NL : FR
 RSS
Arrow Sitemap

Onze missie 

' Het FANC bevordert de doeltreffende bescherming van de bevolking, werknemers
en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende straling '.

RADON

Het stralingsrisico verbonden aan een RABA en de verontreiniging aangetroffen op sommige stelplaatsen

Index

  1. Hoeveel straling geeft zo'n RABA eigenlijk af?
  2. Hoe zit dat met die verontreinigde RABA-stelplaatsen?
  3. Worden er veel verontreinigde stelplaatsen aangetroffen?

1. Hoeveel straling geeft zo'n RABA eigenlijk af ?


De radioactieve stoffen aanwezig op een radioactieve bliksemafleider (afgekort RABA) zenden een bepaalde vorm van straling uit, ioniserende straling genoemd. Deze straling mag niet worden verward met deze afkomstig van een gsm-toestel, een microgolf uit de keuken, zendmasten voor radio- en TV-golven, van een zonnebank of met het alledaagse zonlicht.
Er bestaat nogal wat onwetendheid en zelfs angst voor deze vorm van straling en de invloed ervan op de gezondheid. Je hoort en leest over kanker tengevolge van ioniserende straling. Wordt kanker ook niet behandeld met ioniserende straling?

De mens beschikt niet over een zintuig om ioniserende straling waar te nemen. Deze straling is onzichtbaar, niet te voelen, niet te ruiken. En dat is wellicht een belangrijke oorzaak van de angst voor deze vorm van straling. De mens heeft dus hulpmiddelen nodig om de aanwezigheid van ioniserende straling te kunnen opsporen. En die hulpmiddelen zijn voorhanden. Ioniserende straling heeft inderdaad het voordeel van goed meetbaar te zijn. Met vrij eenvoudige meetinstrumenten is straling aan te tonen. Zelfs heel kleine hoeveelheden, die ver onder alle limieten liggen, kunnen direct gemeten worden.

Iedereen wordt voortdurend blootgesteld aan ioniserende straling die van nature uit rondom ons aanwezig is. De opgelopen stralingsdosis, rekening houdend met de veroorzaakte biologische schade waaruit gezondheidseffecten kunnen voortvloeien, wordt uitgedrukt in milli-sievert. De dosis te wijten aan natuurlijke radioactieve stralingsbronnen bedraagt in België ongeveer 2,5 milli-sievert per jaar. Dit is een gemiddelde waarde voor de ganse Belgische bevolking. De waarde van een individuele burger hangt sterk af van zijn persoonlijke levenssituatie. Gemiddeld wordt de helft van de opgelopen stralingsdosis veroorzaakt door radioactief radongas dat uit de bodem ontsnapt, zich vermengt met de lucht die we inademen en deze lichtjes radioactief maakt. De andere helft is te wijten aan straling afkomstig uit de kosmos, aan straling uitgezonden door materialen uit onze omgeving, zoals de bodem waarop we lopen en de gebouwen waarin we vertoeven, en tenslotte aan de inname van radioactieve stoffen van natuurlijke oorsprong via de ingeademde lucht en het genuttigde voedsel.

Verder zijn er de dagelijkse toepassingen van kunstmatige ioniserende straling in de huiselijke omgeving. In TV-beeldbuizen bijvoorbeeld wordt een heel klein beetje straling opgewekt. De dikte van het glas is ruim voldoende om deze straling sterk af te zwakken. Op de normale kijkafstand van 3 meter is er geen straling meer te meten, zodat er geen stralingsrisico aan het TV-kijken verbonden is. Een andere onschuldige toepassing van kunstmatige radioactieve straling in huis zijn de ionische rookmelders, die al vele mensenlevens gered hebben door tijdig voor een brand te waarschuwen. Onschuldig, voor zover deze rookmelders na gebruik niet zomaar in de vuilnisbak gesmeten worden, maar selectief bewaard worden en op het containerpark afgegeven worden bij deze afvalcategorie.

