FAQ
Medische toepassingen
1. Ik ben vijf weken zwanger en als gevolg van een longinfectie heb ik een röntgenfoto van de longen moeten laten maken. Om mijn baby tegen de stralen te beschermen, moest ik ter hoogte van de buik een loodschort dragen. Ik heb de schort omgekeerd moeten dragen: de sluiting bevond zich vooraan en het lood achteraan, op de rug. Is dit normaal? Moet het lood niet vooraan zitten? Indien ja, wat kunnen de gevolgen zijn voor het kind dat ik draag? Antwoord
De algemene regel stelt inderdaad dat het beter is tijdens de zwangerschap blootstelling aan stralen te vermijden. Onder bepaalde omstandigheden kan een radiologisch onderzoek echter niet worden vermeden, zoals bij u het geval was. Uw ziekte zou voor u en het kind dat u draagt wel eens gevaarlijker kunnen zijn dan het onderzoek. De stralingsdosis waaraan u tijdens een standaardlongonderzoek wordt blootgesteld, is zeer laag. Bovendien zijn de meeste stralen gericht op de borstkas en niet op de onderbuik, waarin zich het embryo in dit vroegtijdig stadium van de zwangerschap bevindt. Vandaar dat zelfs zonder bijzondere voorzorgen de dosis die de baby ontvangt, gering is.
Bij een radiologisch onderzoek tijdens een zwangerschap moeten bijkomende maatregelen worden getroffen om de blootstelling van het ongeboren kind maximaal te beperken. Dat was bij u het geval, aangezien u een loden schort hebt moeten dragen.
Bij een klassieke röntgenfoto van de longen staat de patiënt tegenover de plaat en wordt de stralingsbron in zijn rug geplaatst zodat de borst zo weinig mogelijk aan de stralingsdosis wordt blootgesteld. Op die manier is het logisch dat de schort met de loden bescherming op de rug wordt gedragen, aangezien de meest krachtige stralen van die kant komen.
U hoeft zich in uw geval dus geen zorgen te maken over de eventuele nadelige gevolgen van dit onderzoek voor het kind dat u draagt.
2. Mijn dochter heeft een CT-scan van de sinussen ondergaan. Wij (de ouders) vroegen haar een loden schort aan te doen. De verpleger vertelde ons dat dit de effecten van de straling enkel zou verdubbelen. Is dit correct? Antwoord
Het dragen van een loodschort, bijvoorbeeld, is nuttig ter bescherming tegen de schadelijke effecten van ioniserende straling (röntgenstralen in dit geval). In dit opzicht heeft de verpleger voor een stuk gelijk. De loodschort zorgt er immers voor dat de stralen worden tegengehouden ter hoogte van die lichaamsdelen die niet bestraald moeten worden (de zogenaamde ”strooistraling”). De schort zal daarentegen de stralingsdosis die de patiënt ontvangt niet verdubbelen. We verduidelijken dat het beschermend effect beperkt zal zijn, aangezien het beschermde deel van het lichaam zich doorgaans buiten het eigenlijke bestralingsveld bevindt en dus weinig straling ontvangt. Bij een CT-scan van de sinussen is een loodkraag echter veel doeltreffender om de dosis die de schildklier ontvangt, te beperken. Ook een bescherming van de ogen (ooglenzen) is wenselijk.
Als conclusie kunnen we stellen dat het zeker niet verboden is om een loodschort te dragen, maar dat deze, in de gegeven situatie, weinig of geen nut zal hebben. Bij een CT-scan van de sinussen dient men in ieder geval stralingsgevoelige organen, zoals de ooglenzen en de schildklier, te beschermen. Aarzel niet om hier zelf alert op te zijn en, zo nodig, het verplegend personeel om informatie te vragen.
3. Ik ben net zwanger geworden en heb een dag op een boot doorgebracht. Wij hebben de stuurhut bezocht. De kapitein heeft ons uitgelegd dat de radar stralen uitzendt die vergelijkbaar zijn met de stralen in een ziekenhuis. Is er reden tot paniek? Antwoord
De in een radar gebruikte "stralen" zijn microgolven (straling van een microgolfoven) of radiogolven. In ziekenhuizen worden ook radargolven gebruikt, maar slechts in zeer beperkte mate.
Net zoals het zichtbare deel van het lichtspectrum - ultraviolet- en röntgenstralen – behoren radiogolven tot de "elektromagnetische” golven of stralen.
Hoewel deze stralen, vanuit fysisch standpunt, tot een en dezelfde familie behoren, kan hun impact op het menselijk lichaam, en bijgevolg de risico's die ze met zich meebrengen, aanzienlijk variëren.
Zo heeft zichtbaar licht geen enkele invloed op het kind dat u draagt, om de eenvoudige reden dat uw huid het volledig beschermt tegen deze golven of stralen. De röntgenstralen die onder verschillende vormen in een ziekenhuis worden gebruikt, houden dan weer wel de bekende risico's voor het ongeboren kind in (zie hiervoor de pagina op onze website).
De golven waarvan een radar gebruik maakt, houden een veel kleiner risico in. U moet al gedurende een lange tijd naast een sterke zendmast gaan staan om de gekende effecten waar te nemen.
Er is dus geen reden om u ongerust te maken over uw bootbezoek.
4. Mijn echtgenote werkt op de dienst nucleaire beeldvorming (PetScan) van een ziekenhuis. Ze is nu zes maanden zwanger en men heeft haar nooit van deze dienst afgehaald. Ze is dan wel geen verpleegster, maar secretaresse, maar ze bevindt zich in dezelfde ruimte als de verpleegsters en de patiënten die worden geïnjecteerd. Haar verantwoordelijken hebben haar zelfs gevraagd om niet enkel in haar kantoor op de PetScan te blijven, maar ook om het secretariaat Isotopen (Scintigrafie, ...) te verzorgen.
