling. Hoe jonger het individu op het ogenblik van de scan, hoe groter bovendien de verhoging van het risico.

In absolute waarden werd de verhoging van het aantal kankergevallen (van alle types) geschat op 608 bij de bestudeerde  blootgestelde bevolking (N = 680 211), dus minder dan één op duizend blootgesteld personen. De gemiddelde stralingsdosis toegediend bij deze CT-scans wordt geschat op 4,5 mSv, wat van dezelfde grootteorde is als de stralingsdosis opgelopen door de gemiddelde Belg gedurende een heel jaar (medische toepassingen + natuurlijke achtergrondstraling).

Deze grootschalige epidemiologische studie is prospectief en werd uitgevoerd op een grote groep individuen gedurende een lange observatieperiode. De gebruikte methodologie is uitstekend, wat de geloofwaardigheid van de resultaten ondersteunt. Uiteraard kan men zich de komende jaren nog verwachten aan het verschijnen van bijkomende kankergevallen.

Het FANC heeft contact opgenomen met de andere bevoegde overheden (FOD Volksgezondheid, Belgian Medical Imaging Platform, RIZIV) om de resultaten van deze studie te kunnen extrapoleren naar de Belgische bevolking. De impact van deze studie is aanzienlijk, temeer omdat België een grootverbruiker is op het vlak van CT-scans.

Het FANC wil de toegevoegde waarde van CT-scans (of andere beeldvormingstechnieken die gebruik maken van X-stralen) voor het stellen van een diagnose niet in twijfel trekken. Wel wil het de aandacht van artsen en patiënten nogmaals vestigen op het feit dat CT-onderzoeken gerechtvaardigd moeten zijn, en dat er op dat vlak nog inspanningen te leveren zijn. Daarbij mag het feit dat de fabrikanten steeds performantere toestellen ontwikkelen, die kleinere stralingsdosissen vereisen dan vroeger, op zich nog geen reden vormen om zich niet bezig te houden met een verdere optimalisering.

Daar dient nog aan toegevoegd dat het FANC het gebruik van CT-scans en de bijbehorende dosissen van zeer nabij opvolgt. Recent werd de tweede iteratie van de dosimetrische studie afgesloten, waarvan de resultaten een vermindering van de gemiddelde dosissen lieten zien ten opzichte van de eerste iteratie. Overigens heeft het FANC ook de PREDOS-studie gefinancierd, die eveneens de noodzaak heeft aangetoond van een bijzondere en voortgezette aandacht voor optimalisering bij pediatrische onderzoeken.

Deze studie benadrukt nog maar eens de relevantie van de boodschap van de campagne die opgezet werd door de FOD Volksgezondheid : “Medische beelden zijn geen vakantiekiekjes”.