Overslaan en naar de inhoud gaan

Fysische controle van de inrichtingen van klasse II en III

Fysische controle wordt als volgt gedefinieerd : 

het geheel van maatregelen, uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder, met als doel te verifiëren dat de bevolking, de werknemers en het leefmilieu op afdoende wijze worden beschermd tegen het gevaar van ioniserende stralingen en dat de veiligheidsrisico’s op afdoende wijze worden beheerst, met uitzondering van :

  • de maatregelen betreffende het gezondheidstoezicht op beroepshalve aan ioniserende straling blootgestelde personen ;
  • de maatregelen betreffende het toezicht op de medische blootstelling van personen ;
  • de fysieke beveiligingsmaatregelen ;
  • de beveiligingsmaatregelen voor radioactieve stoffen.”

Elke exploitant moet een interne dienst voor fysische controle oprichten en deze dienst uitrusten met de nodige middelen opdat deze zijn opdracht doeltreffend kan uitvoeren. De goede werking van deze dienst valt volledig onder de verantwoordelijkheid van de exploitant.

De wijze waarop deze dienst is georganiseerd moet voldoen aan de bepalingen vermeld in artikel 23.1.3.1 van het ARBIS.

Daarnaast is het, in bepaalde gevallen, mogelijk om gemeenschappelijke diensten voor fysische controle op te richten tussen meerdere exploitanten en dit in dezelfde geest als de gemeenschappelijke interne diensten voor preventie en bescherming op het werk. De oprichting van een dergelijke dienst is onderworpen aan de mininale voorwaarden zoals vermeld in artikel 23.1.1. van het ARBIS en een voorafgaande goedkeuring van het FANC dat de verschillende situaties geval per geval zal onderzoeken.

De opdrachten en taken van deze dienst voor fysische controle worden opgelijst in artikel 23.5 van het ARBIS en worden onderverdeeld in 2 types:

  1. De frequentie en systematische stralingsbeschermingstaken op de werkvloer. Deze taken worden opgedragen aan de agent voor de stralingsbescherming. Hiervoor is een regelmatige aanwezigheid in de installaties vereist. De taken zelf worden uitgevoerd volgens de procedures die door een deskundige erkend in de fysische controle worden goedgekeurd. De agenten in de stralingsbescherming moeten hiervoor een passende vorming gevolgd hebben. De vereisten met betrekking tot de vorming van de agenten voor de stralingsbescherming zijn opgenomen in het technisch reglement.
     
  2. De verdergaande en/of meer gespecialiseerde analyses inzake stralingsbescherming en nucleaire veiligheid. Hiervoor is een meer doorgedreven kennis vereist en deze taken worden dan ook toegewezen aan een deskundige erkend in de fysische controle. Om deze taken voldoende te kunnen uitvoeren, is er een regelmatig en periodiek bezoek vereist van de deskundige aan de inrichting. De minimale frequentie is in artikel 23.1.5 b) van het ARBIS bepaald.