Loopt het kind een risico? Kan ik eisen dat ze van deze post wordt afgehaald, aangezien haar verantwoordelijken hun verantwoordelijkheid niet willen opnemen? (ik heb het dan over de HR, de verantwoordelijke arts van de dienst nucleaire beeldvorming, haar diensthoofd). Er wordt haar wel mondeling meegedeeld dat het niet erg is, maar nooit schriftelijk ... Antwoord
Embryo's en foetussen zijn uiterst gevoelig voor de gevolgen van ioniserende stralingen. De belangrijkste risico's zijn de inductie van kanker, aangeboren afwijkingen, miskramen, aantasting van de hersenfuncties. De risico's veroorzaakt door de ioniserende straling verschillen naargelang de fase van de zwangerschap.
Na de eerste dagen en gedurende de ganse periode van de ontwikkeling van de organen (ongeveer de eerste twee maanden van de zwangerschap) vormen misvormingen het grootste risico. Deze misvormingen kunnen zich bij de geboorte manifesteren of kunnen tot een miskraam leiden. Dankzij dierproeven weten we dat er gelukkig een dosisdrempel bestaat waaronder dit risico niet bestaat. Vanaf de derde maand van de zwangerschap bestaat het grootste risico in een aantasting van de zich ontwikkelende hersenfuncties; deze kunnen o.a. aan de basis liggen van een mentale achterstand.
Ten slotte kan een blootstelling van het ongeboren kind aan ioniserende straling tot een verhoogd risico op kanker leiden, en dit zowel tijdens de kindertijd als tijdens het volwassen leven. Dit risico neemt toe met de toename van de dosis. In tegenstelling tot eerder vermelde gevolgen is dit een gevolg dat zich kan voordoen na een bestraling op om het even welk ogenblik van de zwangerschap.
Als u hiervoor beducht bent, moet u hierover praten met uw behandelende geneesheer of uw gynaecoloog.
5. Ik schrijf u omdat mijn zevenjarige dochter een panoramische röntgenfoto van haar tanden heeft laten maken zonder dat haar schildklier werd beschermd, en omdat ik meen te weten dat het bij een kind belangrijk is de schildklier te beschermen, wilde ik weten of dit nefaste gevolgen voor de gezondheid van mijn dochter kon hebben. Antwoord
Wij informeren u dat het besluit betreffende de röntgenapparatuur voor diagnostisch gebruik in de tandheelkunde op 30 december 2008 in het Belgisch Staatsblad is gepubliceerd. Dit besluit legt de criteria vast die door de erkende deskundige in de medische stralingsfysica, met toepassing van artikel 51.6.5 van het ARBIS*, gehanteerd dienen te worden bij de jaarlijkse controle van de röntgenapparatuur die bestemd is voor diagnostisch gebruik in de tandheelkunde. U kunt dit document te allen tijde raadplegen op de website van het FANC.
Dit besluit houdt concreet in dat een erkend deskundige in de medische stralingsfysica minstens eenmaal per jaar de kwaliteit van uw röntgentoestel moet controleren. Tijdens deze controle wordt nagegaan of de aanvaardbaarheidscriteria, bepaald in de regelgeving, worden nageleefd. Deze controle mag in geen geval worden verward met de fysische controle. De hoofddoelstelling van de kwaliteitscontrole van het röntgentoestel is ervoor zorgen dat het toestel zonder verhoogd risico op blootstelling zonder enige diagnostische waarde kan worden gebruikt, zodat de bescherming van de patiënt en van diegene die het toestel bedient, kan worden gewaarborgd. De dienst voor fysische controle van zijn kant legt zich toe op de stralingsbescherming van de tandarts, het personeel, het publiek en de omgeving, maar niet op die van de patiënt.
6. Enkele dagen geleden heeft mijn vrouw, na enkele hevige migraineaanvallen, een hersenscan met en zonder injectie ondergaan, die normaal is gebleken. Mijn vraag heeft betrekking op het verslag waaruit volgens mij blijkt dat de stralingsdosis zeer hoog was. Een vriendin heeft me verteld dat ze navraag is gaan doen en dat de Europese norm voor een hersenscan 1000 mGy bedraagt, terwijl op haar verslag staat vermeld: IDENTIFICATIE VAN HET MATERIAAL: GE LightSpeed VCT 64-slice scanner Schatting van de aan de patiënt gegeven dosis: DLP totaal in (Gy.cm) = 2904,93 Ik weet niet of dit cijfer normaal is en of het in mGy of in Gy is? Kan deze stralingsdosis op korte of lange termijn schadelijk zijn voor haar gezondheid, aangezien ze iets meer dan een jaar geleden al een borstscanning heeft ondergaan? Antwoord
Het Europees diagnostisch referentieniveau voor een hersenscan bedraagt 1050 mGy.cm.
Deze waarde is geenszins een dosisbeperking, maar betekent dat 75 % van dergelijke standaardonderzoeken gebeuren met een dosis die lager of even hoog ligt. Factoren in verband met het klinisch probleem, met de patiënt en/of met het toestel (geen van de drie noodzakelijkerwijs standaard) kunnen ertoe leiden dat een hogere dosis nodig is.
In het geval van uw vrouw bedraagt de dosis 2904,93 mGy.cm (en niet Gy.cm). Met een gesofisticeerde berekening kan haar (zogenaamde “effectieve”) dosis worden geraamd op 6mSv, vergelijkbaar met de natuurlijke dosis die 4mSv/jaar bedraagt in België en in Frankrijk.
