Overslaan en naar de inhoud gaan

Situatie in Oekraïne

Situatie in Oekraïne

Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) zal u via deze regelmatig bijgewerkte webpagina op de hoogte houden van het conflict in Oekraïne en de gevolgen hiervan op het vlak van veiligheid en beveiliging van de nucleaire installaties. Indien u vragen hebt over het conflict in Oekraïne die geen betrekking hebben op het nucleaire of radiologische aspect, aarzel dan niet om volgende website te raadplegen: www.info-ukraine.be.  

Huidige radiologische situatie

Voor Oekraïne:

Tot nu toe zijn de stralingsniveaus op alle nucleaire sites in Oekraïne binnen de normale grenzen gebleven en zijn er geen nucleaire of radiologische incidenten gemeld. Deze analyse heeft betrekking op alle nucleaire sites, dus ook de sites die tijdens de gevechten beschadigd of getroffen werden, zoals de kerncentrale van Zaporizja, het nucleair instituut in Kharkiv en de opslagplaats voor radioactief afval in de buurt van Kiev.

Voor België:

Wat België betreft, werd door de Telerad-meetstations van het FANC geen abnormale stijging van de stralingsniveaus gemeten. Voorlopig hebben de gebeurtenissen in Oekraïne dus geen impact gehad op de Belgische bevolking en het leefmilieu, en hoeven er geen specifieke maatregelen te worden genomen met betrekking tot België. 

Raadpleging van radiologische metingen

In België wordt radioactiviteit continu gemeten via de 254 Telerad-meetstations van het FANC. Die zijn verspreid over ons ganse grondgebied. De gegevens kunnen in real time worden geraadpleegd via www.telerad.be.  

De Europese Unie beschikt ook over een netwerk voor de uitwisseling van radiologische meetgegevens tussen een aantal deelnemende landen, waaronder ook België. Dit netwerk kan in real time worden geraadpleegd via https://remap.jrc.ec.europa.eu/Simple.aspx.

Oekraïne: stand van zaken

1. Kerncentrales

Oekraïne beschikt momenteel over vijftien kernreactoren in uitbating, verspreid over vier verschillende locaties - Rivne, Khmelnytskyy, Zuid-Oekraïne en Zaporizja (onder Russische controle). Het grootste risico in termen van radioactieve lozingen betreft die reactoren in uitbating en de splijtstofdokken. Indien die kerncentrales ernstige schade zouden oplopen, zouden de stralingseffecten België niet kunnen bereiken.

Nucleaire installaties in Oekraïne                                                                                                ©IRSN

De huidige Oekraïense kerncentrales zijn watergekoeld. Dat betekent dat een ongeval zoals in 1986 in Tsjernobyl plaatsvond, onmogelijk is, aangezien de reactor van Tsjernobyl toen grafiet als moderator gebruikte. Door het verbranden van het grafiet tijdens het ongeluk kwamen radioactieve stoffen in de lucht terecht, die zich vervolgens via de verschillende luchtstromen over een zeer groot gebied verspreidden.

Kerncentrales zijn robuuste gebouwen die tests hebben doorstaan tegen extreme natuurverschijnselen. De veelvuldige veiligheidssystemen van kerncentrales zijn in staat de veiligheidsfuncties te garanderen, zelfs als een deel van de centrale beschadigd zou worden.

Een kerncentrale kan op een indirecte manier wel de gevolgen van een conflict ondervinden. Bijvoorbeeld als gevolg van stroomuitval, slecht onderhoud of gebrek aan personeel. Bij een mogelijke uitval van het elektriciteitsnet in Oekraïne beschikken de reactoren over noodgeneratoren waarmee ze gedurende een bepaalde periode in een veilige toestand kunnen blijven. Die back-upsystemen werden versterkt na het incident in Fukushima Daiichi.

Kerncentrale van Tsjernobyl

De kerncentrale van Tsjernobyl bevindt zich in het noordelijke deel van Oekraïne. Eén van de vier reactoren van de centrale werd bij het ongeluk in 1986 vernietigd. Een sarcofaag werd over de vernielde reactor geplaatst. De andere drie reactoren werden in 2000 definitief stopgezet en de splijtstof werd uit de reactoren verwijderd. In de regio van Tsjernobyl bevinden zich ook opslagplaatsen voor verbruikte splijtstof en ander nucleair afval.

