NL : FR
 RSS
Arrow Sitemap

Onze missie 

' Het FANC bevordert de doeltreffende bescherming van de bevolking, werknemers
en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende straling '.

RADON

Tweede toetsingsvergadering van het « Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval

Tweede toetsingsvergadering van het « Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval" - 15-24 mei 2006


De veiligheid bij het beheer van bestraalde splijtstof en van radioactief afval werd onderzocht op de 2 e toetsingsvergadering van het Gezamenlijk Verdrag die van 15 tot 24 mei 2006 op de zetel van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie heeft plaatsgevonden.

Op deze vergadering kon worden vastgesteld dat alle verdragsluitende partijen een duidelijk engagement zijn aangegaan om de veiligheidsdoelstellingen van de conventie na te streven en om de principes ervan toe te passen. Er werd een stand van zaken van deze praktijken opgemaakt en de toekomstige uitdagingen werden geïdentificeerd.

Het rapport en de Belgische voorstelling, die door het FANC gecoördineerd werden en die samen met de Belgische partners die hier eveneens bij betrokken zijn (NIRAS, AVN, Electrabel en het SCK-CEN) werden uitgevoerd, werden goed onthaald en geapprecieerd omwille van hun duidelijkheid, de waarde van de uitgewisselde praktijken en ervaringen en voor de spontane, open gedachtenwisselingen die er na de voorstelling ontstaan zijn.

Op dit ogenblik zijn er 41 Staten verdragsluitende partij bij het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval (GV). Sinds de laatste vergadering zijn er zeven Staten en een organisatie (EURATOM) toegetreden tot het GV, waardoor de principes en praktijken die door het GV en zijn toetsingsvergaderingen gepropageerd werden, universeler worden.

De doelstellingen van het GV bestaan erin:

  • Een hoog veiligheidsniveau te bereiken en te behouden, dank zij de intensifiëring van nationale maatregelen en de internationale samenwerking;
  • Maatregelen in te voeren die in alle stadia van het beheer van het radioactief afval en van de gebruikte brandstof moeten toelaten dat individuen, de maatschappij en het leefmilieu vandaag - en in de toekomst - beschermd zijn tegen het gevaar van de ioniserende straling;
  • Ongevallen te voorkomen die radiologische gevolgen hebben en, in geval er zich een dergelijk ongeval voordoet, de gevolgen ervan te reduceren.

In de verschillende artikels van het GV worden de principes vermeld die toegepast moeten worden om aan deze doelstellingen te beantwoorden. Ze omvatten zowel reglementaire als technische bepalingen.

Met toepassing van het GV, zijn de verdragsluitende partijen verplicht om om de drie jaar een nationaal rapport over te maken waarin wordt uiteengezet hoe zij de verschillende artikels van het GV in toepassing brengen. Deze rapporten worden vervolgens onderzocht en maken het voorwerp uit van schriftelijke vragen. Op de toetsingsvergadering stellen de verdragsluitende partijen hun rapporten voor en vervolgens maken deze het voorwerp uit van mondelinge vragen en van een debat die het mogelijk maken ervaringen uit te wisselen. Het is de peer review die de essentie vormt van dit aansporend verdrag dat als doel heeft de beste strategieën en praktijken m.b.t. het beheer van radioactief afval en bestraalde splijtstof uit te breiden.

Op deze vergadering heeft men kunnen vaststellen dat de verdragsluitende partijen de eerste vergadering al te baat hadden genomen en al gevolg hadden gegeven aan de resultaten van het eerste onderzoek van hun nationaal rapport. Ook kreeg men de bevestiging dat er een daadwerkelijk engagement bestond van de verdragsluitende partijen om hun nationale strategie en praktijken op het gebied van het beheer van radioactief afval te verbeteren. De raadpleging van de bevolking en het engagement van de lokale gemeenschappen bij het besluitvormingsproces m.b.t. de vestiging van een opslagplaats, krijgen toenemende aandacht. De controle op de ingekapselde radioactieve bronnen - wat alle verdragsluitende partijen aanbelangt en niet enkel diegenen die een industrie hebben die verbonden is met de splijtstofcyclus - heeft duidelijk verbeteringen ondergaan.