Deze dosis is veel te zwak om tot eventuele acute effecten (haaruitval, brandwonden op de huid, ...) te leiden. Er wordt zelfs aan getwijfeld of deze lage dosis het "natuurlijk" risico op kanker zou doen toenemen: de stijging van het risico wordt geraamd op 0,03 % in vergelijking met het basisrisico van 20 tot 30 %, wat dus verwaarloosbaar is.
Als de voorschrijvende arts en de radioloog hebben geoordeeld dat dit onderzoek diende te worden uitgevoerd, is dat omdat ze oordelen dat het risico op de ontwikkeling van kanker veel lager is dan de verwachte voordelen van het onderzoek.
7. Welke zijn de biologische en chemische risico's die zijn verbonden aan de productie van radio-isotopen? Antwoord
Naast het risico verbonden aan de chemische kenmerken van de stoffen in kwestie, bestaat er een risico op bestraling omdat radioactiviteit samengaat met de uitstoot van ioniserende stralingen. Dit kan een risico voor de gezondheid inhouden, omdat deze blootstelling het risico verhoogt om kanker aan de blootgestelde organen en weefsels op te lopen. Bij blootstelling aan hoge doses, kunnen brandwonden aan de blootgestelde organen en weefsels ontstaan. Deze laatste methode wordt trouwens in de geneeskunde gebruikt bij bepaalde radiotherapiebehandelingen om kankers te verwijderen door ze met sterke doses te bestralen. Er bestaan doeltreffende beschermingsmiddelen tegen ioniserende stralingen en daarom hecht het FANC veel belang aan het feit dat de vereiste maatregelen worden genomen om elke vorm van risico, hoe klein ook, te vermijden. De doeltreffendste beschermingswijze tegen radioactieve isotopen bestaat erin een besmetting door deze substanties zo veel mogelijk te vermijden.
Informatie over medische isotopen
IN HET KORT
Medische isotopen
- Radioactieve isotopen kunnen in het organisme van een patiënt worden geïnjecteerd en de energie die ze voortbrengen kan op een film worden weergegeven. Het beeld dat eruit resulteert vormt een belangrijk hulpmiddel bij de diagnose.
- De gammastralen die afkomstig zijn van een radioactieve bron kunnen gericht worden op een tumor en de kankercellen vernietigen.
- Radioactieve isotopen kunnen worden geproduceerd en in geneesmiddelen worden ingebracht. Eenmaal in een patiënt geïnjecteerd, stapelt dit geneesmiddel zich op in een bepaald gedeelte van het lichaam, zoals bijvoorbeeld in een tumor.
- Wanneer de isotopen desintegreren, komt er energie vrij die de tumor vernietigt.
8. Ik heb vorige week in het ziekenhuis een röntgenfoto van mijn hart laten maken. Ik moest eerst een drankje innemen. Het verzorgend personeel vertelde me dat het drankje radioactieve stoffen bevatte waardoor ze meer over mijn hart te weten konden komen. Is dat waar? Kunnen de radioactieve stoffen in dat drankje schadelijk zijn voor mijn gezondheid? Antwoord
In sommige opzichten vormt het rechtstreeks gebruik van radioactieve stoffen een alternatief voor de morfologische radiografie. Specialisten hebben immers vastgesteld dat het mogelijk is totaal verschillende afbeeldingen van het weefsel en de organen te bekomen door radioactieve bronnen in het lichaam in te brengen (ofwel door ze in te slikken,zoals in uw geval, ofwel door ze te injecteren) en ze te laten circuleren.
De radioactieve bron geeft een energetische straling af die door de camera wordt opgevangen. De beelden worden vervolgens met computers geanalyseerd. Aangezien de stralingsbron zich in het lichaam bevindt, is het mogelijk opnames van de werking van de organen te maken. Deze techniek en haar driedimensionale versie, de tomografie, worden gebruikt om de schildklier, het skelet of het hart te onderzoeken.
Op die manier beschikt het verzorgend personeel niet enkel over een ‘onmiddellijke' afdruk van uw hart, maar ook over een driedimensionale analyse van de werking van het orgaan in de tijd. Het drankje in kwestie leidt niet tot bijwerkingen en is, bijgevolg, niet schadelijk voor uw gezondheid.9. Met aandacht las ik onlangs uw artikel op de website van FANC omtrent de regularisatiecampagne die gevoerd wordt in de tandartsenpraktijk. Omdat ik enkele dagen later op controle moest bij mijn tandarts heb ik hem ook de vraag gesteld of er bij hem ook al controle was uitgevoerd. Omdat een tandarts met zijn RX toestel wat meer geïsoleerd staat dan de toestellen in ziekenhuizen vroeg ik me af of er een lijst is van tandartsen die in orde zijn met deze toestellen. Ziekenhuizen worden verondersteld dagelijks controles op de stralingdosering uit te voeren, hoe zit dat met tandartsen? Wat met toestellen die niet orde zijn? Stel dat de straling die zij uitzenden te hoog is? De beschermingsmaatregelen die tandartsen hieromtrent nemen zijn nihil. Hoe kan een patiënt weten dat hij geen te hoge straling gekregen heeft? In onze medische (over)consumptie maatschapij wordt er met betsralingen rond de oren gesmeten dat het lieve lust is. Kan u mij een lijst bezorgen van tandartsen die in orde zijn met hun toestellen en regelgeving? Antwoord
In antwoord op uw vragen , kan ik u bevestigen dat de hoeveelheid straling die gebruikt wordt in het tandartsenkabinet zeer klein is. Men spreekt dan van een honderdste van een millisievert of 0.01 mSv (de Sievert is een éénheid van effectieve dosis, waarbij men op conservatieve wijze rekening houdt met de gevoeligheid van de bestraalde weefsels en de gebruikte straling - in dit geval x-straling). Wanneer het gaat om een intra-orale opname bij de tandarts, bedraagt de dosis ongeveer 0.001 mSv (dit is de meest voorkomende dentale opname van 3 op 4 cm van een aantal tanden). Ter vergelijking geef ik u enkele waarden van andere röntgenonderzoeken: dentaal röntgenonderzoek 0.01 mSv < röntgenopname van de thorax 0.1 mSv < röntgenopname van de lumbale wervelkolom 1 mSv < CT-scan van de pelvis inclusief het abdomen 10 mSv.
