Beknopte samenvatting van de tienjaarlijkse herziening van Belgoprocess, site 1
| Index |
|
|
1. Inleiding
Dit document is de beknopte samenvatting van de tienjaarlijkse herziening van site 1 van Belgoprocess. Dit document heeft als doel om op heldere wijze de reglementaire context, de doelstelling, de werkwijze en de resultaten van de tienjaarlijkse herziening samen te vatten.
2. Reglementaire context
Belgoprocess N.V. dient als nucleaire exploitant te beschikken over de nodige vergunningen om installaties uit te baten. Zo beschikt Belgoprocess over een vergunning waarmee de installaties op site 1 (gelegen in de gemeente Dessel) worden uitgebaat. Aan deze vergunning werd de voorwaarde gekoppeld dat Belgoprocess samen met het controleorganisme Bel V tenminste om de tien jaar de veiligheid van de installaties op site 1 dient te evalueren. Deze veiligheidsevaluatie wordt de tienjaarlijkse herziening (TJH) genoemd.
De doelstellingen van een tienjaarlijkse herziening zijn:
- Nagaan of de installatie ten minste hetzelfde of een hoger veiligheidsniveau vergeleken met de beginsituatie of de vorige TJH heeft;
- Aantonen dat de huidige voorzieningen voldoende zijn om een uitbating voor de volgende periode van 10 jaar te verzekeren in veilige omstandigheden;
- Aantonen dat de installaties in overeenstemming zijn met de gangbare nationale en internationale praktijken.
3. Belgoprocess site 1
Site 1, gelegen in de gemeente Dessel en ca. 55 ha groot, is ontstaan uit het voormalige Eurochemic. Deze pilootopwerkingsinstallatie werd in 1957 opgericht door een consortium van 13 OESO landen en een aantal privépartners. Eurochemic had twee opdrachten: de bouw en exploitatie van een experimentele opwerkingsfabriek voor de recyclage van gebruikte kernbrandstof én de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe opwerkingsmethoden. De bouw van de installatie startte in 1960; de indienststelling volgde in 1966. Bij de indienststelling van Eurochemic in 1966 werkten er 378 mensen van dertien verschillende nationaliteiten. Van de opstart in 1966 tot het einde van de opwerkingsactiviteiten in 1975 werd in totaal 180 ton brandstofelementen verwerkt van het type krachtreactoren waarbij 680 kg plutonium kon worden afgescheiden. Tegelijkertijd werd 30,5 ton hoogverrijkte uraniumbrandstof, afkomstig van de Europese proefreactoren, verwerkt waarbij 1350 kg hoogverrijkt uranium kon worden herwonnen.
Na de stillegging van de activiteit in 1975 werd de installatie uitvoerig gespoeld en in operationele stand-by gebracht. Tegelijkertijd werden er verschillende installaties gebouwd voor de verwerking en opslag van de geproduceerde afvalstoffen. De site werd overgedragen aan de Belgische staat en vervolgens in 1984 aan het pas opgerichte Belgoprocess, aanvankelijk met het oog op de verderzetting van de opwerkingsactiviteiten. In 1985 werd beslist om de opwerking niet verder te zetten en werd Belgoprocess overgenomen door NIRAS, de nationale instelling voor radioactieve afvalstoffen. Van toen af werd begonnen met de ontmanteling van de installaties en de verwerking van nucleair afval.
De belangrijkste installaties op site 1 zijn:
- Cilva (137X): verbranding en supercompactie van laagactief afval
- Pamela (131X): verwerking van middelactief en alfahoudend afval
- Gebouw 110Z: verwerking van alfahoudend afval
- Gebouw 108X: verwerking van laag- en middelactief afvalwater
- Eurobitum (126Y): conditionering van middelactief vloeibaar afval
- Gebouwen 136X, 129X, 156X: opslag van hoogactief afval/bestraalde brandstof
- Gebouwen 105X, 121X, 122X, 124X: opslag van middel- en hoogactief vloeibaar afval
- Gebouwen 150X, 151X, 155X: opslag van laagactief geconditioneerd afval
- Gebouwen 125X, 127X: opslag van middelactief afval
Verwerkingscel Pamela (131X) |
Pamela (131X) : supercompactor |
Gebouw 127X : opslag van middelactief afval |
Gebouw 136X : opslag van hoogactief verglaasd afval |
4. Werkwijze
De evaluatie omvat naast de installaties en nutsvoorzieningen ook een aantal algemene veiligheidsthema's die gemeenschappelijk zijn voor alle installaties.
