Nucleaire veiligheid in de Belgische kerncentrales van Doel en Tihange : van de dagelijkse uitbating tot en met de tienjaarlijkse herzieningen
- Figuur 1 : De kerncentrale van Doel
- Figuur 2 : De kerncentrale van Tihange

Samenvatting
Nucleaire veiligheid omvat het geheel van technische en organisatorische maatregelen die genomen worden in alle stadia van het ontwerp, de bouw, de werking en het stilleggen van de nucleaire installaties, om incidenten en ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken. Zij beoogt de bescherming van de bevolking, werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende straling en omvat technische maatregelen voor het optimaliseren van het afvalbeheer en de radioactieve lozingen.
Een veilige uitbating biedt niet alleen een waarborg voor de bescherming van het personeel, de bevolking en het leefmilieu, maar ook voor de goede werking van de installaties op lange termijn. Een goed ontworpen, regelmatig gecontroleerde en onderhouden technische installatie garandeert een langdurig gebruik ervan, zonder gevaar voor de veiligheid van de gebruiker.
De exploitant moet tijdens de uitbating van de nucleaire installaties een veiligheidsniveau handhaven dat minstens gelijk is aan wat bij het ontwerp van de installaties initieel werd voorzien en verhoogd door de ondertussen reeds uitgevoerde veiligheidsverbeteringen. Daarenboven moet hij permanent streven naar veiligheidsverbeteringen.
Het nucleaire veiligheidsniveau en de voortdurende verbetering staan onder permanent toezicht van Bel V en het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC).
Bijkomend wordt om de 10 jaar een globale veiligheidsevaluatie uitgevoerd, verder de “Tienjaarlijkse Herziening (TJH)” genoemd. Dit is een verplichting die aan de exploitant werd opgelegd via zijn vergunning.
De TJH stelt zich als doel om de mate te bepalen waarin:
- de installatie minstens even veilig is als bij het ontwerp of op het einde van de vorige TJH,
- de van kracht zijnde veiligheidsvoorzieningen adequaat zijn om de veiligheid van de installaties te handhaven tot de volgende TJH of tot het einde van de uitbating ervan,
- de installatie met huidige buitenlandse veiligheidsnormen en praktijken in overeenstemming is.
De resultaten van deze globale veiligheidsherziening worden beschreven in een verslag dat wordt overgemaakt aan het FANC. Dit verslag geeft aan welke verbeteringen aan de installaties en aan de exploitatiedocumenten zullen aangebracht worden, evenals het werkschema voor hun implementatie. Alhoewel deze verbeteringen geen dringend karakter hebben, zijn ze van die aard dat ze het veiligheidsniveau verhogen, in de lijn van de internationale praktijk, en zo de verdere veilige uitbating van de betrokken kerncentrale verrechtvaardigen.
Voorliggend informatiedossier beschrijft de nucleaire veiligheid in de Belgische kerncentrales van Doel en Tihange. Het licht tevens de doelstellingen en de methodologie van de TJH toe en geeft een actuele stand van zaken van de TJH voor elke kerncentrale in ons land.
1. Lijst van afkortingen
| ALARA |
As Low As Reasonably Achievable |
| AVN |
Associatie Vinçotte Nucleair |
| E.I. |
Erkende Instelling |
| EURATOM |
Europese Gemeenschap voor Atoomenergie |
| FANC |
Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle |
| GNS |
Gebouw NoodSystemen |
| IAEA |
Internationale Organisatie voor Atoomenergie (International Atomic Energy Agency) |
| TJH |
Tienjaarlijkse Herziening |
| WAB |
Water en Afvalbehandelingsgebouw van de Kerncentrale Doel |
| WANO |
World Association of Nuclear Operators |
2. De organisatie van de controle van de Belgische kerncentrales
De organisatie van de controle in België gebeurt op drie opeenvolgende niveaus:
- Bij de uitbater ziet een interne preventie- en controledienst (met name ‘de dienst voor fysische controle') erop toe dat de reglementering met het oog op de bescherming van het personeel, de bevolking en het leefmilieu tegen de gevaren van ioniserende straling, wordt nageleefd.