Hoewel het lijkt of een zelfstandige tandarts minder onderhevig is aan controle, volgt het FANC de tandheelkundige sector al een aantal jaren van nabij opvolgt (mede door de regularisatiecampagne). Zo dient elke tandarts op individuele basis aan te tonen dat zij gediplomeerd zijn als tandarts, en dat zij opgeleid zijn om te kunnen werken met ioniserende straling; dit wordt door het FANC geattesteerd door een 'vergunning voor het gebruik van röntgenstraling voor tandheelkundige diagnose'. Deze vergunning gaat samen met de wettelijke verplichting dat elkeen die ioniserende straling gebruikt, zijn kennis en kunde op vlak van stralingsbescherming op peil dient te houden via permanente vorming op universitair niveau. Ook het tandheelkundig kabinet is onderhevig aan een reeks verplichtingen. Een 'oprichtings- en exploitatievergunning', dat door het FANC verleend wordt, attesteert het feit dat een tandheelkundig kabinet voldoet aan alle eisen op vlak van stralingsbescherming. Dit omvat onder meer dat de omgeving van het toestel ten minste jaarlijks wordt gecontroleerd door een erkende deskundige in de fysische controle, om ervoor te zorgen dat de stralingsbescherming van de gebruiker, het personeel en het publiek gegarandeerd blijft. Verder, voor de stralingsbescherming van de patiënt, bestaat er een periodieke kwaliteitscontrole van het röntgentoestel door een erkende deskundige in de medische stralingsfysica. Deze stralingsfysici staan in voor de stralingsbescherming van de patiënt en trachten steeds een zo laag als redelijker wijze mogelijke dosis te bereiken met een zo optimaal mogelijke beeldkwaliteit. Sinds 2009 dienen up-to-date kwaliteitscriteria voor gebruikt te worden, waarbij men momenteel ten minste jaarlijks deze kwaliteitscontrole dient uit te voeren.
Ondanks dat tandartsen geen (zichtbare) stralingsbeschermingsmaatregelen toepassen, zijn zij toch in zekere zin beschermd. De drie fundamentele stralingsbeschermingsprincipes zijn afstand, tijd en afscherming, waarbij vooral het eerste belangrijk is voor de gebruiker van tandheelkundige apparatuur. Voor een dentaal röntgenapparatuur volstaat het immers dat men zich op ten minste 2 meter van de patiënt (dit is de belangrijkste bron van strooistraling) begeeft bij het nemen van de opnames. De tijdsfactor is hier nagenoeg niet van toepassing omdat men opnamen neemt in de grootte-orde van 0.1 seconde. Qua afscherming beoordeeld de erkende deskundige voor fysische controle of er extra afscherming nodig is in de muren (bijvoorbeeld via lood), of voor de gebruiker (loodschort,...). Sommige tandartsen kiezen er ook voor om hun opgelopen dosis te registreren aan de hand van een dosimeter. Het FANC heeft ook recent enkele aanbevelingen in 'good practice' uitgebracht voor de tandheelkunde, die, indien ze worden nageleefd, een optimale bescherming voor patiënt en gebruiker toelaten. U kunt deze raadplegen via onze webpagina tandheelkunde: www.fanc.fgov.be > profiel medische sector > tandheelkunde
Voor uzelf, als patiënt, kan u niet weten of u een te hoge straling heeft gekregen. Röntgenstraling voelt, hoort of ziet men niet, en kan men bijgevolg enkel maar meten. Effecten van een te hoge dosis zijn ook niet waar te nemen, laat staan te relateren aan tandheelkundige röntgenopnames (de doses zijn veel te laag voor deterministische effecten, en de latentieperiode voor stochastische effecten zijn te lang). Via de metingen van de erkende deskundige in de medische stralingsfysica kan men wel achterhalen hoeveel dosis een patiënt heeft ontvangen bij een welbepaalde dosis. Een handige tool voor de berekening van uw risico kan de volgende website zijn: www.x-rayrisk.com Hier kunt u zelf ingeven welk type onderzoek u heeft ondergaan, waarbij het verhoogd risico op terminale kanker (één van de voornaamste effecten van een te hoge dosis aan ioniserende straling) wordt weergegeven.
10. Mijn zoontje van 4 heeft een CT scan ondergaan van zijn schedel naar aanleiding van een val. Ik moest een loden schort aan, hij niet. Ik wou graag weten of dit schadelijke gevolgen kan hebben voor hem. Antwoord
Het is zeker zo dat het uitgevoerde CT onderzoek een zekere stralingsdosis met zich meebrengt, zonder stralen kan je immers geen radiografisch onderzoek realiseren. Toch kan ik u meteen geruststellen: de dosis van zo een éénmalig onderzoek is beperkt (orde van grootte 1 mSv) en het risico, zo het al bestaat, is dan ook minimaal, zelfs voor uw jonge zoontje. In de diensten voor medische beeldvorming is er ook veel aandacht voor dit aspect “stralingsbescherming”, zeker wanneer het gaat om kinderen.