Bij de algemene veiligheidsthema's werden 13 onderwerpen gedefinieerd, gaande van de vereiste personeelsmiddelen voor de uitbating, over noodplanning, stralingsbescherming, brandveiligheid tot externe risico's.
Alle installaties van site 1, met uitzondering van deze installaties waarvoor een ontmantelingsvergunning bekomen werd, worden onderworpen aan een gedetailleerd
onderzoek. Installaties die in ontmanteling zijn maken het voorwerp uit van een aparte 5- jaarlijkse opvolging.
4.1 Bepaling van de doelstellingen en van de werkwijze.
Bij het bestuderen van de algemene veiligheidsthema's (13) werd een antwoord geformuleerd op de volgende vragen:
- wat is de huidige toestand?
- wat kan er redelijkerwijze verwacht worden, rekening houdend met de huidige
wetgeving, de normen en de stand van de techniek? - welke bijkomende acties zijn vereist, rekening houdend met het huidig en het
toekomstig gebruik van de site?
Voor elk van de 24 installaties werden volgende risico's beschouwd:
- brand
- interne explosie
- verlies van confinement door het wegvallen van ventilatie
- overstromingsrisico (o.m. door interne lekken)
- risico op verspreiding van besmetting naar de omgeving
- val van materiaal
- veroudering
- milieu
- exploitatierisico's
- chemische risico's
- kritikaliteit (optreden van ongecontroleerde nucleaire kettingreactie)
- verstikking
- algemeen veiligheidsbeleid & -systemen
Per risico werd telkens nagegaan of het intrinsiek aanwezig is en of er voldoende beveiligingsmaatregelen aanwezig zijn om het risico te beperken.
Op analoge wijze werden de nutsvoorzieningen (7) geëvalueerd waarbij meer specifiek ook aandacht wordt besteed aan de kritische gebruikers van die nutsvoorzieningen.
Voor zowel de algemene thema's, de installaties als de nutsvoorzieningen werden gedetailleerde fiches opgesteld. De inhoud van deze fiche is voor alle onderwerpen
gelijklopend en omvat volgende punten:
- Veiligheidsoverweging
Onder veiligheidsoverweging wordt de link tussen het beschouwde thema en veiligheid geduid.
Voor de installaties wordt de plaats van iedere installatie in het geheel van site 1 geschetst, bekeken vanuit het veiligheidsperspectief. - Toestand voor de evaluatie
In deze paragraaf wordt de huidige toestand geschetst. Voor de installaties en de nutsvoorzieningen wordt in deze paragraaf ook nagegaan of de te onderzoeken risico's intrinsiek aanwezig zijn. - Doelstelling
- Werkwijze/Acties
Onder “Werkwijze/Acties” wordt toegelicht op welke wijze aan de doelstelling werd voldaan. Indien er acties nodig zijn om de doelstelling te bereiken, worden deze acties hier gedefinieerd. - Resultaten van de studies
- Besluit
5. Synthese van de resultaten
Globaal voldoen de installaties en werden beperkte afwijkingen vastgesteld. Bij de evaluatie werd eveneens rekening gehouden met het toekomstig gebruik van de installaties. Zo werden voor een aantal installaties geen belangrijke acties meer voorzien, alhoewel hun toestand in het licht van de huidige normen voor discussie vatbaar is. Het gaat hier om installaties die na verwerking of afvoer van het erin geplaatste afval nog slechts in zeer beperkte mate in aanmerking komen voor het vervullen van de huidige functie of een herbestemming krijgen.
In totaal werden er 36 acties gedefinieerd.
Voor elke gedefinieerde actie werd een prioriteit bepaald.
Prioritaire acties betreffende de algemene veiligheidsthema's zijn:
- Noodplanning: acties werden gedefinieerd met betrekking tot een actualisatie van de interventieplannen en het inventariseren van de brontermen.
