Overslaan en naar de inhoud gaan

Zevende vergadering van het gezamenlijk verdrag

Zevende vergadering van het gezamenlijk verdrag

De zevende plenaire vergadering van de verdragsluitende partijen bij het Gezamenlijk Verdrag (GV) inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval werd van 27 juni tot 8 juli 2022 op de zetel van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) te Wenen gehouden.

Met deze vergadering van de 88 verdragsluitende partijen wordt de 7e onderzoekscyclus van het Gezamenlijk Verdrag afgesloten. Het Belgisch nationaal verslag werd in oktober 2020 bij het IAEA ingediend. Na de bespreking van dit verslag door de andere verdragsluitende partijen bij het Gezamenlijk Verdrag werden een aantal schriftelijke vragen gesteld. Het FANC coördineerde het antwoordproces en heeft de antwoorden in maart 2022 aan het IAEA overgemaakt.

In de eerste week van de plenaire vergadering van de verdragsluitende partijen heeft de Belgische delegatie, bestaande uit deskundigen van het FANC, Bel V en NIRAS, een uiteenzetting gegeven over de Belgische situatie m.b.t. de veiligheid van het beheer van radioactief afval en van het beheer van bestraalde splijtstof, alsook over de ontwikkelingen in de afgelopen vier jaar. Na deze presentatie heeft de delegatie geantwoord op de mondelinge vragen die werden gesteld door de 15 verdragsluitende partijen die de Belgische presentatie hadden bijgewoond.

De onderzoeksgroep heeft een verslag over de Belgische situatie uitgewerkt. Er werd nadrukkelijk gewezen op de kwaliteit van het Belgisch programma voor de veiligheid van het beheer van radioactief afval en bestraalde splijtstof. Met name de Overeenkomst betreffende het beheer en de definitieve berging van het radioactief afval van het Groothertogdom Luxemburg op het grondgebied van het Koninkrijk België werd aangewezen als een "goede praktijk", in die zin dat het een land met een beperkte hoeveelheid radioactieve afvalstoffen de mogelijkheid biedt om te genieten van bepaalde significante voordelen waarover landen met een grotere nucleaire industrie of nucleair park gewoonlijk beschikken. Dit biedt het eerste land een robuuste langetermijnoplossing voor het beheer en de opslag van al zijn afval, met een marginale impact op het programma van het land dat het afval opneemt.

Volgens dit verslag werd er op de volgende domeinen goed gescoord:

  • De inspanningen om het regelgevingskader te verbeteren, met name deze die erop gericht zijn het ontstaan van passiva te voorkomen, alsook de aanzienlijke vorderingen op het gebied van de veiligheid van het beheer van radioactief afval en bestraalde splijtstof, zoals de omzetting van de WENRA-normen.
  • De verduidelijking en verbetering van de interacties tussen het FANC en NIRAS, met name wat de gezamenlijke inspecties betreft en de rol van het FANC bij de opstelling, door NIRAS, van acceptatiecriteria voor afval.
  • De significante vooruitgang m.b.t. de nakende goedkeuring van een nationaal beleid voor het langetermijnbeheer van hoogactief of langlevend afval, alsook voor bepaalde historische radiumhoudende afvalstoffen. De verdragsluitende partijen waren ingenomen met de inspanningen die werden geleverd om tot een participatief, stapsgewijs en omkeerbaar besluitvormingsproces te komen.
  • De ontwikkeling van een robuust nucleair en radiologisch noodplan, rekening houdend met de ervaringsfeedback, internationale aanbevelingen en het advies van verschillende stakeholders.

Diverse uitdagingen en toekomstige grootschalige projecten, die reeds als zodanig in de Belgische presentatie werden geïdentificeerd, werden door de vakgenoten gesteund:

  • De voltooiing van de bouw en inbedrijfstelling van nieuwe installaties voor het beheer van radioactief afval bij Belgoprocess (Dessel);
  • De voorbereiding van de buitenbedrijfstelling van kernreactoren en andere installaties;
  • De keuze m.b.t. de bestemming van de verschillende soorten bestraalde splijtstof (opwerking of directe opslag);
  • De goedkeuring en implementatie van een nationaal beleid voor het langetermijnbeheer van hoogactief of langlevend afval, met inbegrip van de bepaling van een gefaseerd, omkeerbaar en participatief besluitvormingsproces;
  • De ontwikkeling van een O&O-programma gebaseerd op scheiding en transmutatie;
  • De sanering van met radium besmette sites te Umicore (Olen);
  • De uitvoering van de IRRS-missies (IAEA-gecoördineerde peer review van het regelgevingskader) en ARTEMIS-missies (IAEA-gecoördineerde peer review van het beheer van radioactief afval) in 2023;
  • De implementatie van een programma voor het langetermijnbeheer van niet-conform afval.

De tweede week van de plenaire vergadering werd gewijd aan de bespreking en bundeling van de belangrijke punten die tijdens het onderzoeksproces geïdentificeerd werden en die tot het eindverslag van de vergadering hebben geleid. Uit het peer review-proces zijn enkele gemeenschappelijke thema's naar voren gekomen, die in de volgende onderzoekscyclus verder zullen worden uitgewerkt:

  • Het behoud van de competenties en het personeel t.a.v. de timing van de programma's voor het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval;
  • Een open inspraak van het publiek in de programma's voor het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval;
  • Het beheer van de veroudering van de installaties gelinkt aan het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval, alsook van de colli die ze bevatten, inclusief in periodes van verlengde opslag;
  • Het langetermijnbeheer van afgedankte ingekapselde bronnen, met inbegrip van de mutualisering van beheersoplossingen op regionale of multinationale schaal.

België heeft dus voldaan aan zijn verplichtingen voor de 7e onderzoekscyclus. De achtste toetsingsvergadering is gepland voor 17-28 maart 2025.

Meer informatie: IAEA News

 

 

Laatst aangepast op: 
16/09/2022