De arts die zo'n onderzoek voorschrijft maakt een afweging tussen de voordelen die hij verwacht van het onderzoek (in dit geval bijvoorbeeld het uitsluiten van een schedelbreuk, hersenbloeding, ... want die zouden een dringende behandeling kunnen vergen) en de nadelen, waaronder de risico's van de blootstelling aan X-stralen. Het onderzoek mag alleen plaats vinden als de voordelen duidelijk opwegen tegen de nadelen. Ik denk dat dit principe hier geëerbiedigd werd.
U hebt, zoals het hoort, een loodschort gekregen om u te beschermen tegen de stralen. Die stralingen kunnen voor uzelf immers geen enkel voordeel opleveren, hoogstens een risico betekenen. Voor uw zoontje hebben die stralen wel hun nut in termen van zijn medische op-punt-stelling en eventuele behandeling. In zijn geval heeft het gebruik van een loodschort heel weinig zin en het houdt een reëel risico in om de beeldvorming te verstoren. In zulk geval zou het onderzoek moeten worden overgedaan wat uiteindelijk zou neerkomen op meer dosis, en dat willen we net vermijden. Dit gezegd zijnde, kan het gebruik van een loodschort voor patiënten -en zeker voor kinderen- wel degelijk nuttig zijn bij een hele reeks andere onderzoeken, bijvoorbeeld bij een gewone röntgenfoto van de borstkas kan men de onderbuik (en dus onder andere de voortplantingsorganen) heel nuttig met een loodschort afschermen.
Bescherming van de bevolking, de werknemers & het leefmilieu
1. Ik heb op de radio gehoord dat het mogelijk was om gratis een radondetector voor privéwoningen te krijgen. Kunt u mij dit bevestigen en zeggen hoe ik die kan krijgen? Antwoord
De radonmetingen vinden gedurende drie maanden tijdens het koude seizoen (tussen oktober en april) plaats. De radontests worden door de plaatselijke instanties verdeeld en kosten € 30 (de tests om radon op te sporen worden niet gratis verdeeld). Op onze website vindt u de adressen van de leveranciers van de tests voor de provincie waar u woont.
2. Goeiedag, kan radon een invloed op de schildklier hebben? Mijn vrouw en ik hebben een kapotte schildklier (auto-immuunziekte). Volgens de endocrinoloog zou ons lichaam ze hebben vernietigd. Maar wij begrijpen niet hoe dit in minder dan één jaar tijd mogelijk is. Dank u voor uw antwoord. Antwoord
Na jarenlange verhoogde blootstelling aan radon, kan longkanker optreden. Dat is het enige erkende risico van radon na talrijke internationale epidemiologische en klinische studies. Er is geen verband met de schildklier of met andere ziektes.
Meer informatie vindt u op onze website: www.fanc.fgov.be
3. Betekent de site van Tsjernobyl nog een risico voor onze gezondheid hier in België ? Antwoord
De Tsjernobyl-ramp die zich op 26 april 1986 heeft voorgedaan, heeft geleid tot de uitstoot van schadelijke gasvormige radioactieve stoffen, aërosols en stofdeeltjes die de omgeving van Tsjernobyl hebben besmet, maar ook deze van alle aangrenzende landen die zich in de hoofdwindrichtingen bevonden. Wit-Rusland werd het meest getroffen. België werd eveneens besmet maar de waarden bleven onder de normen die van toepassing waren.
De inderhaast uitgevoerde herstelling van de structuur van het reactorgebouw die onmiddellijk na het ongeval werd uitgevoerd, bood slechts een tijdelijke oplossing die door de weersomstandigheden progressief is verslechterd. De internationale gemeenschap die zich bewust was van het enorme probleem van dit ongeval, heeft in 1997 een project gelanceerd dat tot doel had het gebouw te stabiliseren en de site milieuveilig te maken.
We kunnen er ons vandaag over verheugen dat de stabilisatie van het gebouw eindelijk voltooid is waardoor het risico dat er zich incidenten of ongevallen voordoen die tot een bijkomende besmetting kunnen leiden, zeer sterk wordt beperkt en waardoor het mogelijk is om rustig te wachten op het ogenblik waarop de overdekking geplaatst zal worden. Dit project heeft een budget van een grootteorde van een miljard euro en zou tegen 2013 voltooid moeten zijn. In elk geval is een herhaling van het ongeval van 1986 niet mogelijk en is het risico dat deze reactor nog een radioactieve wolk voortbrengt, extreem klein. Er vindt inderdaad geen kernreactie meer plaats binnen de reactor en de kans op ongevalsomstandigheden die tot een reactivering van de kernreactie van het nog in de reactor aanwezige materiaal zouden kunnen leiden, is zeer onwaarschijnlijk.
België beschikt bovendien over precieze actieplannen voor de bescherming van de bevolking in geval van een radiologische crisis. In de brochure "Hoe beschermt u zich bij een nucleair ongeval"
, vindt u meer informatie omtrent dit onderwerp.
4. We hebben vernomen dat de IJslandse aswolk radioactief is. Zijn er risico's voor onze gezondheid? ? Antwoord
De aswolk van de IJslandse vulkaan Eyafjallajokull bevatte inderdaad radioactieve deeltjes. Deze vinden hun oorsprong in het uranium en thorium dat van nature uit in de aardkorst aanwezig is en dus ook in het magma waarvan de as afkomstig is. Omwille van de grote verspreiding van de aswolk zijn de hoeveelheden radioactieve deeltjes echter zo klein dat er geen aanleiding is tot ongerustheid. Uit verschillende onderzoeken die in Europa zijn uitgevoerd, blijkt dat er tijdens en na de passage van de aswolk geen meetbare verhoging was aan radioactieve deeltjes die het aardoppervlak bereikten , o.m. omwille van de verdunning in de lucht en de hoogte waarop deze deeltjes zich bevinden (tussen de 1000 en 2000m).