- Noodplanning: de ontwikkeling van een beter opvolgsysteem voor de opleiding van de personen die een taak in het noodplan vervullen.
- Ervaringsbeheer: heel wat ervaringsgegevens zijn beschikbaar. Een ruimere analyse van deze gegevens om onderliggende systematische oorzaken op te sporen dringt zich op.
- Externe risico's: nagaan of de veiligheidsafstand (brand) voor alle gebouwen op de site gerespecteerd is.
- Ontmanteling: overzicht maken voor een bedrijfsbrede aanpak van het beheer van relevante installatie- en exploitatiegegevens.
- Ontmanteling: aanpassen van de procedure voor overdracht van uitbating naar standby in afwachting van ontmanteling.
Prioritaire acties betreffende de installaties voor opslag en verwerking van radioactief afval:
- Optimalisatie van de graad van ventilatie in functie van de luchtvochtigheid en de mogelijke waterstofconcentraties aan de hand van metingen (gebouw 150X). Deze actie is afgesloten (status midden 2010).
- Opstellen van een programma voor de periodieke opvolging van getuigenvaten (gebouw 151X).
- Evaluatie en opvolging van de radonconcentraties in de opslagplaats (151X).
- Opstellen preventief onderhouds- en controleprogramma voor het operationeel houden van de veiligheidsgebonden uitrustingen (gebouwen 105X, 122X en 121X).
Prioritaire acties betreffende de nutsvoorzieningen:
- Opstellen van onderhouds- en inspectieprogramma voor de ondergrondse schouwgangen.
- Evaluatie van het luchtbemonsteringssysteem in de centrale schouw.
- Evaluatie van de noodzaak tot het plaatsen van een branddetectiesysteem in het stoomlokaal. Deze actie is afgesloten (status midden 2010).
- Onderzoek of een back-up van de watervoorziening door grondwaterpompen noodzakelijk is, en indien zo bepalen hoeveel pompen in dienst moeten blijven. Deze actie is afgesloten (status midden 2010).
- Opstellen van een overzicht van de in gebruik zijnde leidingen, hun fysische toestand en nagaan of het bestaande toezichts- en inspectieprogramma voor de boven- en ondergrondse leidingen adequaat is.
- Inventariseren en evalueren van de bestaande alarmen op site 1 en vervolgens een periodiek testprogramma voor de alarmen opstellen.
Midden 2010 zijn reeds 6 acties officieel afgesloten in samenspraak met Bel-V. Op korte termijn zullen er nog ongeveer 10 acties afgesloten worden; deze zijn grotendeels uitgevoerd maar dienen bijvoorbeeld nog te worden gedocumenteerd of worden nog geëvalueerd. Tegen eind 2011 zouden quasi alle acties afgesloten moeten zijn, op 4 langer lopende acties na.
6. Verdere opvolging
De gedefinieerde acties werden ingepland en worden opgevolgd. De opvolging zal op
regelmatige basis aan de overheid gerapporteerd worden. Midden 2010 werd een formele standvan zaken opgemaakt en werden de gedetailleerde fiches aangevuld met deactuele toestand.
De volgende TJH zal in 2018 bij het FANC worden ingediend.
7. Besluit
Globaal voldoet de situatie van de installaties van en de werking op site 1.Daar waar aanpassingen of verbeteringen nodig geacht werden, werden passende acties gedefinieerd.
Bij een aantal installaties worden geen (grote) acties meer gedefinieerd. Hun huidige toestand wordt voorlopig geaccepteerd totdat het afval dat erin is opgeslagen, verwerkt of afgevoerd wordt. Nadien zullen deze installaties een gepaste herbestemming krijgen, of zullen ze worden ontmanteld.
Het geheel van de uitgevoerde veiligheidsverbeteringen en het continu verbeteringsproces zorgen ervoor dat het veiligheidsniveau van de installatie voldoende hoog is om een veilige uitbating tot minstens de volgende TJH te waarborgen, zodoende de bevolking, werknemers en het leefmilieu te beschermen tegen het gevaar van de ioniserende straling.
| Laatste update |
|---|
| 23/12/2010 - 10:00 |


Terug naar boven





