2e vergadering van de verdragsluitende partijen van het Verdrag over de Nucleaire Veiligheid
Nucleaire Veiligheid - 2e vergadering van de verdragsluitende partijen van het Verdrag over de Nucleaire Veiligheid
De 2e vergadering van de verdragsluitende partijen werd gehouden op het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) te Wenen van 15 tot 26 april 2002. Het hoofddoel van het verdrag is om op wereldschaal een hoog niveau van veiligheid van de nucleaire installaties te behalen en te behouden. Uit onderzoek van de nationale rapporten heeft men kunnen vaststellen dat er significante vorderingen werden gemaakt. Daarenboven is er een duidelijk engagement van de verdragsluitende partijen op alle belangrijke gebieden inzake de nucleaire veiligheid.
Vandaag maken 54 Staten of organisaties deel uit van het Verdrag; de meeste hiervan zijn Staten die nucleaire installaties exploiteren maar er zijn er ook andere, soms buurlanden van deze eerste, die geen installaties hebben maar die zich betrokken voelen bij de nucleaire veiligheid.
Het Verdrag verplicht de verdragsluitende partijen om de beginselen van de verschillende artikels toe te passen. Deze omvatten alle relevante materies voor de oprichting van een volwaardig nationaal systeem dat geschikt is om een hoog niveau van veiligheid te garanderen. In het bijzonder dienen we hierbij het belang dat aan de volgende principes en elementen wordt gehecht, te onderlijnen:
- Voorrang aan de nucleaire veiligheid bij de exploitatie van kerncentrales;
- Regelmatige en grondige controle van de veiligheid van de installaties;
- Opstellen van een wettelijk kader waarin strikte criteria worden gedefinieerd inzake de aflevering van de vergunningen en de exploitatie van installaties en waarbij de veiligheidsautoriteiten hun reglementaire inspectie- en evaluatieopdrachten onafhankelijk kunnen uitvoeren;
- De veiligheidsautoriteiten voldoende financiële en menselijke middelen verschaffen;
- Een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het nationale systeem doorvoeren. De uiteindelijke verantwoordelijkheid met betrekking tot de veiligheid van de installatie bij de exploitant leggen;
- Rekening houden met de menselijke en organisatorische factoren bij de evaluatie van de veiligheid;
- De blootstelling van de werkers en de bevolking aan ioniserende stralen op een zo laag mogelijk niveau houden;
- Voorbereiden en regelmatig testen van de interventieplannen met het oog op de bescherming van de werkers en de bevolking in geval van incidenten of ongevallen die radiologische gevolgen kunnen hebben.
In de meeste van de Westerse landen, waaronder België, zijn deze principes reeds lang van toepassing. Ze dienen evenwel regelmatig te worden onderzocht in het licht van de vooruitgang op dit gebied (onderzoek en ontwikkeling, nieuwe methodologieën en praktijken).
Het is in die zin dat de verdragsluitende partijen, om de doelstellingen van het verdrag verder te zetten en zoals voorzien in de bepalingen, een nationaal rapport hebben voorbereid waarin zij uiteenzetten hoe zij het verdrag toepassen. Deze rapporten worden onderzocht vóór de vergadering van de verdragsluitende partijen en maken het voorwerp uit van de schriftelijke vragen van de andere verdragsluitende partijen. Tijdens de vergadering stelt elke verdragsluitende partij haar nationaal rapport voor, beantwoordt de schriftelijke vragen en de bemerkingen en de bijkomende vragen die tijdens het debat binnen de groep worden gesteld; dit is de peer review. Dit zeer rijke proces laat enerzijds toe om een zicht te hebben op de toestand van de veiligheid van de installaties van de andere partijen evenals van hun reglementaire voorzieningen en, anderzijds biedt het de mogelijkheid aan de specialisten op dit gebied om, in een internationale context, onderling informatie uit te wisselen, de lessen die uit de ervaringen kunnen worden getrokken en de methodologieën die worden aangewend.