De Belgische reglementering beperkt de toegestane stralingsdosis voor de bevolking tot 1 milli-sievert per jaar. De dosis afkomstig van alle kunstmatige toepassingen van radioactiviteit, met uitzondering van deze opgelopen als patiënt bij geneeskundige zorgverstrekking, mag voor geen enkele burger deze limiet overschrijden (behalve indien hij beroepshalve met ioniserende straling omgaat).

In de geneeskunde wordt veelvuldig gebruik gemaakt van kunstmatige ioniserende straling. Om een idee te geven: bij een gewone röntgenfoto ligt de stralingsdosis in de orde van 0,1 tot 1 milli-sievert. Bij een zogenaamde CT-scan ligt de dosis wat hoger, namelijk ongeveer 10 milli-sievert.
Personen die jarenlang in een huis hebben gewoond met een RABA op het dak, of ouders van kinderen die dagelijks school hebben gelopen in een gebouw uitgerust met een RABA, hoeven zich geen zorgen te maken over het risico dat zijzelf of hun kinderen onbewust hebben gelopen wegens de straling van de RABA. Zolang het radioactieve toestel zich op het dak bevindt, is er niets aan de hand. Het stralingsniveau binnenshuis en in de onmiddellijke omgeving van het gebouw wordt niet verhoogd door de aanwezigheid van de RABA. Alleen op korte afstand van de RABA, dat wil zeggen op een afstand van minder dan 3 meter, is de straling van het toestel licht te meten. Maar door de veelal ontoegankelijke stelplaatsen, waar de RABA's opgesteld staan, verblijft er niemand gedurende lange tijd in de onmiddellijke omgeving.
Volgend voorbeeld geeft aan hoeveel straling een RABA afgeeft. Een dakwerker die gedurende enkele uren onderhoudswerken uitvoert in de nabijheid van een mast uitgerust met een RABA, krijgt een dosis die tot 0,01 milli-sievert kan bedragen. Deze waarde moet vergeleken worden met de hoger vermelde stralingsdosis van natuurlijke en kunstmatige oorsprong. Van zodra de dakwerker zich op een wat grotere afstand bevindt valt deze dosis snel terug tot een waarde die nauwelijks te onderscheiden is van de natuurlijke straling.

Dit verklaart waarom het verwijderen van een opgespoord RABA-toestel meestal geen dringende zaak is. Het FANC geeft de eigenaars van gebouwen met een RABA een redelijke termijn van 6 maanden om het toestel te laten verwijderen door een verwijderingsbedrijf, behalve indien bepaalde redenen een snellere actie vereisen.

 Terug naar boven

2. Hoe zit dat met die verontreinigde RABA-stelplaatsen ?


Het is bekend dat bepaalde types van RABA's, doordat ze tientallen jaren regen, wind en andere weersomstandigheden getrotseerd hebben, plaatselijk aanleiding hebben gegeven tot een radioactieve verontreiniging van de onderliggende materialen. Meestal gaat het om relatief geringe en in omvang beperkte verontreinigingen die worden aangetroffen op de mast die de RABA droeg of op de onderliggende dakbedekking (pannen, leien, roofing). Maar deze verontreinigde plekken op de stelplaats van de RABA vormen geen direct gevaar voor de bevolking en de omgeving omdat de radioactiviteit er ter plekke zit vastgehecht en de stelplaatsen meestal ontoegankelijk zijn (punten van daken, kerktorenspitsen, ....).

Personen die jarenlang verbleven hebben onder een dak waarvan een gedeelte door een RABA radioactief verontreinigd was, hoeven zich geen zorgen te maken over het risico dat zij door de straling van deze verontreinigde plekken zouden gelopen hebben en dit omwille van dezelfde reden als hierboven aangehaald voor de RABA zelf. Het stralingsniveau van een verontreinigde stelplaats ligt trouwens veel lager dan deze van de RABA zelf. Maar dit betekent niet dat deze verontreinigingen zomaar kunnen blijven liggen: er moet voorkomen worden dat deze verontreinigde pannen, leien of stukken roofing later een risico kunnen vormen voor het leefmilieu.