- Permanente controles in de kerncentrales alsook veiligheidsevaluaties i.v.m. reglementaire aspecten worden door Bel V uitgeoefend.
- Op nationaal vlak gebeurt de controle van de uitbater door het Federale Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), onder de voogdij van de Minister van Binnenlandse Zaken.
3. Basisprincipe van nucleaire veiligheid
Een hoog niveau van nucleaire veiligheid betekent dat voldoende preventieve maatregelen worden genomen opdat de bevolking en de omgeving niet aan onaanvaardbare ioniserende straling worden blootgesteld.
Om zich te beschermen tegen het mogelijk falen van uitrustingen en menselijke tussenkomsten past men het principe van “defence in depth” toe, waarbij verschillende beschermingsmaatregelen (verdedigingsniveaus) worden ingebouwd, zodat bij het eventueel falen van een eerste bescherming er nog andere middelen ter beschikking staan om te voorkomen dat er zich een echt veiligheidsprobleem zou voordoen. Tevens moet elk verdedigingsniveau zelf voldoende robuust zijn om zijn functie te kunnen uitoefenen. Deze beschermingsmaatregelen zijn van technische en organisatorische aard.
Het veiligheidsbeheersysteem van de exploitant zorgt voor het behoud van een hoog niveau van de nucleaire veiligheid en bevordert tevens een goede veiligheidscultuur, wat een belangrijk element is om dit niveau te behouden en te verbeteren.
Het toepassen van het ‘defence-in-depth'-principe betekent het opzetten van vijf onafhankelijke verdedigingsniveaus:
- de preventie van abnormale werking en falingen, d.m.v. een goed ontwerp en hoge kwaliteit bij de bouw en de uitbating
- beveiligingssystemen en menselijk toezicht, met het oog op het tijdig opsporen en voorkomen van mogelijke tekortkomingen
- het beheersen van de bij het ontwerp vooropgestelde ongevallen door middel van gepaste veiligheidsgebonden uitrustingen en procedures
- het beheersen van zware ongevallen, vooral met het oog op het beperken van de radiologische gevolgen.
- het beperken van de radiologische gevolgen van lozingen. In dat kader werden onder meer het nationale noodplan en interne en externe interventieplannen van de exploitant en van de overheid op punt gesteld.
Dit principe wordt toegepast bij zowel het ontwerp als de uitbating van de nucleaire installaties. Het brengt specifieke maatregelen met zich mee op technisch en organisatorisch vlak.
4. Nucleaire veiligheid bij het initieel ontwerp van de kerncentrales
Het ontwerp en de bouw van de kerncentrales van Doel en Tihange steunen op in hoofdzaak Amerikaanse regels en praktijken, aangepast aan de Belgische context.
Voor elke Belgische kerncentrale zijn de voorschriften voor de bouw en de uitbating vastgelegd in zijn uitbatingsvergunning. Dit is een koninklijk besluit dat voorwaarden omschrijft waaraan de veiligheidsgebonden structuren, systemen en componenten alsook hun exploitatie moeten voldoen. Dit koninklijk besluit verwijst onder meer naar het ‘Veiligheidsrapport' dat omschrijft welke de toepasselijke regels zijn en hoe ze werden geïmplementeerd op technisch en organisatorisch vlak.
De veiligheid is een hoofdbekommernis bij het ontwerp en de constructie van de kerncentrales.
Het ontwerp van de kerncentrales voorziet o.m. opeenvolgende ‘barrières' (zie figuur 3) om een mogelijke verspreiding van radioactieve stoffen in het milieu te vermijden:
- de splijtstoftabletten vormen een eerste barrière (a);
- deze tabletten zitten in hermetisch gesloten splijtstofstiften, die een tweede inkapseling vormen (b);
- de splijtstofstiften zijn gebundeld in splijtstofelementen die in de reactorkuip worden geplaatst (c). De reactorkuip (een stalen kuip met een wanddikte van ongeveer 20 cm), de primaire kringloop van de eenheid en enkele essentiële installatieonderdelen zoals de stoomgeneratoren en de primaire pompen, maken samen de derde barrière uit.
