Overslaan en naar de inhoud gaan

Mogelijke oplossingen

Kan de radonconcentratie teruggedrongen worden?

Preventieve maatregelen

Wie gaat bouwen, en zeker in de risicozones, heeft er alle belang bij om preventieve maatregelen te nemen tegen radon. Deze maatregelen zijn veel gemakkelijker toe te passen tijdens het bouwen dan erna.

Doorgaans berusten de oplossingen op twee principes: de hoeveelheid radon die binnendringt beperken en de met radon besmette lucht afvoeren.

Met moet er voor zorgen dat de scheidingslijn tussen de woning en de ondergrondvloerplaat ondoordringbaar is, vooral ter hoogte van holtes (bijv. voor water, elektriciteit, gas enz.) en aansluitingen (bijv. de voegen tussen de vloer en de muur).

Dit kan door het installeren van een ‘radonscherm’; een ondoordringbare barrière op de grens tussen bodem en gebouw.

Ook op verticale scheidingswanden moet een ondoordringbaar membraan worden aangebracht.

Een kruipruimte, een doordringbare laag (breuksteenstorting of grind) met passieve ventilatie of een afvoersysteem (geperforeerde buizen) onder de deklaag, laten allemaal toe dat het radongas kan ontsnappen vooraleer het de ‘anti-radon- barrière’ bereikt. 

Wanneer de concentratie nog steeds te hoog blijkt (te evalueren na constructie), kan een bijkomend afzuigsysteem worden aangesloten of kan men de onderbouw in lichte onderdruk plaatsen.

Tot slot is het nuttig om het gebouw te voorzien van een aangepaste ventilatie, bij voorkeur met warmtewisselaar. Door de lucht voldoende te verversen, daalt de radonconcentratie en door de warmte te hergebruiken, daalt uw energiefactuur.

Meer informatie :

Corrigerende maatregelen

Er bestaan verschillende manieren om het radon niveau in een bestaand gebouw te verminderen. Net zoals bij de preventieve maatregelen, zullen corrigerende maatregelen ook een barrière opwerpen en/of de besmette lucht omleiden. Sommige acties zijn zeer eenvoudig te implementeren en goedkoop, andere maatregelen vragen vooraf een grondige diagnose van de situatie of van de belangrijkste werken.

Wanneer het resultaat van minstens één langetermijn meting het actieniveau van 300 Bq/m³ overschrijdt en wanneer geen enkel resultaat hoger ligt dan 600 Bq/m³, wordt aangeraden om te beginnen met eenvoudige maatregelen voor het gebouw, zodat de radonconcentratie toch onder de 300 Bq/m³ en, indien mogelijk, onder de 100 Bq/m³ duikt.

Eenvoudige maatregelen

  • Het verbeteren van de luchtdichtheid van het gebouw om het binnendringen van radon te beperken (deuren, barsten in de vloer, plaatsen waar leidingen het huis binnenkomen enz.);
  • Het controleren van de ventilatie en het verhelpen van eventuele problemen (afgesloten  luchttoevoer of -afvoer, vervuiling, defecte ventilatoren enz.);
  • Het verbeteren of herstellen van de natuurlijke verluchting in de onderbouw (verluchtingskanalen van een kruipruimte of een afgedichte kelder openen);
  • Het regelmatig openzetten van ramen bij gebrek aan een ander verluchtingssysteem. Verluchten via de ramen mag niet worden gezien als een maatregel om de radonconcentratie op termijn te doen dalen, omdat dit afhangt van de gewoontes bij de personen in die gebouwen.

De keuze voor eenvoudige maatregelen wordt gemaakt op basis van een visuele inspectie van het gebouw, met als doel meer geschikte maatregelen te bepalen. Dergelijke maatregelen, of een combinatie ervan, kunnen de radonconcentratie genoeg laten dalen, en dit tegen een beperkte kostprijs.

Deze eenvoudige maatregelen kunnen volstaan, zeker wanneer de oorspronkelijke radonconcentratie niet hoger is dan 300 tot 600 Bq/m³. Toch bestaat de kans dat zij in sommige gevallen niet altijd even doeltreffend blijven. In dat geval moet men meer ingrijpende maatregelen nemen.