Vanuit de missie van het FANC om de bevolking te beschermen tegen radioactiviteit is deze vulkaanuitbarsting met bijzondere aandacht opgevolgd. Het FANC controleert de radioactiviteit aan het aardoppervlak via het TELERAD meetwerk en via specifieke analyses op o.a. grond-, water-, en aerosol (fijn stof) stalen. Het FANC heeft de radioactiviteitsanalyses van de stofdeeltjes (verzameld op filters) afkomstig van deze aerosol-meetstations voor de betreffende periode (~15 tot ~22 april) bestudeerd. Er werden geen verhoogde meetwaarden vastgesteld. Ook de Telerad-gegevens van die periode tonen geen verhoging van de gamma dosistempi, noch abnormaliteiten in de aerosolwaarden (alpha en bêta).
Medische en industriële toepassingen
1. Zijn de radioactieve stoffen in ionisatierookmelders schadelijk voor de volksgezondheid? Klopt het dat, om een dergelijk toestel te vervangen, het volstaat om het open te vijzen en het binnenste gedeelte te vervangen, terwijl het buitenste gedeelte aan het plafond bevestigd blijft? Moet een dergelijk toestel worden vervangen door een specialist of mag om het even wie dit doen? Antwoord
Ionisatierookmelders bevatten meestal een zeer zwakke radioactieve bron (minder dan 40 kBg). Bovendien verhindert de structuur van het toestel dat er, bij normaal gebruik, enige verspreiding van radioactieve stoffen in de omgeving kan zijn. Het toestel veroorzaakt bij normale werking op geen enkel punt, gesitueerd op 10 cm afstand van zijn buitenzijde, een dosistempo dat hoger is dan 1 microsievert per uur.
Met andere woorden, een ionisatierookmelder vormt bij normale gebruiksomstandigheden niet het minste gevaar en kan zonder voorzorgsmaatregelen worden geïnstalleerd.
Om de tien jaar moeten rookmelders een onderhoudsbeurt krijgen om hun goede werking te garanderen. Dit onderhoud bestaat voornamelijk uit het afstoffen van de melder en geldt niet voor de radioactieve bron.
2. Sinds één jaar vragen wij aan dit Indisch staalbedrijf ons een document te bezorgen waaruit blijkt dat het materiaal veilig is en in overeenstemming is met de Europese regelgeving. Toch lijkt dit in India geen courante praktijk te zijn en ze geven ons geen enkel attest. Antwoord
Momenteel voorziet de Belgische regelgeving in geen enkele verplichte controle voor grondstoffen (ijzer) uit India.
In de haven van Antwerpen controleert de douane systematisch in- en uitgevoerde materialen met behulp van meetpoorten. Misschien kunt u nagaan of de lading uit India via een terminal met een meetpoort is gepasseerd?
Wat de certificaten betreft:
- De Belgische reglementering voorziet, wat de concentratie radio-isotopen betreft, limietwaarden die niet mogen worden overschreden.
- In België bestaat er geen systeem voor het certificeren van de afwezigheid van radioactiviteit. Het certificaat is niet verplicht. Elke industrieel voert controles en metingen voor zijn eigen rekening uit.
Wij raden u aan zeer voorzichtig te blijven tegenover certificaten die door een industrieel worden afgeleverd wanneer u niet weet hoe hij de metingen uitvoert.
Er kan eventueel een attest worden verkregen bij een erkende instelling voor fysische controle (Techni-Test, AV Controlatom), dat metingen ter plaatse uitvoert.
Bovendien kan een draagbaar meettoestel worden gekocht waarmee kan worden nagegaan of uw werkplek beveiligd is tegen straling. Doe dit in overleg met uw werkgever en de erkende instelling.
3. Ik heb horen zeggen dat kruiden worden gesteriliseerd met behulp van radioactiviteit? Is dat waar? Worden die kruiden dan niet radioactief? Antwoord
Alvorens ze in de winkels terechtkomen worden kruiden inderdaad blootgesteld aan ioniserende stralingen om de bacteriën, die ze van nature bevatten, te verwijderen. Voedingsstoffen worden helemaal niet radioactief door deze blootstelling. Deze blootstelling is bedoeld om de micro-organismen of insecten te doden en om de producten te steriliseren en te pasteuriseren.
Kikkerbillen, garnalen, kip, eieren, diepvriesproducten en groenten zijn nog andere voedingsmiddelen die worden bestraald. Bij groenten zorgt dit proces ervoor dat ze trager beginnen te kiemen(met name bij look en uien). De voedingsmiddelen zijn niet besmet of radioactief.
Nucleaire basisinrichtingen
1. Welk soort rook komt er uit de koeltorens van een kerncentrale? Antwoord
In tegenstelling tot wat sommigen denken, is de witte rook die uit de grote koeltorens van de kerncentrales komt niet vervuilend want het is waterdamp.
De reactor van een kerncentrale bevat uranium. In de reactor worden de atoomkernen van het uranium door neutronen gesplitst. Wanneer de kern wordt gesplitst, geven de uraniumatomen meerdere neutronen en ioniserende stralen vrij. Deze vrijgekomen neutronen veroorzaken op hun beurt een nieuwe splitsing van de uraniumkernen. Dit noemt men de kettingreactie. De daarbij ontstane warmte wordt gebruikt om het water van de turbinekring te verwarmen en stoom te vormen. Dankzij deze stoom worden de turbines aangedreven en, net zoals bij een dynamo, wekt deze turbine elektriciteit op. De witte rook die uit de koeltorens van een kerncentrale komt, is afkomstig van de koeling van de uitgewerkte stoom op het einde van de turbine.
