Overslaan en naar de inhoud gaan

Opleiding

Opleiding

Basisopleiding

In het kader van het gebruik van röntgenapparatuur voor diagnostische doeleinden in de diergeneeskunde dient een dierenarts, overeenkomstig artikel 53.3.7 van het ARBIS, een opleiding van universitair niveau genoten te hebben welke minstens 40 uur omvat, waarvan 20 uren praktijk, en hierover met succes een kenniscontrole te hebben ondergaan.

Permanente vorming

Met toepassing van artikel 53.1 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 zijn dierenartsen vergund voor het gebruik van röntgenstraling voor diagnostische doeleinden, ertoe gehouden hun kennis en bekwaamheid op het gebied van de stralingsbescherming op peil te houden en te vervolmaken, in het kader van een permanente vorming op universitair niveau.

Deze permanente vorming heeft betrekking op de aspecten van stralingsbescherming gerelateerd aan de toepassingen waarvoor men vergund is.

In het ARBIS wordt deze permanente vorming momenteel niet nader gespecificeerd (aantal uren, onderwerpen enz.).

Het Agentschap hanteert dan ook een pragmatische aanpak. Om vergund te blijven voor het gebruik van röntgentoepassingen voor diagnostische doeleinden binnen de diergeneeskunde dient een dierenarts 2 uur permanente vorming per 10 jaar te volgen.

Meer weten :