- het omhulsel (d, e).
De Belgische kerncentrales zijn voorzien van een dubbel omhulsel dat de primaire kringloop, met daarin de actieve splijtstof, van de buitenwereld scheidt:
- een primair omhulsel belet dat radioactieve stoffen uit het reactorgebouw kunnen ontsnappen; het is bestand tegen sterke druk van binnenuit (d)
- een secundair omhulsel uit gewapend beton beschermt de installaties tegen externe ongevallen (e).
Tussen beide omhulsels zorgt onderdruk ervoor dat er geen ongecontroleerde lozingen van radioactieve stoffen naar de buitenwereld gebeuren.

Figuur 3: Multi-"barrières" Concept
Om bij incidenten of ongevallen deze barrières helpen te handhaven, voorziet het ontwerp van de installaties in bijkomende systemen. Zo moeten meervoudig uitgevoerde en fysiek gescheiden controle-, meldings- en veiligheidssystemen voorkomen dat kleine afwijkingen t.o.v. de normale uitbating zich uitbreiden. Ze moeten o.a. vermijden dat de situatie zou kunnen evolueren naar een incident of ongeval waarbij één van de barrières beschadigd zou kunnen raken.
5. Nucleaire veiligheid op het vlak van de uitbating van de kerncentrales
5.1. Dagelijkse uitbating
De nucleaire veiligheid tijdens de uitbating van een kerncentrale bestaat voornamelijk uit volgende elementen:
Veiligheidsbewuste besluitvorming
Bij om het even welke actie binnen de uitbatingsorganisatie gaat voorrang naar de nucleaire veiligheid. Die moet primeren ten opzichte van om het even welk ander motief, zoals rendement, productie, financieel ...
Het uitvoeren van risicoanalyses is een nodige voorwaarde die eventuele kritische activiteiten voorafgaat.
Naast het respecteren van de talrijke wettelijke vereisten inzake veiligheid, werken de kerncentrales dagelijks aan de ontwikkeling van een cultuur van voortdurende verbeteringen.
De veiligheidscultuur die een geïntegreerd deel moet uitmaken van het gedrag en het denken van alle personeelsleden in de kerncentrales, steunt op volgende principes:
- het kenbaar maken doorheen de hele organisatie van de verwachtingen over nucleaire veiligheid;
- het ontwikkelen van een werkomgeving waarin open communicatie, aandacht voor de problemen op het werkterrein en het pro-actief signaleren van een mogelijke verzwakking van het veiligheidsniveau worden aangemoedigd;
- het bevorderen van een veiligheidsbewuste besluitvorming en het stimuleren van een vragende houding;
- het bepalen en het aanbieden van de vereiste ondersteunende middelen, opleidingen en begeleidingen die nodig zijn voor een nucleair veiligheidsbeleid, opdat ieder personeelslid de gepaste aandacht en prioriteit kan geven aan nucleaire veiligheid;
- ervoor zorgen dat de blootstelling aan ioniserende straling zo laag als redelijkerwijze mogelijk gehouden wordt (= het ALARA-principe: As Low As Reasonably Achievable).
Om de betrouwbaarheid van de menselijke ingrepen te ondersteunen, is er naast de veiligheidscultuur ook aandacht voor o.m. het gebruik en het voortdurend optimaliseren van de gedetailleerde procedures. Zij beschrijven de handelingen bij zowel de normale uitbating - bewaking, onderhoud, tests, manipulaties ... - als bij tekortkoming, incident of ongeval.
De uitbating van de centrale binnen de limieten van de veiligheidsanalyse
Bij de uitbating van de installatie gelden de opgelegde uitbatingslimieten die een gevolg zijn van de veiligheidsanalyse van de kerncentrale. Ze werden vastgelegd in de ‘technische specificaties' die deel uitmaken van het ‘Veiligheidsrapport'. De uitbatingsvergunning verwijst naar dit Veiligheidsrapport.