Op 27 februari meldde de Oekraïense regulator (SNRIU) aan het IAEA dat het hogere stralingsniveaus op de site van Tsjernobyl had waargenomen. Dit was waarschijnlijk het gevolg van zwaar militair materiaal dat over besmette delen van de site vervoerd werd. Het SNRIU heeft zijn meetresultaten vervolgens aan het IAEA overhandigd. Het IAEA schaalde de meetresultaten uiteindelijk laag in en oordeelde dat deze overeenstemden met de achtergrondniveaus uit de omgeving.

Op 9 maart meldde de nucleaire regulator in Oekraïne (SNRIU) dat de stroomvoorziening op de site van Tsjernobyl was weggevallen. De noodgeneratoren, aanwezig op de site, kunnen de stroombevoorrading van de kritische veiligheidssystemen overnemen en kunnen hiervoor instaan gedurende 48u. Uit de stresstest uitgevoerd op de installaties na het incident in Fukushima, blijkt dat er bijkomende maatregelen zijn getroffen om, in dergelijke situaties, de veiligheid te blijven garanderen. Mocht de stroombevoorrading niet kunnen worden heropgestart, zullen de splijtstofdokken slechts in beperkte mate opwarmen. Dat betekent dat de kans op eventueel risico van radioactieve uitstoot uiterst beperkt is. Op 14 maart verklaarde de Oekraïense regulator dat de centrale weer op het net was aangesloten nadat technici de stroomvoorziening hadden hersteld.

Op 31 maart informeerde de Oekraïense regulator (SNRIU) het IAEA dat het merendeel van de Russische troepen zich hadden teruggetrokken van de site van Tsjernobyl en de controle opnieuw hebben overgelaten aan het Oekraïnse personeel.  Van 24 februari tot eind maart bevond de site zich onder Russische controle.

Kerncentrale van Zaporizja

De kerncentrale van Zaporizja heeft 6 reactoren en bevindt zich in zuiden van het land. De centrale wordt sinds 4 maart gecontroleerd door Russische troepen, maar wordt nog steeds uitgebaat door Oekraïens personeel van Energoatom, de exploitant van de centrale. Sinds de bezetting door de Russische troepen vinden er regelmatig bombardementen plaats op de site van de centrale.

De Oekraïense nucleaire regulator (SNRIU) verklaarde op 4 maart 2022 dat rond 1 uur 's nachts gevechten waren uitgebroken op de site. Als gevolg daarvan brak er brand uit in een bijgebouw op de site van de centrale. De hulpdiensten konden de brand blussen. Die heeft geen impact gehad op de veiligheid van de installaties. Er is geen verandering gemeld in de stralingsniveaus ter hoogte van de centrale.

Sinds begin augustus zijn de gevechten rondom en op de nucleaire site heviger geworden. Op 6 augustus heeft de directeur-generaal van het IAEA, Rafael Grossi, nogmaals zijn bezorgdheid geuit over de situatie in Zaporizja. Volgens het IAEA worden alle '7 pijlers' geschonden. Meer informatie over deze pijlers kunt u hieronder terugvinden. Volgens de geringe informatie waarover het IAEA beschikt is de situatie op vlak van nucleaire veiligheid en beveiliging stabiel, zonder onmiddellijk gevaar voor de veiligheid. Op 10 augustus heeft een technische werkgroep van de WENRA een analyse gepubliceerd waarin de conclusies van het IAEA worden bevestigd: de beschietingen van 5 en 6 augustus in Zaporizja hebben "geen directe schade toegebracht aan de reactoren en de verbruikte splijtstof die op de site opgeslagen wordt. De exploitant heeft ter plaatse geen radioactieve uitstoot opgemeten."

Naar aanleiding van een aantal hevige bombardementen verloor de kerncentrale op 25 augustus tijdelijk de verbinding met het elektriciteitsnet en werden de twee overblijvende reactoren die nog operationeel waren, stilgelegd. De kerncentrale bleef wel verbonden met een nabijgelegen thermische centrale voor haar elektriciteitsvoorziening. Ook de noodgeneratoren bleven operationeel en konden indien nodig in werking treden. Kerncentrales produceren energie maar hebben zelf ook een constante elektriciteitsvoorziening nodig, onder meer om de koel- en de veiligheidssystemen te voeden. 

Ondanks de precaire situatie door de aanhoudende bombardementen, heeft er momenteel  geen enkele radioactieve uitstoot plaatsgevonden op de site. Er is geen toename van de radioactiviteit vastgesteld door de meetnetwerken in de buurt van de centrale. Het site-personeel heeft telkens ingegrepen om de situatie, in de mate van het mogelijke, te herstellen. Omdat de externe stroomtoevoer als gevolg van de bombardementen regelmatig wegvalt, werden alle 6 reactoren van de centrale op 12 september in cold shutdown geplaatst. De centrale blijft echter stroom nodig hebben om essentiële veiligheidsfuncties te kunnen garanderen.

