NL : FR
 RSS
Arrow Sitemap

Onze missie 

' Het FANC bevordert de doeltreffende bescherming van de bevolking, werknemers
en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende straling '.

RADON

De nucleaire beveiliging

Index

Algemeen


In het algemeen wordt de nucleaire beveiliging gegarandeerd door de bevordering van een daadwerkelijke veiligheidscultuur in alle betrokken milieus en door de invoering van een geheel aan fysieke beveiligingsmaatregelen die van administratieve, organisatorische en technische aard zijn. Deze maatregelen moeten bijdragen tot het voorkomen van kwaadwillige handelingen die gericht zijn tegen radioactieve stoffen en nucleaire installaties en, in geval dergelijke aanslagen gepleegd worden, tot het zoveel mogelijk vertragen van de agressoren ten einde ervoor te zorgen dat de ordediensten op tijd kunnen aankomen.

De perceptie van de nucleaire beveiliging is de laatste dertig jaar aanzienlijk geëvolueerd.

Gedurende lange tijd heeft de internationale gemeenschap enkel interesse gehad voor de fysieke beveiliging van het kernmateriaal (1).

Inderdaad, tot aan de vooravond van de XXIste eeuw was de hoofdbekommernis de proliferatie van kernwapens. Omdat diefstal of ontvreemding van kernmateriaal bepaalde staten kon helpen om een kernwapen te verwerven, dienden de inspanningen eerst gericht te worden op de beveiliging van dit materiaal.

In de loop van de jaren 90 ontwikkelde zich niettemin het idee dat dit gestolen of ontvreemd materiaal eveneens door een groep individuen voor terroristische doeleinden gebruikt kon worden. Het was eveneens in die periode dat het risico op sabotage van een kerninstallatie daadwerkelijk in overweging begon te worden genomen.

Het concept van het nucleair terrorisme was geboren.

Tenslotte heeft het extreme terrorisme, dat algemeen gesymboliseerd werd door de aanslagen van 11 september, evenals de geruchten m.b.t. het gebruik van “vuile bommen”, meer bepaald in het kader van bepaalde regionale conflicten, geleid tot de conclusie dat alle radioactieve stoffen aantrekkelijk zouden kunnen zijn voor individuen die het vaste voornemen hebben om terreur te zaaien door de bevolking en het leefmilieu bloot te stellen aan stralings- en/of besmettingsrisico's. Het was derhalve aangewezen om alle Staten bewust te maken van het feit dat het radiologisch terrorisme een wel reëel risico vormt en om hen ertoe aan te zetten de vereiste maatregelen te treffen om het radioactief materiaal te beschermen.

De internationale conventie inzake de repressie van daden van nucleair terrorisme (EN versie) werd op 13 april 2005 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. De conventie werd ter ondertekening aan de Staten op 14 september 2005 voorgelegd; de lidstaten van de Europese Unie hebben het dezelfde dag ondertekend.

Het Verdrag heeft het voorwerp gemaakt van een instemmingswet (10/09/2009).

Het algemene doel van de Conventie bestaat in de preventie en de repressie van daden van nucleair en radiologisch terrorisme.

Ze geeft een gedetailleerd overzicht van de inbreuken i.v.m. het onwettig en intentioneel bezit en gebruik van radioactieve stoffen of van een radioactief projectiel evenals i.v.m. het onwettig gebruik of de beschadiging van een kerninstallatie.

De Staten die partij zijn, verbinden er zich toe om deze inbreuken binnen hun intern recht strafbaar te maken en om deze te sanctioneren rekening gehouden met de ernst van de feiten.

De Staten die partij zijn verbinden er zich eveneens toe om gepaste maatregelen te treffen om de beveiliging van de radioactieve stoffen te garanderen, rekening gehouden met de aanbevelingen van het IAEA die terzake van toepassing zijn.

Met het oog op de vooropgestelde doelstellingen is de Conventie m.b.t. het nucleair terrorisme een belangrijke stap op het gebied van de nucleaire beveiliging. Voor de eerste maal is er inderdaad een internationaal juridisch bindend instrument dat handelt over de fysieke beveiliging van alle radioactieve stoffen en over de kwaadwillige handelingen waarvan ze het doel of het voorwerp zouden kunnen zijn.

 Terug naar boven

De fysieke beveiliging van het kernmateriaal

De nationale regelgeving betreffende de fysieke beveiliging van het kernmateriaal, de nucleaire installaties en het vervoer van kernmateriaal


Teneinde een wettelijke basis aan de fysieke beveiliging van het kernmateriaal en de nucleaire installaties te verlenen, werd de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle door de volgende wetten gewijzigd:

  1. de wet van 2 april 2003 tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie ;
  2. de wet van 30 maart 2011 tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot wijziging van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.

