Radiologisch incident IRE: Update van 10 oktober 2008
| Index |
|
|
Activiteiten van het IRE
Ondervermelde grafiek geeft een overzicht van het productieproces van het IRE. Uit de dissolutie van bestraalde uraniumtargets kunnen drie verschillende soorten vloeibaar afval (W1,W2,W3) worden geïdentificeerd:

Oorzaak van het incident
Op 18 september werd er door het IRE aan het FANC een eerste analyse van de grondoorzaken van het incident verstrekt. Verschillende deskundigen van Belgische universiteiten hebben aan dit verslag meegewerkt. Het lijkt nu bevestigd dat de oorzaak van het incident ligt bij het overpompen van 3 kleine (twee van 50l en één van 23l) kuipen met het W1, W2 en W3-afval naar een grotere kuip van 2700l.
De vermenging van deze verschillende soorten vloeibaar afval veroorzaakte zeer waarschijnlijk één (of meerdere) onverwachte chemische reactie(s) met voornamelijk jodide (131I-) en waterstofperoxide (H2O2).De totale bronterm aanwezig in de 2700l tank (na het overpompen van het afval) werd geschat op ongeveer 1000 Ci van 131I (8,5mg).
Dit verslag wordt nog verder geanalyseerd door het FANC.
Het volgende blijkt evenwel te kunnen worden bevestigd:
- Er kwam enkel jodium vrij (als gasvormig I2 ); geen enkel ander splijtingsproduct kwam vrij;
- Er kwam geen jodium onder vloeibare vorm vrij, waardoor opborreling of verneveling in de kuip kon worden uitgesloten;
- Er heeft zich geen kritikaliteitsongeval voorgedaan;
Experimentele chemische simulaties van het incident toonden aan dat de vooropgestelde chemische elementen in de kuipen aanwezig waren en dat het ongevalscenario dat door het IRE werd uiteengezet, geloofwaardig is;
Daarnaast waren er nog enkele bijzonderheden:
- Het overgepompte afval had een lage vervaltijd;
- De oorspronkelijke inhoud van de 2700 l kuip was gering (+/- 200 l) , waardoor er weinig verdunning van de inhoud van de drie kleine kuipen optrad;
- De inhoud van de drie kuipen werd bijna tegelijkertijd overgepompt, wat in het verleden slechts uitzonderlijk gebeurde.
De volgende grafiek geeft een overzicht van de activiteit die in de schouw kon worden opgemeten:
FANC/Bel V acties
Op 11 september vroeg het FANC bijkomende acties aan het IRE: een herevaluatie en verbeteringen van het alarmsysteem:
- Een efficiënte overdracht van het alarm naar de betrokken persoon (interventieteam);
- De procedures voor de behandeling van alarmen;
- Een herevaluatie van de alarmdrempels;
- Een evaluatie van de (gevolgen van) defecten aan het alarmsysteem;
- Het beheer van het alarmsysteem.
Deze evaluaties en verbeteringen moeten (samen met de vereiste scholing van de operatoren) worden uitgevoerd vóór de productie kan worden heropgestart.
Twee bijkomende monitoringsystemen worden momenteel door het IRE geplaatst.
Wijzigingen aan het ventilatiesysteem:
De volgende acties werden sinds het begin van het incident achtereenvolgens uitgevoerd:
Tijdens de eerste dagen (22-25 augustus):
- overschakelen van de filtergroep naar een reservefiltergroep;
- Poging om de filters te drogen om mogelijk efficiëntieverlies door het vocht te vermijden;
- Vervanging van de laatste absolute filters door actieve koolfilters.
Op 5 september 2008 werden er door het IRE aanpassingen aan de luchtafvoer doorgevoerd. Er werden drie bijkomende actieve koolfiltereenheden in de luchtafvoer geplaatst.
Het huidig filtersysteem ziet er als volgt uit:
Tenslotte werden de 4 initiële actieve koolfilters op 12 september vervangen.
Impactevaluatie
De afzetting werd geëvalueerd via Hotspot 2.06 waarbij van de volgende veronderstellingen werd uitgegaan:
- Uitstoot van 131I: 45 GBq, zoals door de operator opgegeven;
- Effectieve uitstoothoogte: 35 m (IRE-sitespecifiek);
- Constante windrichting (245°) en windsnelheid (4 m/s), gemiddelden op basis van de meteorologische gegevens van Telerad voor de desbetreffende uitstootperiode;
- Geen regen (in werkelijkheid 6mm gedurende de uitstootperiode);
- Afzettingssnelheid van jodium: 0.02 m/s.
Het noodplan werd afgekondigd omdat:
- De resultaten van het model aangaven dat het mogelijk was dat de referentiedrempels voor melk en groenten tot op een afstand van enkele kilometers van het IRE konden worden overschreden;
- De eerste resultaten i.v.m. de totale afzetting waarden gaven van ongeveer 1800 Bq/m²;
- Grasstalen die op 27/08/2008 werden genomen besmettingswaarden vertoonden die in de buurt lagen van 10 kBq/m² (interceptiefractie ½), waardoor de voorspellingen van het model werden bevestigd.
De impactberekeningen worden in onderstaande figuur weergegeven:
Bemonsteringen
Verschillende stalen (gras, melk, groenten) werden bemonsterd in de buurt van het IRE, hun activiteit (131I) vindt u hieronder.
Metingen op gras en veevoer (Bq/Kg):
Weergaven van alle gemeten waarden op gras en voederstalen (Bq/kg) vergeleken met de afgeleide limiet voor bescherming van de melk (2000 Bq/kg), de groenten (5000 Bq/kg) en het vlees (20000 Bq/kg)
(*) : Euratomverordening nr. 2218/89
Metingen op groenten (Bq/Kg):
Weergave van alle gemeten waarden op groenten steeds beneden de 100 Bq/kg t.o.v. norm Europese Commissie (2000 Bq/kg) en de aanbeveling WHO (100 Bq/kg)
Opvolging
- De oorzaken van het incident worden verder geanalyseerd;
- Het door het FANC vereiste actieplan om tot de heropstart van de productie over te gaan, wordt geïmplementeerd;
- Er wordt overgegaan tot een volledige vergelijking van de metingen (stalen) op het terrein met de resultaten van het model;
- Het FANC is van plan om - van zodra het een volledig en bevestigd beeld heeft van het incident, van zijn impact en van de technische oplossingen om een herhaling te voorkomen - een internationale technische bijeenkomst te organiseren over de lessen die hieruit getrokken kunnen worden.



Terug naar boven