Het verzekeren van een voldoende bescherming tegen niet-geplande voorvallen en hun gevolgen, door een grote betrouwbaarheid van de uitrustingen en de menselijke ingrepen
Het beheer van de installaties met als doel de betrouwbaarheid van de installaties te verhogen, behelst o.m. volgende aspecten:
- het bewaken van de werking van de uitrustingen door opvolging van de werkingsparameters van componenten en systemen, zowel op korte als op lange termijn;
- het uitvoeren van onderhouds-, inspectie- en testprogramma's, in het bijzonder op componenten van veiligheidssystemen;
- het beheer van de veroudering en de kwalificatie van de componenten van de installatie.
Tenslotte worden op regelmatige basis in de verschillende installaties noodplanoefeningen gehouden om de waakzaamheid van het personeel en de effectiviteit van de procedures na te gaan en indien nodig te verbeteren.
De verzekering dat alle wijzigingen van uitrustingen, organisaties en werkwijzen in verhouding tot hun veiligheidsrelevantie beheerd worden
Nauwgezette controles:
- door het onderhouden van een opbouwende dialoog tussen de uitbater en de betrokken overheden en de controleinstanties, evenals met alle andere betrokken partijen;
- door het continu opvolgen van de doeltreffendheid van het veiligheidsbeleid;
- door het regelmatig (laten) uitvoeren van externe audits en benchmarks.
5.2. Een continu verbeteringsproces
Een continu verbeteringsproces heeft tot doel om de nucleaire veiligheid op een hoger niveau te brengen door o.m.:
- het formuleren van doelstellingen en het uitwerken van actieplannen die zorgen voor een continue verbetering van de nucleaire veiligheid;
- het voortdurend evalueren van het veiligheidsniveau van de activiteiten en het vergelijken ervan met nationale en internationale standaarden;
- het betrekken van alle medewerkers bij het permanente verbeteringsproces en er voor zorgen dat iedereen er actief aan meewerkt.
Het maakt deel uit van de veiligheidscultuur om blijvend aandacht te besteden aan interne en externe ervaringen en er de nodige lessen uit te trekken om zowel technische als organisatorische verbeteringen na te streven.
Daarbij gaan de nodige inspanningen naar het ontdekken en het verder onderzoeken van afwijkingen ten opzichte van de normale uitbatingsituaties.
Ook afwijkingen die elders op internationaal vlak vastgesteld werden, worden geëvalueerd en in vele gevallen verder geanalyseerd met het oog op hun toepasbaarheid op de eigen installatie of organisatie. De analyses resulteren geregeld in verbeteringsacties op zowel technisch als organisatorisch vlak. Zo worden wijzigingen aan de installatie aangebracht en worden procedures geoptimaliseerd.
Bovendien wordt via uitwisselingen met leveranciers, deskundigen en internationale exploitanten kennis genomen van nieuwe werkwijzen en ‘goede praktijken' die in de eigen nucleaire installaties en organisatie worden overgenomen.
De systematische opvolging en analyse van de ontwikkelingen en bekendmakingen van regels, normen, gedragslijnen of uitbatingslimieten maken een evaluatie nodig, en eventueel de invoering van nieuwe vereisten:
- door de integratie van nieuwe regels, normen en wettelijke vereisten;
- door het veiligheidsniveau in overeenstemming te brengen met de meest recente reglementeringen en veiligheidspraktijken
- door in voorkomend geval het niet-toepassen van nieuwe regels en normen te verantwoorden.
5.3. Het beheer van de veroudering - "Life Cycle Management"
Het beheer van de veroudering van de systemen, structuren en onderdelen m.b.t. de veiligheid van een kerncentrale heeft tot doel om hun beschikbaarheid en betrouwbaarheid te garanderen, zowel bij de normale uitbating als bij incidenten of ongevallen.