De wijzigingen aan de bovenvermelde wet van de 11 december 1998 hebben als voornaamste doel toe te laten dat, in zekere gevallen, mensen die niet of nog niet over een veiligheidsmachtiging beschikken, toegang mogen hebben, vermits compenserende maatregelen (o.a. veiligheidsattest), tot materiaal, zones en documenten die krachtens de voormelde wet van 15 april 1994 gecategoriseerd zijn.

De vier koninklijke besluiten vormen het reglementair kader van de fysieke beveiliging van het kernmateriaal, de nucleaire installaties en het nucleaire vervoer :

  1. koninklijk besluit van 17 october 2011 betreffende de fysieke beveiliging van het kernmateriaal en de nucleaire installaties (« KB Fysieke beveiliging ») ;
  2. koninklijk besluit van 17 october 2011 betreffende de categorisering en de definiëring van veiligheidszones in de nucleaire installaties en de nucleaire vervoerbedrijven (« KB Veiligheidszones ») ;
  3. koninklijk besluit van 17 october 2011 betreffende de veiligheidsattesten voor de nucleaire sector en tot regeling van de toegang tot de veiligheidszones, het kernmateriaal of tot de nucleaire documenten in bepaalde bijzondere omstandigheden (« KB Veiligheidsattesten ») ;
  4. koninklijk besluit van 17 october 2011 besluit houdende de categorisering en de bescherming van nucleaire documenten (« KB Documenten »).

De formulieren voor aanvragen binnen het kader “Trustworthiness”, kunt u hier in Word-formaat downloaden:

Melding van toegang tot veiligheidszones in noodgevallen

Voor bijkomende informatie, kunt u contact opnemen met screening@fanc.fgov.be.

De aanbevelingen van het IAEA


De verantwoordelijkheid voor de invoering en het behoud van een nationaal fysiek beveiligingssysteem voor het kernmateriaal en de kerninstallaties (hetzelfde geldt voor de radioactieve stoffen) valt te beurt aan elke staat. Toch is de internationale dimensie op dit gebied, zoals tegenwoordig op vele andere gebieden, overal en altijd aanwezig omdat het beveiligingssysteem dat al dan niet door een staat werd opgericht belangrijke gevolgen kan hebben voor de nucleaire veiligheid van zijn buurlanden.

Het is op basis van deze vaststelling dat het IAEA in 1972 besloten heeft om zijn eerste aanbevelingen voor de fysieke beveiliging van het kernmateriaal (INFCIRC 225) te publiceren om zo de lidstaten te helpen om hun nationaal fysiek beveiligingssysteem te definiëren.

INFCIRC 225 « Recommendations for the Physical Protection of Nuclear Material » werd sindsdien al vijf maal herzien: in 1977, 1989, 1993, 1999 en 2011. De herziening van 1999 is vooral belangrijk omdat hierdoor in de aanbevelingen bepalingen werden ingevoerd m.b.t. de sabotage van kernmateriaal en kerninstallaties; sinds 1999 werden de aanbevelingen van het IAEA herdoopt in : « Recommendations for the Physical Protection of Nuclear Material and Nuclear Facilities  ».

Het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal (VFBK).


Op het einde van de jaren 70 was de internationale gemeenschap van oordeel dat er voor de fysieke beveiliging van het kernmateriaal een internationaal juridisch bindend instrument nodig was om onder andere het multilateraal stelsel van de nucleaire non-proliferatie te versterken. (NB: de aanbevelingen zijn bedoeld als inspiratie voor de regelgeving van de staten maar ze zijn op zich niet juridisch bindend).

Het ontwerpverdrag dat aan de onderhandelaars in het laatste semester van 1977 werd voorgelegd, was zeer ambitieus want het wilde de beveiliging van het kernmateriaal regelen en dit zowel op het grondgebied van een deelstaat als tijdens het vervoer naar een andere staat; daarenboven voorzag het internationale controles om zich ervan te verzekeren dat het Verdrag werd nageleefd.

Talrijke onderhandelaars, waaronder België, weigerden van bij de aanvang het controleprincipe en waren van oordeel dat enkel het risico op kwaadwillige handelingen gericht tegen kernmateriaal tijdens het internationaal vervoer een internationaal verdrag rechtvaardigden, vermits de fysieke beveiliging van het kernmateriaal op het grondgebied van een staat exclusief toebehoorde tot de nationale soevereiniteit van die staat.

Geleidelijk aan kwam er een compromis op gang rond een tweehoofdig verdrag waarvan de bepalingen van meer technische aard enkel betrekking zouden hebben en op de beveiliging van het kernmateriaal tijdens het internationaal vervoer, terwijl de strafbepalingen en deze m.b.t. de gerechtelijke samenwerking eveneens van toepassing zouden zijn op het gebruik, de opslag of het vervoer van het kernmateriaal op het nationaal grondgebied.