2. Ik heb enkele goede flessen Roemeense wijn uit 1986 gekocht, afkomstig uit een gereputeerde wijngaard die echter dicht tegen de Oekraïense grens ligt. Bestaat er een risico op schadelijke radioactiviteit wanneer ik deze wijn drink, als gevolg van de kernramp in Tsjernobyl? Kan ik een staal laten analyseren? Antwoord
De neerslag van de kernramp in Tsjernobyl viel verspreid over ongeveer tien dagen, van eind april tot begin mei.
Radioactieve wolken zijn boven Roemenië gedreven en de gemeten neerslag varieerde er sterk, naargelang de plaatselijke weersomstandigheden. De neerslagwaarden bedroegen in elk geval niet meer dan 100.000 Bequerel (Bq) per m². U kunt de neerslagkaart bekijken op de website van het UNSCEAR, via deze link: http://www.unscear.org/unscear/en/chernobylmaps.html. Om u nog meer details te kunnen geven, zou het nuttig zijn ons te laten weten uit welke regio de door u gekochte wijn afkomstig is.
Het is wel geruststellend te kunnen zeggen dat, toen het ongeval plaatsvond, in het begin van de lente, de wijngaarden nog maar nauwelijks in bloei stonden. Hierdoor is de rechtstreekse besmetting van de planten door de neerslag zeer beperkt gebleven en bovendien zijn er verschillende maanden verstreken vooraleer de ranken vruchten zijn beginnen te dragen. De besmetting van de druif, door overdracht van een fractie (1 %) van wat door de bladeren werd opgevangen, is dus relatief klein geweest. Het is moeilijk om dit te berekenen zonder meer informatie te hebben over de oorsprong van de wijn en zonder informatie over de ontwikkelingsfase van de wijngaard op het ogenblik van de neerslag.
De meeste neerslag is dus op de grond terechtgekomen. In de wetenschap dat de wortels van de ranken diep in de grond gaan op zoek naar voedsel en water, hebben ze slechts weinig van de neerslag op de bodem opgenomen. Uit cijfers gepubliceerd dor de Fédération Nationale des Syndicats d'Exploitants Agricoles (FNSEA - Frankrijk), in samenwerking met het Institut de Protection et de Sûreté Nucléaire (IPSN - Frankrijk), blijkt dat er voor 100.000 Bq Cesium-137 op 1 m² grond, minder dan 1 Bq in 1 liter rode wijn is terug te vinden. In de loop der jaren heeft de interactie tussen de bodembestanddelen (voornamelijk klei) en Cesium laatstgenoemde onschadelijk gemaakt, zodat de planten er steeds minder en minder van opnemen.
Door het wijnbereidingsprocedé (persen, maceratie, filtratie, ...) komt slechts een deel van de Cesium-radioactiviteit van de druif (ongeveer 50 %) in de wijn terecht.
Ongeacht hoezeer de wijn aanvankelijk ook was besmet dient nog te worden gezegd dat bijna de helft van het sinds 1986 aanwezige Cesium-137 is verdwenen (radioactiviteit heeft de eigenschap te verdwijnen met de tijd). Tot slot bedraagt het kaliumgehalte van de wijn ongeveer 1 g/l; sommige kaliumatomen zijn van nature uit radioactief (1 g kalium is goed voor 30 Bq radioactief kalium-40). Meer dan waarschijnlijk is de natuurlijke radioactiviteit in uw wijn hoger dan de radioactiviteit afkomstig van Tsjernobyl.
Om de hoeveelheid radioactief Cesium in uw wijn met zekerheid te kennen, moet u hem laten meten in een gespecialiseerd laboratorium (kost ongeveer € 100), maar ik denk echt niet dat dat nodig is.
3. Wij zijn een onderneming die actief is in de bankinformatica. Wij staan op het punt een overeenkomst met een partner in Kazachstan (KZ) te sluiten, maar heel wat geruchten en informatie doen de ronde. Kunt u ons zeggen of u het momenteel als een risico beschouwt om werknemers en hun vrouwen (waaronder een zwangere vrouw) naar Almaty te sturen? Antwoord
In antwoord op uw vraag heb ik geen weet van het bestaan van een bijzonder radiologisch risico in Almaty of in de onmiddellijke omgeving.
Bepaalde gebieden in Kazachstan zijn radioactief besmet als gevolg van sovjetkernproeven (zoals het testgebied Semipalatinsk), maar zonder bijzondere gevolgen voor Almaty. Ik ben er zelf verschillende malen geweest en de dosistempo's die ik er heb gemeten zijn van hetzelfde niveau als de achtergrondstraling gemeten in België.
Een verblijf in Almaty houdt radiologisch gezien geen bijzonder risico in. Er zijn niet meer contra-indicaties voor vrouwen, zelfs indien ze zwanger zijn.
4. Ik ben leerkracht en heb veel aandacht besteed aan de maatregelen die in het geval van een kernongeval moeten worden genomen, zoals gepubliceerd door de federale overheid. Mijn aandacht werd gevestigd op een van deze maatregelen: de ouders wordt gevraagd hun kinderen op school te laten omdat de ”leerkrachten weten wat hen te doen staat”. Welnu, ik realiseer me dat ik niet echt weet wat doen. Beschikt u over een dossier waarin de maatregelen staan beschreven die door de leerkrachten moeten worden genomen in geval van een kernongeval? Antwoord
Uw school bevindt zich niet in een noodplanningszone van het IRE Fleurus of van de kerncentrale van Tihange. Toch moet de school haar intern noodplan voor een hele reeks andere risico's invullen.
Ik stel voor dat u een kijkje neemt op de website van de Franse Gemeenschap, www.espace.cfwb.be/sippt, en de volgende link volgt: > Banque de connaissances > Obligations administratives > Plan interne d´urgence > Dispositions en cas d´incident nucléaire.