Dat beheer houdt ook rekening met de mogelijke gevolgen van een dreigend gebrek aan reservestukken, het mogelijk verlies aan competentie t.a.v. de betrokken technologie bij de leveranciers, het stilaan verdwijnen van gespecialiseerde leveranciers enz., op onderdelen van de installatie.
De opvolging van de kwalificatie en van de verouderingsprocessen en/of van degradaties die gekend zijn via langdurige opvolging, behoren tot dit activiteitsdomein. Ook het vaststellen en aanpakken van nieuwe verouderingsproblemen, bijvoorbeeld gesignaleerd door een terugkoppeling van nationale en internationale ervaringen, horen daar bij.
Daarenboven wordt bij de ontdekking van een nieuw probleem nagegaan of het van toepassing kan zijn op andere Belgische eenheden, waarbij eventueel een specifiek programma wordt opgesteld met precieze actieplannen.
Deze methodologie wil tegelijk coherent zijn met bestaande activiteiten, alsook vooruitstrevend, in fasen toepasbaar, pro-actief, pragmatisch en voldoende flexibel om op verscheidene terreinen te kunnen worden ingezet.
In samenwerking met alle betrokken partijen (uitbaters, studiebureaus, leveranciers ...) en onder het toezicht van de veiligheidsautoriteiten maakt deze aanpak het mogelijk om een reeks verbeteringen aan de installaties voor te stellen.
Enkele voorbeelden uit de belangrijkste projecten bij Belgische kerncentrales:
-
de vervanging van stoomgeneratoren;

Figuur 4: Vervanging van een stoomgenerator
-
de vervanging van grote delen van de instrumentatie en de besturingscontrole;
-
de vervanging van elektrisch materiaal.
-

Figuur 5: Elektrische kasten
5.4. Het beheer van de ontwerpbasis
De kennis van de ontwerpbasis is onmisbaar om op lange termijn uitbating, onderhoud en wijzigingen te kunnen uitvoeren zonder het huidige veiligheidsniveau in het gedrang te brengen.
Het beheer van de ontwerpbasis zorgt ervoor dat de nodige informatie gedurende de ganse levensduur van de kerncentrale toegankelijk en beschikbaar blijven.
5.5. De Tienjaarlijkse herzieningen (TJH)
5.5.1. Vooraf
De vergunning van elke Belgische kerncentrale bepaalt dat er vanaf het moment van keuring en toelating voor de uitbating op volvermogen, om de tien jaar een veiligheidsevaluatie moet gebeuren. De vergunning vereist dus dat de uitbater en de erkende controle-instelling gezamenlijk een vergelijking maken van de staat van de installaties en van de bij de uitbating gevolgde richtlijnen, met de regels, normen en praktijken die op dat ogenblik in de Verenigde Staten en de Europese Unie gelden.
Dit betekent dat er naast het proces van continue verbetering en optimalisatieacties, een bijkomende analyse gebeurt die nogmaals de toestand evalueert. Ook hieruit kunnen verbeteringsmaatregelen volgen.
De vastgestelde verschillen uit de vergelijking worden geïdentificeerd en geëvalueerd. Voor deze die niet aanvaardbaar zijn, worden aangepaste maatregelen voorgesteld. Het geheel van conclusies komt in een syntheserapport, eigen aan elke eenheid, dat wordt voorgelegd aan het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.
5.5.2. Doelstellingen
De fundamentele doelstelling van een TJH - zowel in België als in het buitenland - is het nagaan door middel van een evaluatie van grote omvang, of de installatie minstens even veilig is als bij het ontwerp of op het einde van de vorige TJH, en of er passende maatregelen zijn genomen om gedurende de uitbating het veiligheidsniveau niet alleen te handhaven maar ook steeds te verbeteren.