Het VFBK werd ter ondertekening aan de staten op 3 maart 1980 voorgelegd en is op 8 februari 1987 in werking getreden. België heeft het, samen met zijn Europese partners en met de Commissie van de Europese Gemeenschap op 13 juni ondertekend. Het VFBK is in de lidstaten van de EGA in werking getreden op 6 oktober 1991.

Op 8 juli 2005 hebben de lidstaten van het VFBK een bepaald aantal amendementen m.b.t. het Verdrag aanvaard.

Deze amendementen hebben betrekking op:

  • De uitbreiding van het toepassingsgebied van het Verdrag tot het kernmateriaal dat wordt gebruikt, opgeslagen en op het nationaal grondgebied vervoerd;
  • De toevoeging van nieuwe inbreuken aan de lijst met de reeds voorziene inbreuken: smokkel van kernmateriaal, sabotage van nucleaire installaties, oprichting van misdadigersbendes ten einde kwaadwillige handelingen te ondernemen gericht tegen kerninstallaties en kernmateriaal;
  • De uitbreiding van de samenwerking tussen de staten met het oog op de snelle uitvoering van maatregelen voor de lokalisatie en de recuperatie van gestolen of frauduleus binnen een staat binnengebracht kernmateriaal; voor de verzachting van de radiologische gevolgen van sabotage gericht tegen kerninstallaties en, ten slotte, voor de preventie van sabotage;
  • De invoering in het Verdrag van de twaalf grondbeginselen inzake de fysieke beveiliging (verantwoordelijkheid van de staat, opeenvolgende verantwoordelijkheden tijdens het internationaal vervoer, wet- en regelgevend kader, bevoegde autoriteit, verantwoordelijkheid van de vergunninghouders, veiligheidscultuur, dreiging, gradatiesysteem, diepteverdediging, kwaliteitsborging, rampenplannen, vertrouwelijkheid);
  • Het actualiseren van de bepalingen van het Verdrag m.b.t. de uitlevering;
  • De wijziging van de titel van het Verdrag, dat wordt: “Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal en kerninstallaties”.

Het herziene VFBK is nog niet in werking getreden.

In België is de procedure m.b.t. de goedkeuring van het herziene Verdrag op dit ogenblik aan de gang.

De internationale basisdocumenten m.b.t. de fysieke beveiliging van het kernmateriaal, de nucleaire installaties en het nucleair vervoer

 Terug naar boven

De beveiliging van de andere radioactieve stoffen

Gedragscode m.b.t. de veiligheid en de beveiliging van de radioactieve bronnen en richtsnoeren voor de invoer en uitvoer van radioactieve bronnen


In 2002 heeft het IAEA de wijziging van zijn gedragscode m.b.t. de veiligheid van de radioactieve bronnen ondernomen ten einde er bepalingen m.b.t. hun beveiliging toe te voegen.

De Top van de G8 van Kananaskis lanceerde het principe van een wereldwijd Partnership om de terroristen, of zij die hen asiel aanbieden, te verhinderen toegang te krijgen tot massavernietigingswapens en –materiaal.

In de context van dit partnership besliste de G8, op de Top van Evian in 2003, om strenge maatregelen aan te nemen om zo te verhinderen dat radioactieve bronnen in handen van terroristen zouden komen met als doel om vuile bommen te vervaardigen. Met dit doel heeft de G8 zich geëngageerd om die elementen van het ontwerp van de door het agentschap herziene gedragscode te steunen die, volgens hem, het meest geschikt waren om het radiologisch terrorisme te voorkomen.

Er werden zeven elementen in aanmerking genomen:

  • Nationale registers waardoor deze bronnen gelokaliseerd kunnen worden;
  • Programma's voor de recuperatie van weesbronnen;
  • Nationale reglementen die de uitvoer van hoge risicobronnen beperken tot staten die over doeltreffende controlesystemen beschikken;
  • Vereisten inzake de kennisgeving aan de invoerende Staten;
  • Maatregelen die op nationaal niveau getroffen worden om ervoor te zorgen dat diefstal of het niet-conform gebruik van radioactieve bronnen onderhevig zijn aan strafrechtelijke sancties;
  • Maatregelen m.b.t. de fysieke beveiliging en de toegangscontrole tot plaatsen waar zich radioactieve bronnen bevinden;
  • Wetten die door elk land worden aangenomen ten einde te garanderen dat de gebruikte ingekapselde hoge risicobronnen in optimale veiligheids- en beveiligingsomstandigheden verwijderd worden.