U kunt ook omzendbrief nr. 2115 van 03/12/2007 raadplegen, die eveneens beschikbaar is op deze website. Voor inlichtingen in verband met het INP kunt u contact opnemen met:
Mevrouw Pascale LHOEST
Preventieadviseur
Ministerie van de Franse Gemeenschap – Directie SIPPT
Belliardstraat 9 – 13
1040 BRUSSEL
02 213 59 65
5. Tot wie moet ik mij richten om de datums en uren van de nucleaire sirenetests te kennen? Antwoord
De sirenes worden elke eerste donderdag van elke maand tussen 8.45 en 10.15 uur getest.
Meer informatie vindt u op de website van het Crisiscentrum: http://www.crisis.ibz.be/index.php?option=com_content&task=view&id=193&Itemid=145&lang=dutch
6. Ik heb onlangs opgevangen dat kernenergie geen CO2 produceert. Is dat waar? Antwoord
Het is niet juist te zeggen dat een technologie om elektriciteit te produceren geen CO2 produceert, om de eenvoudige reden dat de infrastructuren, hun onderhoud en hun levenscyclus handelingen vereisen waarbij CO2 wordt uitgestoten. Daarom is, zowel voor kernenergie als voor andere energievormen, enige nuance op zijn plaats en is het beter te spreken over “technologieën die in de elektriciteitsproductiefase geen CO2 produceren”.
Dit geldt voor windenergie, hydraulische energie en zonnepanelen. Los van hun productieproces stoten al deze technologieën CO2 uit, in die mate dat windturbines moeten worden gebouwd, vervoerd, geïnstalleerd, enz.
Het Zwitserse Paul Scherrer-instituut heeft zich gespecialiseerd in de gedetailleerde analyse van alle chemische uitstoten als gevolg van menselijke activiteit. Het publiceert al vele jaren rapporten over dit thema. Het werk van dr. Stefan Hirschberg handelt over de levenscyclus van de verschillende vormen van energieproductie – van de extractie van de brandstof tot de ontmanteling van de installaties. Zijn belangrijkste vaststelling is dat kernenergie, windenergie, hydraulische energie en, in mindere mate, fotovoltaïsche energie, dicht bij elkaar liggen en slechts in geringe mate bijdragen tot de CO2-uitstoot.
Radioactief afval
1. Ik heb vernomen dat er in Dessel een opslagplaats voor radioactief afval ligt. Is dat niet gevaarlijk? Hangt er geen radioactiviteit in de lucht? Antwoord
Vandaag wordt het radioactief afval tijdelijk opgeslagen in daartoe voorziene installaties en dit op veilige wijze.
In de toekomst wordt het afval geborgen op een quasi definitieve wijze afhankelijk van het risico, hetzij in een specifieke oppervlakteberging, hetzij diep onder de grond in hermetische vaten.
Hoewel er normaal geen enkel risico bestaat dat radioactieve stoffen vrijkomen, wordt regelmatig onderzoek uitgevoerd naar de eventuele gevolgen van deze opslagplaats voor het milieu. Dit onderzoek dient om de kwaliteit van de lucht, het oppervlaktewater en het grondwater te controleren. De resultaten van deze metingen worden meegedeeld aan de bevolking.
2. Kent men reeds een oplossing voor langlevend middel- en hoogradioactief afval ? Antwoord
België heeft nog geen beslissing genomen voor het langetermijnbeheer van radioactief afval van categorie B en C. Toch heeft het Studiecentrum voor Kernenergie sinds 1973 uitgebreid de kleilaag bestudeerd die zich in zijn ondergrond bevindt en die de opslag van afval in de geologische lagen in de diepte mogelijk moet maken. Wij beschikken dus over reële opties. België wil echter niet overhaast te werk gaan en haar analyses nog uitwerken. De eerste opslag is pas voorzien vanaf 2040.
In tegenstelling tot afval van categorie A (kortlevend middel- en hoogradioactief afval, definitieve oppervlakteberging), heeft de regering tot op heden nog geen enkele principiële beslissing genomen over de keuze voor een langetermijnoplossing voor langlevend hoogradioactief afval.
NIRAS (de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen) bereidt momenteel het “Afvalplan” voor. Dit plan moet de verschillende opties inzake het langetermijnbeheer van radioactief afval verkennen (met uitzondering van afval van categorie A, waarvoor in 2006 een beslissing is genomen). Het FANC wordt verzocht om zijn advies te verstrekken over het Afvalplan en over het Milieueffectrapport (MER).
3. Waar wordt het kernafval in België bewaard? Antwoord
Volgens het jaarverslag 2003 van NIRAS slaat ons land momenteel 2400 ton hoogradioactief kernafval op. Het hoogradioactief afval wordt al jaren “tijdelijk” opgeslagen in Doel, Tihange en Dessel. Een deel gaat ook naar La Hague, waar het wordt behandeld en waarna het terugkeert in de vorm van plutonium of verglaasd afval.
Wat het laagradioactief afval betreft, worden momenteel gesprekken gevoerd met Mol, Dessel, Farciennes en Fleurus om opslagplaatsen te bouwen.
4. Hoelang blijft kernafval radioactief? Antwoord
Kernafval wordt ingedeeld op basis van zijn activiteit en halveringstijd. Zo heeft een bepaald afval bijvoorbeeld een hoge radioactiviteit maar een korte halveringstijd. Ander afval heeft dan weer een lage activiteit en een lange halveringstijd.

Op basis van deze twee factoren wordt het kernafval in drie categorieën onderverdeeld:
- Categorie A: kortlevend laag- of middelactief afval;
- Categorie B: langlevend laag- of middelactief afval;
- Categorie C: kort- of langlevend hoogactief afval.
| Laatste update |
|---|
| 08/04/2010 - 10:09 |