De gekozen aanpak om aan de vereisten inzake de TJH van de uitbatingsvergunning te voldoen verrechtvaardigt de verdere veilige uitbating van de betrokken kerncentrale. Deze aanpak wordt geconcretiseerd door middel van de volgende algemene doelstellingen:
- aantonen dat de eenheid op zijn minst hetzelfde veiligheidsniveau haalt als op het moment van het bekomen van de uitbatingsvergunning, daarbij rekening houdend met de besluiten uit voorgaande tienjaarlijkse herzieningen;
- de staat van de eenheid onderzoeken, met bijzondere aandacht voor de processen van slijtage en veroudering en andere factoren die een veilige uitbating negatief zouden kunnen beïnvloeden;
- het huidige veiligheidsniveau aantonen, rekening houdend met de meest recente veiligheidsregels en -praktijken, en indien nodig verbeteringen voorstellen
Terug naar boven
5.5.3. Methodologie van de nieuwe tienjaarlijkse herzieningen
De toegepaste methodologie omvat verschillende, opeenvolgende stappen:
- opstelling van de definitieve lijst van de te behandelen onderwerpen op basis van afzonderlijke analyses door de exploitant en de erkende instelling;
- veiligheidsanalyse ter bepaling van eventueel noodzakelijke verbeteringsmaatregelen;
- gedetailleerde studies ter bepaling van eventuele bijkomende verbeteringsmaatregelen;
- uitvoering van de verbeteringsmaatregelen aan processen, uitbatingsdocumenten en installaties.
Periodiek wordt hierover gerapporteerd aan het FANC.
Deze stappen worden hieronder verder toegelicht.
Als eerste stap voeren de exploitant en zijn studiebureau enerzijds, en de erkende instelling anderzijds een diepgaand onderzoek uit van de Belgische en de gekende internationale uitbatingservaring en -praktijken, met het oog op het samenstellen van de lijst van onderwerpen die in de TJH moeten behandeld worden.
Op basis van de algemene doelstellingen van een TJH worden verscheidene inspiratiebronnen aangeboord:
- de tijdens de laatste 10 jaar verschenen nieuwe regels en normen;
- de ervaringen van de exploitant, zijn studiebureau en de erkende instelling in verband met de Belgische kerncentrales;
- de internationale ervaring;
- de veroudering van de installaties;
- de vernieuwing van bepaalde delen van de installaties rekening houdend met problemen die met het obsoleet worden ervan gepaard gaan;
- de inzichten die werden opgedaan uit de behandeling van sommige onderwerpen bij de vorige TJH;
- de inzichten opgedaan uit voorgaande veiligheidsstudies uitgevoerd in het kader van werkzaamheden (bijvoorbeeld de vervanging van stoomgeneratoren).
Als gevolg van de resultaten van dit onderzoek wordt de definitieve lijst van te bestuderen onderwerpen vastgelegd.
Voor de geselecteerde onderwerpen wordt de probleemstelling grondig geanalyseerd. De resultaten van deze veiligheidsanalyses worden enerzijds omgezet in noodzakelijke actieplannen en anderzijds worden ze aangewend om de scope van de gedetailleerde studies vast te leggen teneinde nog bijkomende verbeteringsmaatregelen te identificeren.
Alle verbeteringsacties worden in een werkschema opgenomen en uitgevoerd gedurende de jaarlijkse stilstanden van de eenheden. De implementatie van deze verbeteringsacties wordt opgevolgd door Bel V en het FANC.
Periodiek wordt hierover gerapporteerd aan het FANC.
De ervaring uit voorgaande tienjaarlijkse herzieningen toonde aan dat het merendeel van de veiligheidsbekommernissen en -acties dezelfde zijn voor alle Belgische kerncentrales. Op basis van deze vaststelling werd een overkoepelende aanpak ontwikkeld voor de huidige tienjaarlijkse herzieningen, waarin alle aandachtspunten tegelijk worden onderzocht voor alle eenheden.
Deze harmonisering van de organisatie en de onderzoeksinhoud voor alle eenheden, garandeert een coherente en diepgaande aanpak van de problematiek. Meer nog, een dergelijke manier van werken stimuleert de uitwisseling van informatie en samenwerking tussen de verschillende kerncentrales en draagt bij tot de ontwikkeling van een gemeenschappelijke veiligheidscultuur.