In het weekend van 19 en 20 november veroorzaakten nieuwe bombardementen materiële schade aan verschillende gebouwen op de site. Volgens een eerste evaluatie werden de fysieke beveiliging en veiligheid van het nucleair materiaal niet aangetast. Er was geen stroomuitval ten gevolge van de bombardementen.

Kerncentrale van Zuid-Oekraïne

De kerncentrale van Zuid-Oekraïne ligt op ongeveer 250 km van de kerncentrale van Zaporizja. Op 19 september veroorzaakten beschietingen een explosie op zo'n 300 meter van de Zuid-Oekraïense kerncentrale, waarbij drie elektriciteitsleidingen werden geraakt en ramen op de site werden beschadigd. Onder de getroffen elektriciteitsleidingen bevond zich geen enkele van de 750 kilovolt (kV) leidingen die de centrale met het net verbinden. Energoatom, de Oekraïense uitbater van de kerncentrale, verklaarde dat de drie reactoren van de centrale normaal blijven werken en dat er geen medewerkers gewond zijn geraakt. De drie elektriciteitsleidingen werden na korte tijd automatisch weer aangesloten.

Andere kerncentrales

Op 16 november meldde het IAEA dat - door de aanhoudende militaire acties tegen het Oekraïense energienetwerk - de kerncentrales van Khmelnytskyy en Rivne, gelegen in het westelijk deel van Oekraïne, hun externe stroomtoevoer tijdelijk hadden verloren. De kerncentrale van Khmelnytskyy verloor haar volledige stroomtoevoer en moest dus tijdelijk beroep doen op de dieselnoodgeneratoren. Bij de kerncentrale van Rivne viel de externe stroomtoevoer tijdelijk gedeeltelijk weg. Kerncentrales produceren energie maar hebben zelf ook een constante elektriciteitsvoorziening nodig, onder meer om de koel- en de veiligheidssystemen te voeden. 

Het IAEA kondigde midden november aan dat het experten-teams zou uitsturen naar de kerncentrales van Rivne, Khelmnytskyy en Zuid-Oekraïne, alsook naar Tchernobyl om er assistentie te verlenen rond nucleaire veiligheid- en beveiligingsaspecten.

2. Opslaginstallaties voor radioactief afval

Oekraïne beschikt ook over verschillende opslagplaatsen voor radioactief afval. Dit radioactief materiaal komt niet uit de kerncentrales en bestaat hoofdzakelijk uit laag radioactief afval afkomstig van ziekenhuizen en de industrie.

Tijdens de eerste dagen van het conflict maakten de Oekraïense autoriteiten melding van raketaanvallen op de opslagplaatsen voor radioactief afval in Kiev en Kharkiv. De autoriteiten verklaarden ook dat de aanvallen geen schade aan de opslagplaatsen hadden toegebracht. Er was dus geen radiologische impact. Indien een opslagplaats toch beschadigd zou raken, zou dat slechts een lokale radiologische impact hebben.

3. Onderzoekscentra

Ook de verschillende onderzoekscentra in Oekraïne zijn in het bezit van radioactief materiaal. Volgens de Oekraïense regulator (SNRIU) werd een onderzoekscentrum in Kharkiv op 6, 10 en 26 maart na beschietingen beschadigd. De apparatuur die in dit centrum werd gebruikt, diende niet alleen voor onderzoek maar ook voor de productie van medische radio-isotopen. Het SNRIU bevestigde dat er geen radiologische impact was.

Van 8 tot 10 november heeft het IAEA een eerste missie uitgevoerd naar het onderzoekscentrum in Kharkiv om er de nucleaire beveiligingsaspecten alsook de safeguardsaspecten te analyseren. Hoewel de site zwaar beschadigd is als gevolg van de talrijke bombardementen, werden er geen abnormale stralingsniveaus gemeten.

In het weekend van 14-15 januari 2023 meldde het IAEA dat het nucleaire onderzoekscentrum in Kiev beschadigd werd tijdens bombardementen. Op de site staat een ontmantelde onderzoeksreactor. De reactorkern is opgeslagen in een opslagfaciliteit voor verbruikte splijtstof op de site. Volgens het IAEA "raakte er niemand gewond en werden er geen abnormale stralingsniveaus gemeten".

Hoe zit het met de nucleaire veiligheid en beveiliging in Oekraïne?