Meer ingrijpende maatregelen

Wanneer een langetermijnmeting resultaten oplevert van meer dan 600 Bq/m³ of wanneer de radonconcentratie na eenvoudige maatregelen hoger blijft dan 300 Bq/m³, moet een diagnose van het gebouw worden gemaakt en moeten de nodige werken worden uitgevoerd om de radonconcentratie tot een redelijk niveau terug te brengen. Bij voorkeur onder 100 Bq/m³ en zeker onder 300 Bq/m³.

De diagnose van het gebouw omvat een systematische inspectie van het gebouw en van de onmiddellijke omgeving. Zo kunnen de oorzaken van radon in het gebouw worden opgespoord en de nodige oplossingen worden bedacht. Bij de keuze van deze oplossingen wordt rekening gehouden met de totale impact op het gebouw. Deze diagnose omvat :

  • Algemene informatie over het gebouw en de omgeving: bouwjaar, type gebouw en structuur, grondoppervlakte, aantal verdiepingen, eventuele renovaties enz;
  • Een beschrijving van de onderbouw: type en structuur (volle grond, kruipruimte, kelder), grondoppervlakte, ondoordringbaarheid, de mogelijke wegen waarlangs radon binnendringt (kelderdeur, trappen, leidingen enz.);
  • Een algemene beschrijving van het verluchtingssysteem en een evaluatie van de verluchting van de leefruimtes in het gebouw;
  • Een beschrijving van de installaties in het gebouw: verwarming, warmwaterinstallatie enz.

Naargelang het type gebouw, en vooral bij gebouwen met een grote vloeroppervlakte en met complexe onderbouw, kan bijkomend onderzoek nodig zijn om de bronnen (bodem, bouwmaterialen, water enz.) en de wegen waarlangs het radongas in het gebouw komt en zich verplaatst beter te kunnen achterhalen. Dit kan bijvoorbeeld door continue radonmetingen, meerdere metingen op gezette tijden, radonuitwaseming van materialen, metingen in het water enz. Haalbaarheidstests om de onderbouw in onderdruk te brengen, kunnen ook deel uitmaken van de diagnose van het gebouw wanneer deze oplossing geschikt blijkt.

Op basis van de diagnose van het gebouw en van bijkomende onderzoeken, wordt bepaald welke werkenmoeten worden uitgevoerd.

Deze werken kunnen we opdelen in 3 categorieën:

  • Het gebouw ondoordringbaar maken voor binnendringend radon

De ruimte tussen het gebouw en de ondergrond (scheidslijn bodem-gebouw) moet zo ondoordringbaar mogelijk worden gemaakt. We denken hierbij aan het afdichten van bepaalde punten tussen de onderbouw en de woonruimte (spleten, voegen, leidingen, deuren, trappen enz.), oppervlaktebehandelingen en het bedekken van de bodem met een grindlaag en een radonbarrière. Hoewel afdichtingstechnieken niet altijd volstaan om de radonconcentraties in een gebouw op een doeltreffende manier te verlagen (niet alle ingangspunten werden gelokaliseerd, problemen met de uitvoering, doeltreffendheid na verloop van tijd enz.), vormen ze toch een noodzakelijke voorwaarde voor de doeltreffendheid van andere oplossingen.

  • Betere aanvoer van verse lucht in het gebouw.

Wanneer uit de diagnose van het gebouw blijkt dat de lokalen onvoldoende geventileerd worden, is het belangrijk om de nodige natuurlijke of mechanische middelen aan te wenden voor een goede verluchting van deze lokalen. Zonder hierbij de bestaande reglementeringen inzake ventilatie te overtreden.
Deze technieken zijn vaak niet afdoende omdat de aanvoer van verse lucht in een gebouw niet kan worden verhoogd zonder rekening te houden met de vereisten inzake energie en warmtecomfort.

  • Behandeling van de onderbouw zodat er minder radon binnendringt.

Deze technieken bestaan uit het natuurlijk of mechanisch ventileren van de onderbouw (kruipruimte, kelder, vloer op volle grond), of uit het in lichte onderdruk plaatsen van de onderbouw door middel van mechanische extractie. Dergelijke behandelingen behoren tot de meest doeltreffende.

Door de grond onder een gebouw in onderdruk te brengen, wordt in de onderbouw een drukveld gecreëerd dat lager is dan dat van de vloer van het gebouw. En dit met een zo zwak mogelijk debiet van afgezogen lucht. Daartoe wordt de lucht in de onderbouw mechanisch naar buiten gezogen, waardoor radon snel wordt verdund.