Een voorbeeld toont aan wat het mogelijke risico is van de aanwezigheid van dergelijke verontreinigingen. De praktijk heeft uitgewezen dat het vooral RABA's zijn uitgerust met radium-bronnen die een dergelijke vervuiling kunnen veroorzaken. Zoals hiervoor al aangegeven leven we in een omgeving waarin radioactieve stoffen op natuurlijke wijze voorkomen. Zo bevat alle grond of gesteente van nature uit een hoeveelheid radium. De mate waarin een stof radioactief is wordt uitgedrukt in de eenheid becquerel. Grond en gesteenten in onze contreien bevatten doorgaans enkele tientallen becquerel radium per kilogram materiaal. Door inademing van stofdeeltjes en via onze voeding krijgen we door dit radium jaarlijks een dosis van ongeveer 0,02 milli-sievert. Radiumverontreinigingen, zoals die in de praktijk op dakbedekkingen zijn aangetroffen ten gevolge van een RABA, houden in het slechtste geval een verdubbeling in van de natuurlijke radiuminhoud van het materiaal van de dakbedekking in zijn geheel. Dit is dus nauwelijks een verhoging van de hoeveelheid radium die van nature uit deel uitmaakt van de directe leefomgeving van een bewoner van het betrokken pand of van iemand die veelvuldig in de omgeving van dit gebouw verblijft. Er kan dan ook moeilijk sprake zijn van een betekenisvolle verhoging van de inname aan radium en dus van de interne stralingsdosis ten opzichte van de waarde opgelopen in afwezigheid van deze verontreiniging.

Het FANC heeft richtlijnen verstrekt aan de afbraakfirma's over de verwijdering van dit soort van verontreinigingen: na elke afbraak van een RABA, dient de firma een eenvoudige controlemeting uit te voeren. Wijst deze meting op de aanwezigheid van een verwijderbare verontreiniging (bv. een deel van de mast), dan wordt deze samen met de RABA verwijderd. Wijst de controlemeting op een verontreiniging van vaste constructiedelen van het dak, dan doet een gespecialiseerde firma of het FANC meer gedetailleerde metingen. Deze meetresultaten worden geanalyseerd en op basis daarvan onderneemt het FANC de nodige stappen naar de eigenaar toe voor de verdere maatregelen. Het verwijderen van een verontreinigd stuk van het dak is in de meeste gevallen niet dringend. Het FANC volgt dit op tot op het moment dat deze verontreiniging op professionele wijze verwijderd wordt en afgevoerd wordt.
Mocht zich toch een situatie voordoen waar onmiddellijk gevaar dreigt, dan zal het FANC aanstonds maatregelen opleggen.

 Terug naar boven

3. Worden er veel verontreinigde stelplaatsen aangetroffen?


Van de ongeveer 640 RABA's die reeds afgebroken werden (situatie einde maart 2005), zijn er slechts een tiental gevallen bekend met onderliggende verontreiniging. In een aantal van deze gevallen heeft het FANC aan de eigenaars gevraagd de verontreinigde constructiedelen te laten verwijderen binnen een vastgestelde termijn. Daar het gaat om het wegnemen van een deel van de dakbedekking, heeft het FANC aan deze eigenaars een termijn van meerdere maanden toegestaan voor het uitvoeren van de werken.

In bovenvermelde werd reeds uitgelegd dat vanuit het oogpunt van stralingsbescherming deze verontreinigingen heel zelden een dringende zaak vormen.

Hebt u nog vragen? Aarzel niet het Agentschap te contacteren op onderstaand e-mail adres.

edith.goes@fanc.fgov.be

 Terug naar boven


Meldpunt

 
ensreg
 
 

INES


 printvriendelijk mail een vriend Home

Copyright 2007 © - Wettelijke vermeldingen