Wat betreft de nucleaire veiligheid en beveiliging is de situatie in Oekraïne volgens het IAEA "zeer verontrustend". Rafael Grossi, de directeur-generaal van het IAEA, verklaarde het volgende over de incidenten die tot nu toe plaatsvonden: "Ze belichten de risico's voor de nucleaire installaties in Oekraïne dat het gewapende conflict met zich meebrengt. Dit maakt dat een initiatief van het IAEA om de nucleaire veiligheid en beveiliging in het land te waarborgen, des te dringender wordt." 

De herhaaldelijke aanvallen op energie-infrastructuur, ook ver van de frontlijn, vormen een verhoogd risico op black-outs en dus op verlies van externe stroomvoorziening voor nucleaire installaties en monitoringsystemen.

Grossi spant zich in om de verschillende partijen betrokken bij het conflict rond de tafel te krijgen en hen ertoe aan te zetten de veiligheid en beveiliging van de nucleaire installaties van het land te waarborgen. Op 2 maart vond de Board of Governors van het IAEA in Wenen plaats. Daar namen alle lidstaten, waaronder ook België, aan deel. Grossi introduceerde toen "seven indispensable pillars of nuclear safety and security". Volgens het IAEA moeten deze ‘pijlers’ in acht worden genomen als men de nucleaire veiligheid en beveiliging in Oekraïne wil waarborgen.

Sinds het begin van het conflict heeft het IAEA aanzienlijke afwijkingen vastgesteld omtrent verschillende pijlers. Voornamelijk wat betreft de volgende aspecten: het verdwijnen van betrouwbare communicatiekanalen tussen de regulator en de nucleaire site, het personeel op de sites dat onder externe druk komt te staan, onderbreking van transport en bevoorrading van en naar de sites en het uitvallen van de stroomvoorziening voor de nucleaire sites. Het IAEA blijft in nauw contact met alle partijen en pleit ervoor dat deze 7 pijlers door allen worden nageleefd.

In de week van 28 maart heeft Rafael Grossi een bezoek gebracht aan de kerncentrale van Zuid-Oekraïne (South Ukraine) in Oekraïne. Daarna ontmoette hij een aantal hooggeplaatste regeringsvertegenwoordigers. Na zijn bezoek aan Oekraïne had hij ook een topoverleg met Russische vertegenwoordigers in Kaliningrad. De uitwisselingen hadden betrekking tot dringende technische bijstand van het IAEA om te helpen de veiligheid en beveiliging van de nucleaire installaties van het land te kunnen waarborgen. Deze steun zou het volgende omvatten: zending van IAEA-experten naar prioritaire sites en het leveren van essentiële veiligheids- en beveiligingsbenodigdheden, waaronder controle- en noodapparatuur. 

Van 25 tot 27 april werd een IAEA-missie met wetenschappelijke experten en onder leiding van Grossi naar de centrale van Tsjernobyl uitgestuurd. Zij leverden er essentieel materiaal en verrichtten o.a. radiologische evaluaties op de nucleaire site. Het IAEA heeft beloofd om ook de daaropvolgende weken verdere technische bijstand aan Oekraïne te verlenen opdat de veiligheid en beveiliging van nucleaire installaties in het land gewaarborgd kan blijven. Naar aanleiding van het bezoek heeft het IAEA ook een compleet rapport gepubliceerd over de algemene situatie inzake safeguards, nucleaire veiligheid en beveiliging in Oekraïne. In het rapport wordt nogmaals bevestigd dat de stralingsniveaus op een normaal niveau zijn gebleven en dat er geen radioactieve stoffen zijn vrijgekomen. Er waren dus geen gevolgen voor het personeel van de kerncentrales, de bevolking of het leefmilieu. Tijdens de eerste week van juni vond ondertussen een tweede IAEA-missie in Tsjernobyl plaats. 

Op 1 september voerde een delegatie van het IAEA, onder leiding van directeur-generaal Grossi, een inspectie uit in de kerncentrale van Zaporizja. Op 5 september publiceerde het IAEA een rapport, waaruit bleek dat ze tijdens hun inspectie voornamelijk problemen hadden vastgesteld met betrekking tot de fysieke integriteit van de centrale (door de aanhoudende bombardementen), de stroomtoevoer en de medewerkers van de centrale (personeelstekort, langere shifts en stress). De voornaamste aanbeveling van het IAEA is het instellen van een 'nuclear safety and security protection zone' rond de kerncentrale. Het IAEA onderhandelt hierover momenteel met alle betrokken partijen. Twee medewerkers van het IAEA bleven permanent aanwezig op de site van de kerncentrale van Zaporizja. Sinds 7 oktober werd dit team versterkt met nog twee extra IAEA-personeelsleden.