Deze methodologie maakt het eveneens mogelijk om de kennis en ervaring in verband met nucleaire veiligheid beter over te dragen aan de komende generaties in alle betrokken organisaties
5.5.4. Onderzoeksdomeinen tijdens de tienjaarlijkse herzieningen
Volgende onderzoeksdomeinen komen aan bod:
- evolutie van de regelgeving
- specifieke interne en externe risico's
- uitdiepen van de probabilistische aanpak
- ongevalstudies, met inbegrip van zware ongevallen
- beheer van incidenten en ongevallen
- verhoging van de beschikbaarheid en de betrouwbaarheid
- herevaluatie van het ontwerp
- periodieke tests
- opvolging van slijtage en verouderingsverschijnselen
- moderniseren en renoveren van uitrustingen
- behoud en opbouw van kennis
- toepassing van een preventief veiligheidsbeleid
- kwalificatie van uitrustingen.
De aanpak per domein zorgt voor de behandeling van alle belangrijke aspecten van de nucleaire veiligheid en maakt dat er aan geen enkele belangrijke bekommernis wordt voorbijgegaan.
De aanpak geeft de waarborg dat:
- de belangrijke veiligheidsbekommernissen behandeld worden;
- er rekening wordt gehouden met de ervaringen van andere Belgische en buitenlandse kerncentrales;
- de benadering voldoende breed is, door de probleemstelling niet te beperken tot een omschrijving van de geïdentificeerde veiligheidsbekommernissen, maar door analoge potentiële problemen te identificeren via een brede kritische ingesteldheid.
Hieronder volgen enkele verbeteringsprojecten die via de tienjaarlijkse herziening zijn opgezet of uitgevoerd:
- inspectie en herstelling van bevestigingsschroeven van de insluitwand van de reactor (baffle bolts) in Doel 1/2;
- vervangen van de sasdeuren van het reactorgebouw in Doel 3 en Doel 4;
- vervanging van de splitpennen van de geleidingsbuizen van de controlestaven in Doel 3;
- aanpassing van de incidentprocedures in Doel 3 en Doel 4;
- aanpassing van de incidentprocedures bij de behandeling van de splijtstof in alle eenheden;
- verhoging van de betrouwbaarheid van de ultieme koudebron in Tihange 1 en Tihange 3;
- verhoging van de beschikbaarheid van veiligheidsuitrustingen in geval van een hitteperiode, voor alle eenheden;
- verhoging van de betrouwbaarheid van de polaire brug van Tihange 1.
5.5.5. De actuele stand van zaken van de verschillende TJH per kerncentrale
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende tienjaarlijkse herzieningen. De stand van zaken per kerncentrale wordt vervolgens gegeven. De links in de tabellen verwijzen naar de recentste samenvattende verslagen van de verschillende eenheden die in oktober 2012 laatst werden aangepast.
| Eenheid | Eerste TJH | Tweede TJH | Derde TJH |
|---|---|---|---|
| Doel 1/2 | Volledig afgesloten | Volledig afgesloten | Afgesloten + actieplan Samenvattend verslag |
| Doel 3 | Volledig afgesloten | Afgesloten + actieplan Samenvattend verslag ![]() |
In het jaar 2012 |
| Doel 4 | Volledig afgesloten | Afgesloten + actieplan Samenvattend verslag ![]() |
In het jaar 2015 |
| Tihange 1 | Volledig afgesloten | Volledig afgesloten |
Afgesloten + actieplan |
| Tihange 2 | Volledig afgesloten | Afgesloten + actieplan Samenvattend verslag ![]() (enkel in Frans) |
In het jaar 2013 |
| Tihange 3 | Volledig afgesloten | Afgesloten + actieplan Samenvattend verslag ![]() (enkel in Frans) |
In het jaar 2015 |
De kernreactoren van Doel 1/2
De eerste TJH van Doel ½ vond plaats in het jaar 1985. Deze TJH is volledig afgesloten.