Ook al zien we een zekere vooruitgang, toch moeten we vermelden dat er nog uitdagingen wachten. Hoewel er vaak langetermijnstrategieën bestaan voor het beheer van het radioactief afval, blijft de uitvoering van de aanbevolen oplossingen een uitdaging. Zo zijn ook voor de berging van hoogradioactief afval of van afval afkomstig van activiteiten uit het verleden nog onderzoek en belangrijke beslissingen vereist. Het handhaven van de kennis en de menselijke en financiële middelen blijft een onderwerp van bezorgdheid. Al deze zaken zullen op de volgende vergadering zeker opnieuw onderzocht worden.

Voor België leidt het FANC de delegatie, die ook vertegenwoordigers omvat van NIRAS, de instelling die belast is met het beheer van het radioactief afval.

Het rapport, de mondelinge voorstelling en de schriftelijke antwoorden werden zeer goed onthaald en als voorbeeld aangehaald voor hun duidelijkheid, openheid en ervaringsuitwisseling en dit zowel gezien vanuit het standpunt van de regelgever als van dat van de instelling die belast is met het beheer van het radioactief afval.

De deelnemers aan de toetsingsvergadering hebben sinds de eerste toetsingsvergadering vooruitgang geboekt op de volgende gebieden:

  • Samenwerkingsovereenkomst tussen FANC en NIRAS;
  • Toepassing van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectrapportering;
  • De ontwikkelingen ter verbetering van de reglementaire aanpak m.b.t. het vergunnen van een bergingsinstallatie voor kortlevend laag- en middenradioactief afval;
  • De voorwaardelijke aanvaarding van het onderbrengen van een opslagplaats voor ditzelfde afval door twee gemeenten;
  • Controle op de ingekapselde bronnen (toekomstige toepassing van de Europese Richtlijn);
  • Detectieprocedure voor radioactief materiaal;
  • Aanpassing van het nucleair noodplan.

De groep wil dat het volgende rapport meer informatie bevat over deze als essentieel beschouwde onderwerpen. Ze ziet de ontwikkeling van de lokale partnerschappen als een unieke en bijzondere aanpak van die aspecten van het project waarbij de participatie geïntegreerd wordt, en dit zowel wat de technische keuzes als de daadwerkelijke socio-economische ontwikkeling betreft. België wordt eveneens verzocht om in zijn volgend rapport de ontwikkeling van deze projecten, evenals de bestaande verbanden met bepaalde internationale werkzaamheden - zoals het "Forum on Stakeholders' Confidence" (FSC) van het Agentschap voor Kernenergie - te integreren.

Met betrekking tot het langetermijnbeheer van hoogradioactief afval en van gebruikte brandstof, stelt de groep vast dat de aanpak hoofdzakelijk 'bottom-up' blijft i.p.v. 'top-down'. De groep merkt op dat de regering, in het huidige stadium, een onderlinge vergelijking gevraagd heeft van de verschillende opties voor de gebruikte brandstof maar zich hierover niet verder uitgesproken heeft. Voor NIRAS zouden er in de nabije toekomst evenwel princiepsbeslissingen genomen moeten worden over de gekozen referentieoplossing; dit om de kosten te kunnen ramen en om de technische oplossingen te specifiëren.

De groep heeft van de maatregelen die de Belgische autoriteiten vooropstellen, nota genomen en becommentarieert ze:

  • De ontwikkeling van benaderingswijzen voor de uitvoering van een vergunningsproces voor de bergingsinstallatie voor kortlevend laag- en middenactief afval;
  • De verwerking en conditionering van twee soorten afval op de site van Belgoprocess (historisch alfabesmet afval en afval afkomstig van de MOX-fabriek);
  • De voorbereiding, door NIRAS, van een nationaal langetermijnbeheerplan voor alle soorten radioactief afval;
  • De sanering van Umicore te Olen.

Naar het voorbeeld van de zitting over het Belgisch rapport, hebben tal van andere sessies de nationale deskundigen de mogelijkheid geboden om hun kennis van de strategieën en beheerspraktijken voor radioactief afval verder uit te diepen en om er op wereldschaal de belangrijkste vooruitgang en de resterende uitdagingen uit te kunnen halen.

Bijkomende info (in het Engels)


Summary report of the second review meeting (PDF)

http://www-ns.iaea.org/conventions/waste-jointconvention.htm

Second meeting of the contracting parties to the joint convention on the safety of spent fuel management and on the safety of radioactive waste manangent (PDF)

Answers to the questions of contracting parties on the national report submitted by Belgium (PDF)


Contact

 
 
 

INES

 


 printvriendelijk  Home

Copyright 2013 © - Wettelijke vermeldingen