Manier van opslag
Radioactieve afvalstoffen moeten afzonderlijk en individueel genummerd worden bewaard (bijvoorbeeld in een plastic zak), in een daartoe bestemd recipiënt dat duidelijk voorzien is van het symbool voor radioactiviteit.
Het recipiënt wordt geplaatst in een afgesloten opslagruimte, dat bescherming biedt tegen alle weersomstandigheden en diefstal of verlies voorkomt.
In de opslagruimte moet een duidelijke scheiding worden aangebracht tussen kortlevend en langlevend afval, zodat verwarring of vermenging wordt voorkomen.
Beperking van het dosistempo in de opslagruimte
- Het dosistempo moet beperkt worden tot 1µSv/h aan de buitenwand van het opslaglokaal (0,5µSV/h indien het permanent bezette werkplaats betreft). Het dosistempo binnen het lokaal mag 100µSv/h (gemeten ter hoogte van de borst) niet overschrijden
- Indien deze waarden overschreden worden, dient een versnelde ophaling via NIRAS georganiseerd te worden.
Inventaris
Een inventaris van de radioactieve stoffen die tijdelijk bij de weesbrongevoelige inrichting worden opgeslaan, moet bijgehouden worden.