In 1995 werd het syntheseverslag van de tweede TJH van Doel ½ ingediend bij de destijds bevoegde overheden. Deze TJH is volledig afgehandeld.
In 2012 werd het syntheseverslag van de derde TJH van Doel ½
bij het FANC ingediend. Deze TJH werd afgesloten en heeft geleid tot een actieplan dat wordt uitgevoerd.
De kernreactor van Doel 3
In 1992 ontvingen de destijds bevoegde overheden het syntheseverslag , opgesteld door Electrabel (ondersteund door het studiebureau Tractebel Energy Engineering) en AVN, van de eerste TJH van de kerncentrale Doel 3 en het Water- en Afvalbehandelingsgebouw (WAB). Deze TJH is volledig afgehandeld. In 2012 ontving het FANC het syntheseverslag van de tweede TJH van de kerncentrale Doel 3 en het Water- en Afvalbehandelingsgebouw (WAB)
. Deze TJH is volledig afgehandeld.afgerond en heeft geleid tot een actieplan dat nu wordt uitgevoerd.
De kernreactor van Doel 4
In 1995 werd het syntheseverslag van de eerste TJH van Doel 4 ingediend bij de destijds bevoegde overheden. Deze TJH is volledig afgehandeld. In 2012 werd het syntheseverslag van de tweede TJH van Doel 4
bij het FANC ingediend. Deze TJH is afgerond en heeft geleid tot een actieplan dat nu wordt uitgevoerd.
De kernreactor van Tihange 1
De eerste TJH van Tihange 1 vond plaats in het jaar 1985. Deze TJH is volledig afgesloten. In 1995 werden het syntheseverslag van de tweede TJH van Tihange 1 ingediend bij de destijds bevoegde overheden. Deze TJH is volledig afgehandeld. In 2012 werd het syntheseverslag van de derde TJH van Tihange 1
bij het FANC ingediend. Deze TJH is afgerond en heeft geleid tot een actieplan dat nu wordt uitgevoerd.
De kernreactor van Tihange 2
Voor de eerste TJH van Tihange 2 zijn al de onderwerpen volledig afgehandeld. In 2003 ontving het FANC het syntheseverslag van de tweede TJH van de kerncentrale Tihange 2. (versie september 2010)
.
De kernreactor van Tihange 3
In 1995 werden het syntheseverslag van de eerste TJH van Tihange 3 ingediend bij de destijds bevoegde overheden. Deze TJH is volledig afgehandeld. In 2012 werd het syntheseverslag van de tweede TJH van Tihange 3
bij het FANC ingediend. Deze TJH is afgerond en heeft geleid tot een actieplan dat nu wordt uitgevoerd.
6. Besluit
Het begrip ‘nucleaire veiligheid' heeft zijn weerslag op alle activiteiten en installaties van een kerncentrale.
Het initieel ontwerp houdt rekening met de specifieke vereisten die de risico's bij de uitbating van een kerncentrale tot een aanvaardbaar niveau moet reduceren.
Om het veiligheidsniveau verder te verbeteren worden tal van kanalen gebruikt zoals de eigen ervaringen van de uitbater en/of internationale ervaringen en goede praktijken, de geëvolueerde regelgeving, het beheer van veroudering enz. De analyse van deze informatie gebeurt op permanente basis en de daaruit voortvloeiende verbeteringen worden zonder verwijl toegepast.
Daarenboven vindt elke tien jaar een systematische en globale veiligheidsevaluatie plaats waarbij verdere verbeteringen van het veiligheidsniveau worden vastgelegd.
Het geheel van de uitgevoerde veiligheidsverbeteringen en het continu verbeteringsproces zorgen ervoor dat het veiligheidsniveau van de installatie voldoende hoog is om een veilige uitbating tot minstens de volgende TJH te waarborgen, zodoende de bevolking, werknemers en het leefmilieu te beschermen tegen het gevaar van de ioniserende straling.
| Laatste update |
|---|
| 05/11/2012 - 09:55 |