Begin november voerde het IAEA op vraag van Oekraïne inspecties uit op drie locaties (Institute for Nuclear Research in Kyiv, Eastern Mining and Processing Plant in Zhovti Kody en Production Association Pivdennyi Machine-Building Plant in Dnipro). Deze vraag kwam er na Russische aantijgingen dat Oekraïne een “dirty bomb” zou aanmaken. Het Agentschap kreeg volledige toegang tot de sites en na een eerste analyse van de resultaten in de IAEA-labo’s kon het Agentschap voorlopig bevestigen dat het geen aanwijzingen gevonden had dat er niet-aangegeven nucleaire activiteiten plaats vonden of nucleair materiaal misbruikt werd.

Op 13 december kondigde Grossi aan dat er een permanente aanwezigheid zou zijn van IAEA-experten op alle sites van de kerncentrales in Oekraïne die nog in activiteit zijn, inclusief Tsjernobyl. Volgens het IAEA moet deze internationale aanwezigheid het Agentschap in staat stellen "de wereld te voorzien van onpartijdige, technische en feitelijke informatie over de ontwikkelingen ter plaatse". Volgens het IAEA komt de timing van deze actie bijzonder goed uit omdat de Oekraïense energie-infrastructuur momenteel voor ongekende uitdagingen staat als gevolg van de oorlog en het begin van de winter.

Op 17 januari 2023 kondigde het IAEA aan dat er 'Support & Assistance Missions' uitgestuurd werden naar Oekraïne. Dankzij deze missies zullen er permanent IAEA- experten aanwezig zijn op de verschillende nucleaire sites. Het doel is om Oekraïne tijdens het conflict te helpen de risico's voor nucleaire ongevallen te verminderen. Momenteel zijn reeds 4 experten permanent aanwezig op de site van Zaporizja. Tijdens de week van 16 januari werden reeds missies uitgestuurd naar de kerncentrales van Rivne (ISAMIR), Zuid-Oekraïne (ISAMISU) en de site van Tsjernobyl (ISAMICH).

Wat is het risico voor België?

In geval van een nucleair incident waarbij radioactieve stoffen vrijkomen, zal België handelen volgens de internationale richtlijnen. Die stellen dat binnen een straal van 20 à 30 kilometer, waar nodig, maatregelen zoals schuilen en evacueren zullen worden getroffen. Daar zijn de gevolgen van de vrijgekomen radioactiviteit immers het grootst. Binnen een straal van 100 kilometer is de inname van jodiumtabletten aangewezen.

Het risicobeheer zal dus voornamelijk op het Oekraïense grondgebied of dat van zijn buurlanden plaatsvinden. Voor België is er geen onmiddellijk risico: schuilen, evacueren en jodiumpillen zijn niet aan de orde. Voor het Belgische grondgebied zouden de maatregelen grotendeels gelijkaardig zijn aan degene die werden getroffen tijdens het incident in Fukushima: toezicht op de voedselketen en continue monitoring van radioactiviteit op ons grondgebied.

Waar haalt het FANC zijn informatie vandaan?

  • Het FANC volgt nauwlettend de situatie in Oekraïne op en verkrijgt informatie via zijn internationale informatienetwerk. Het belangrijkste aanspreekpunt tijdens deze crisis blijft het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) in Wenen, dat de situatie op de voet volgt en in permanent contact staat met alle partijen in Oekraïne. Het IAEA publiceert dagelijks updates over de nucleaire situatie in het land via zijn website: www.iaea.org.
     
  • Op Internationaal en Europees niveau wisselt het FANC technische informatie uit en toetst het zijn eigen info af met andere nucleaire regulatoren binnen en buiten Europa. Deze uitwisselingen vinden hoofdzakelijk plaats via Europese platforms, zoals de groep van Europese regulatoren (ENSREG), de vereniging van regulatoren van West-europese landen (WENRA), en de HERCA- groep, die voornamelijk de radiologische opvolging doet binnen Europa. Voor meer informatie over de standpunten van beide Europese organisaties: ENSREG, HERCA en WENRA
     
  • De Oekraïense regulator (SNRIU), de tegenhanger van het FANC, brengt ook regelmatig verslag uit over de situatie. Zijn updates kunnen hier worden geraadpleegd: www.snriu.gov.ua/eng.
      
  • Op nationaal niveau onderhoudt het FANC nauwe contacten met zijn nationale partners, zoals BelV, SCK CEN, het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) en het Nationaal Crisiscentrum (NCCN).

 

Laatst aangepast op: 
18/01/2023