Overslaan en naar de inhoud gaan

Inrichtingen en installaties die stopgezet of in ontmanteling zijn

Belgian Reactor 3 - SCK•CEN

De BR3 reactor (Belgian Reactor 3) in Mol was de eerste PWR-reactor (Pressurized Water Reactor) in West Europa en fungeerde als demonstratie-eenheid voor de bouw en uitrusting van een industriële elektriciteitscentrale. In 1962 werd de BR3 reactor, die werd uitgebaat door het SCK•CEN, voor het eerst in gebruik genomen.

Met een vermogen van 40 MWth werd hij onder meer uitgebaat voor het opleiden van personeel dat zou instaan voor het besturen van de vermogensreactoren van Doel en Tihange. Later werd de reactor gebruikt voor onderzoek, in het bijzonder het gebruik van prototypes van splijtstoffen en splijtstofelementen (bijvoorbeeld MOX-splijtstof).

De BR3 reactor werd definitief gestopt op 30 juni 1987. In 1989 werd gestart met de ontmanteling van de BR3 reactor. De BR3 reactor was de eerste drukwaterreactor die in West-Europa ontmanteld werd. De Europese Commissie selecteerde de reactor als pilootproject om de technische haalbaarheid van de ontmanteling van een drukwaterreactor aan te tonen.

Het uiteindelijke doel van het ontmantelingsproject is om alle installaties en gebouwen van het BR3 complex te ontmantelen en de site volledig vrij te geven (“green field”).

Belgonucleaire (Dessel)

In 1973 startte de NV Belgonucleaire een fabriek voor MOX-brandstof in de Europalaan te Dessel. De eerste jaren was er een beperkte productie bestemd voor de BR3 reactor en voor de kweekreactoren. In 1986 begon de industriële productie van MOX-elementen in de fabriek te Dessel, waarbij gebruik gemaakt werd van het MIMAS-procedé dat de NV Belgonucleaire ontwikkelde. Alle toestellen in de productielijnen, uitgezonderd de ovens, bevonden zich in handschoenkasten om elke besmetting te voorkomen.

Eind 2005 besliste de NV Belgonucleaire om economische redenen om zijn productieactiviteiten in Dessel stop te zetten. In augustus 2006 werd de laatste productiecampagne van MOX-brandstof uitgevoerd, waarna de productieactiviteiten in de fabriek stilgelegd en alle aanwezige MOX-elementen afgevoerd werden.

Tijdens de periode 2010-2013 werden de belangrijkste vrijgaveactiviteiten gericht op de ontmanteling van 170 handschoenkasten. In 2013 werd gestart met een stralingsmetingsprogramma voor Gebouw H, om tegemoet te komen aan de noodzakelijke eisen voor de onvoorwaardelijke vrijgave ervan. Tijdens de exploitatieperiode werd dit gebouw voornamelijk gebruikt voor niet-destructieve onderzoeksactiviteiten en voor de opslag en het vervoer van afgewerkte, lekdichte MOX-brandstofstaven.

De handelingen om tot de onvoorwaardelijke vrijgave van de gebouwen en van de site te komen, gaan verder.

Franco-Belge de Fabrication du Combustible (FBFC)

De NV FBFC International is een inrichting van klasse I die splijtstofelementen voor kerncentrales produceerde. In de splijtstoffabriek, gelegen te Dessel, werd UO2-poeder verwerkt tot splijtstofstiften en vond de assemblage plaats van zowel UO2- als MOX-splijtstofstiften in splijtstofelementen.

In december 2010 werd een eerste ontmantelingsvergunning bij koninklijk besluit verleend. Dit gebeurde naar aanleiding van de beslissing om de nucleaire werkzaamheden verricht in twee oude gebouwen, te verhuizen naar een recenter gebouw (Gebouw 5) voor de productie van uranium-splijtstof en de oude installaties te ontmantelen. In deze vergunning werd ook de ontmanteling van het MOX-gebouw voorzien, in geval AREVA deze werkzaamheden in België zou stopzetten.

In mei 2012 meldde AREVA aan het FANC dat er werd beslist om alle activiteiten in de inrichting van FBFC stop te zetten in de komende jaren. De productie van uraniumtabletten werd toen stopgezet en onmiddellijk na het beëindigen van de productiewerkzaamheden werden een reeks van technische risico verlagende maatregelen genomen, zoals het afvoeren van het nog aanwezige splijtbare materiaal, het ontkoppelen van elektrische kabels, enz.

Naar aanleiding van deze beslissing diende FBFC in december 2012 een vergunningsaanvraag in voor de ontmanteling van het gebouw waar de uraniumproductie plaatsvond. Na onderzoek van deze aanvraag door het FANC en de Wetenschappelijke Raad en na raadpleging van de lokale overheden, werd in oktober 2013 een ontmantelingsvergunning bij koninklijk besluit verleend. De ontmantelingstechnieken, alsook de voorwaarden die in de ontmantelingsvergunning opgenomen werden, zijn identiek aan die van het vroegere project.

Eind 2017 was bijna al het radioactief materiaal verwijderd van de site van FBFC en de ontmanteling van de gebouwen wordt verdergezet. Bovendien worden nog steeds de nodige maatregelen genomen, om zich ervan te verzekeren dat de gebouwen en de bodems, op en rond de site, niet gecontamineerd zijn door de radioactiviteit van de voormalige activiteiten van de exploitant. Op dit moment wordt de ontmanteling verdergezet.