Hoewel de veiligheidsniveaus nog niet dezelfde zijn in alle installaties, kan er worden opgemerkt dat er belangrijke vorderingen worden gemaakt. Zo werden in bepaalde Oost-Europese landen - ingevolge de bewustwording van de overheden en de internationale programma's voor technische en financiële steun - de meeste kritieke situaties opgelost. Daarenboven werden engagementen aangegaan om die centrales te sluiten waarvan het veiligheidsniveau niet voldoende kon worden verbeterd.
Zonder evenwel overdreven optimistisch te worden, kan men zich toch verheugen over de algemene bewustwording inzake het belang van de veiligheid van de nucleaire installaties en van de noodzaak om op dit gebied voldoende technische en financiële middelen ter beschikking te stellen. De gedachte aan openheid en aan transparantie die de debatten hebben gedomineerd, zijn eveneens tekenen van het engagement van de Staten om de doelstellingen van het verdrag te verwezenlijken.
Al kon er duidelijk een vooruitgang worden vastgesteld, toch heeft de vergadering van de verdragsluitende partijen ook de mogelijkheid geboden om de nadruk te leggen op die gebieden die behoefte hebben aan een bijzondere waakzaamheid en op toekomstige ontwikkelingen. De veroudering van de centrales vereist inderdaad dat er een aandachtige opvolging moet worden doorgevoerd van de componenten die hieraan het meest onderhevig zijn, zodat deze op het geschikte moment kunnen worden vervangen. Meer en meer blijkt dat de cultuur inzake veiligheid en het beheer van de organisatie van de veiligheid belangrijke elementen zijn waarmee nog meer rekening moet worden gehouden binnen het volledige systeem inzake preventie en bescherming tegen ongevallen in de installaties. De menselijke en organisatorische aspecten verdienen een meer doorgedreven aanpak, in de mate waarin ze met name de betrouwbaarheid van het veiligheidssysteem beïnvloeden. In verschillende staten tenslotte, met name deze waarin het nucleaire aan het afnemen is of daar waar men van plan is van het nucleaire af te stappen, dient de deskundigheid van de exploitant én deze van de veiligheidsautoriteiten te worden gehandhaafd. Daartoe moet er op dit gebied op zijn minst een kwaliteitsonderricht worden behouden en dient er voldoende actief onderzoek te worden verricht.
Het Belgisch nationaal rapport heeft de interesse opgewekt en heeft het voorwerp uitgemaakt van verschillende uitwisselingen. De recente herstructurering van de Veiligheidsautoriteiten en de operationele start van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), waardoor het systeem voor technische en reglementaire controle van de Belgische installaties wordt aangevuld en versterkt, werd uiteengezet. Het systeem bestaande uit de controle van de veiligheid op drie niveaus, - door de exploitant, - door het erkende controleorganisme (AVN), - door het FANC, garandeert op zich een gezonde redundantie van de controles en een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden. De overgang van de oude structuur van de veiligheidsautoriteiten naar de nieuwe werd zodoende geconcipieerd dat de continuïteit wordt verzekerd en de kwaliteit van de technische controles reglementair is.
Het rapport met betrekking tot de Belgische presentatie (beschikbaar in Engelse versie) vermeldt de hoofdpunten van de debatten en verzoekt België om op de volgende vergadering informatie te verstrekken betreffende de effectieve oprichting van de nieuwe organisatie van de veiligheidsautoriteiten.
We herinneren er eveneens aan dat België wordt beschouwd als een deel van de groep van Staten waarvan de nucleaire installaties op dit ogenblik behoren tot het beste veiligheidsniveau.
Bijkomende informatie (Engelse versie):
- Belgisch nationaal rapport

- Schriftelijke antwoorden op vragen betreffende het Belgisch Nationaal Rapport

- Rapport betreffende de Belgische presentatie;
- Verdrag over de Nucleaire Veiligheid - syntheseverslag van de verdragsluitende partijen;
- Persbericht van het IAEA
Contactpersoon: Yvan Pouleur, Tel. +32 (0)2 289 20 61/21 11