Eind juli 2003 was de tekst van de herziene code klaar en vanaf september werd hij aan de Algemene Conferentie van het IAEA voorgelegd die de tekst goedkeurde. Hoewel ze het niet bindend juridisch karakter van de code erkende, heeft de Conferentie onmiddellijk de Staten ertoe aangezet om aan de Directeur-generaal van het Agentschap een schrijven te richten om hem ervan op de hoogte te brengen dat ze de inspanningen van het Agentschap om de veiligheid en de beveiliging van de radioactieve bronnen te verhogen, ten volle ondersteunden en dat ze ijverden om de vermelde richtsnoeren in de gedragscode toe te passen.

Door zich te richten tot de Directeur-generaal engageerden de Staten zich dus politiek om, dankzij een gepaste wetgeving en regelgeving, de veiligheid en de beveiliging van de bronnen te verhogen door doeltreffende controles in te voeren en door ze tegen diefstal, verlies of elk onwettig gebruik te beschermen.

Een jaar later, in 2004, heeft de Algemene Conferentie een reeks bijkomende richtsnoeren aangenomen die betrekking hadden op de uit- en invoer van radioactieve bronnen; het statuut van deze richtsnoeren is identiek aan deze van de gedragscode.

De basisdocumenten betreffende de beveiliging andere radioactieve stoffen

 Terug naar boven

De rol van het FANC


Het FANC stelt de voorontwerpen van wet en kb op die de nucleaire veiligheid in België moeten regelen. In dit kader heeft het bij zijn Voogdijminister, de Minister van Binnenlandse Zaken, meerdere voorontwerpen van wet en kb ingediend die bestemd zijn om ons nationaal fysiek beveiligingssysteem van kernmateriaal en kerninstallaties te actualiseren en te versterken.

Wanneer de regelgeving m.b.t. de fysieke beveiliging van het kernmateriaal en de kerninstallaties in werking zal zijn getreden, zal het FANC de fysieke beveiligingssystemen moeten erkennen die door de exploitanten van de kerninstallaties en door de verantwoordelijken van de vervoermaatschappijen van kernmateriaal werden opgesteld. Het zal eveneens de naleving van voormelde wetgeving binnen de installaties en tijdens het vervoer van het kernmateriaal controleren.

Het FANC levert, op aanvraag van de exploitanten en op basis van een veiligheidsverificatie, de veiligheidsattesten af waardoor personen die niet binnen een bepaalde installatie werkzaam zijn er onder bepaalde voorwaarden toegang kunnen hebben.

Het Agentschap onderhoudt een nauwe dialoog met de exploitanten en de vervoerders ten einde hen te helpen de veiligheid van het kernmateriaal dat ze gebruiken, opslaan of vervoeren, evenals deze van hun installatie te optimaliseren.

M.b.t. de beveiliging van radioactieve ingekapselde bronnen, bestaan er reeds reglementaire bepalingen in het ARBIS (Algemeen Reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen), maar er is een studie aan de gang om te bepalen of de bestaande regelgeving niet moet worden aangevuld opdat ze nog meer op een lijn zou zitten met de vereisten van de gedragscode. Het Agentschap laat de invoer of de uitvoer van radioactieve bronnen toe. Het vormt tevens het Belgisch contactpunt voor de databank van het IAEA m.b.t. de illegale handel in radioactieve stoffen.

Het FANC is lid van de Nationale Veiligheidsautoriteit.

Het FANC neemt actief deel aan de onderhandelingen m.b.t. de relevante internationale instrumenten op het gebied van de nucleaire veiligheid evenals aan de door het IAEA georganiseerde deskundigenvergaderingen.

Tenslotte is het FANC lid van de ENSRA (European Nuclear Security Regulators Association).

arrows Terug naar boven

1. Overeenkomstig Artikel XX van de IAEA-Statuten wordt verstaan onder kernmateriaal:
“Kernmateriaal: de volgende bijzondere splijtbare producten en kerngrondstoffen:

  1. de bijzondere splijtbare producten zijn plutonium 239, uranium 233, uranium verrijkt in uranium 235 of 233: elk product dat één of meerdere van de hierboven vermelde isotopen bevat.Uranium verrijkt in uranium 235 of 233 is uranium dat hetzij uranium 235 bevat hetzij uranium 233, dan wel deze beide isotopen in een zodanige hoeveelheid dat de verhouding tussen de som van beide isotopen en de isotoop 238 groter is dan de verhouding tussen de isotoop 235 en de isotoop 238 in natuurlijk uranium;
  2. de kerngrondstoffen zijn het uranium dat een mengeling aan isotopen bevat die in de natuur voorkomen en uranium verarmd in uranium 235; thorium; de voornoemde materialen onder de vorm van metaal, legering, de chemische verbindingen of concentraten”.


Laatste update
05/09/2012 - 10:08


Meldpunt

 
ensreg
 
 
 

INES

 
GED


 printvriendelijk  Home

Copyright 2013 © - Wettelijke vermeldingen