1994 wet - artikel 30 bis/1 : bedragen van de jaarlijkse heffingen
Hoofdstuk V. Middelen, begroting, rekeningen
Artikel 30bis/3
§ 1. Een aanvullende heffing wordt voor het begrotingsjaar 2012 ten bate van het Agentschap geheven ten laste van de houders van vergunningen en erkenningen. De bedragen van deze aanvullende heffing, worden als volgt vastgesteld:
| Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten | Jaar 2012 |
|---|---|
| REACTOREN | |
| Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen | 331 |
| Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt | 647 |
| Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt | 3312 |
| Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie | 38.798 |
| Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt | 1656 |
| Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt | 323 |
| INRICHTINGEN VAN KLASSE I | |
| Inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren | 3312 |
| Ontmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren | 1656 |
§ 2. De aanvullende heffingen bedoeld in § 1 zijn verschuldigd door elke inrichting die op 1 april van het begrotingsjaar 2012 vergund is, voor elke handeling die op 1 april 2012 het voorwerp uitmaakt van een vergunning waarvan de geldigheidstermijn minstens nog tot 31 december 2012 loopt en voor elke persoon of inrichting die op 1 april 2012 is erkend of geregistreerd voor een periode die minstens nog tot 31 december 2012 loopt.
§ 3. Er wordt voor het begrotingsjaar 2012 een bijkomende heffing ten bate van het Agentschap geheven ten laste van het Studiecentrum voor Kernenergie. Het bedrag van deze bijkomende heffing die wordt geheven onverminderd de bedragen die deze exploitant verschuldigd is overeenkomstig artikel 30bis /1, 30bis/2 of 30bis/3, § 1, wordt als volgt vastgesteld:
| Instelling | Project | Jaar 2012 |
|---|---|---|
| Studiecentrum voor Kernenergie | Myrrha | 691.152 |
Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren gedurende het begrotingsjaar 2012 in het kader van het in het eerste lid vernoemde project Myrrha voor het Studiecentrum voor Kernenergie. Zodra de Koning overeenkomstig artikel 16, § 2, de vergunning bevestigt die werd verleend aan het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde voor de inrichting die het voorwerp uitmaakt van dit project, is de in deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde is het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en wordt ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van de inwerkingtreding van de bevestiging.
§ 4. In de loop van het tweede begrotingskwartaal van het begrotingsjaar 2012 verstuurt het Agentschap een betalingsverzoek aan de heffingsplichtigen bedoeld in §§ 1 en 3. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer van het Agentschap. Voor de heffingen die niet zijn betaald voor het einde van de maand volgend op de maand waarin het betalingsverzoek werd verstuurd zendt het Agentschap een aanmaning per aangetekende brief. Indien aan deze aanmaning geen gevolg wordt gegeven binnen een periode van 14 kalenderdagen na ontvangst, wordt de heffing ambtshalve met 25 % verhoogd.
Art. 30bis/1
§ 1. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van houders van vergunningen en erkenningen en geregistreerden, worden als volgt vastgesteld :
| Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten | Jaar 2009 | Jaar 2010 | Jaar 2011 | Jaar 2012 | Jaar 2013 | Bedrag van toepassing vanaf het heffingsjaar 2014 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen | 2.561 | 2.612 | 2.664 | 2.717 | 2.772 | 2.827 |
| Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt | 5.000 | 5.100 | 5.202 | 5.306 | 5.412 | 5.520 |
| Inrichtingen van klasse 1, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren | 25.605 | 26.117 | 26.640 | 27.172 | 27.716 | 28.270 |
| Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt | 25.605 | 26.117 | 26.640 | 27.172 | 27.716 | 28.270 |
| Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie | 300.000 | 306.000 | 312.120 | 318.362 | 324.730 | 331.224 |
| Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een vermogen groter dan 5 megawatt | 12.803 | 13.059 | 13.320 | 13.586 | 13.858 | 14.135 |
| Ontmanteling van inrichtingen van klasse 1, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren | 12.803 | 13.059 | 13.320 | 13.586 | 13.858 | 14.135 |
| Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een vermogen van maximaal 5 megawatt | 2.500 | 2.550 | 2.601 | 2.653 | 2.706 | 2.760 |
| Inrichtingen voor het winnen en de conditionering van isotopen uit bestraalde splijtstof, voor zover zij niet onder klasse 1 vallen | 10.000 | 10.200 | 10.404 | 10.612 | 10.824 | 11.041 |
| Ontmanteling van de inrichtingen voor het winnen en de conditionering van isotopen uit bestraalde splijtstof, voor zover zij niet onder klasse 1 vallen | 5.000 | 5.100 | 5.202 | 5.306 | 5.412 | 5.520 |
| Inrichtingen met een of meerdere deeltjesversnellers met uitzondering van versnellers voor de rechtstreekse behandeling van patiënten | 5.000 | 5.100 | 5.202 | 5.306 | 5.412 | 5.520 |
| Ontmanteling van inrichtingen met een of meerdere deeltjesversnellers met uitzondering van versnellers voor de rechtstreekse behandeling van patiënten | 2.500 | 2.550 | 2.601 | 2.653 | 2.706 | 2.760 |
| Inrichting met een vergunde activiteit van hoger dan 1000 TBq | 5.000 | 5.100 | 5.202 | 5.306 | 5.412 | 5.520 |
| Ontmanteling van een inrichting met een vergunde activiteit van hoger dan 1000 TBq | 2.500 | 2.550 | 2.601 | 2.653 | 2.706 | 2.760 |
| Inrichting van klasse 2 bestaande uit één of meerdere deeltjesversnellers voor de rechtstreekse bestraling van patiënten | 1.600 | 1.632 | 1.665 | 1.698 | 1.732 | 1.767 |
| Inrichtingen van klasse 2, andere dan deze bestaande uit één of meerdere deeltjesversnellers voor de rechtstreekse bestraling van patiënten | 1.600 | 1.632 | 1.665 | 1.698 | 1.732 | 1.767 |
| Inrichtingen van klasse 3 bestaande uit een of meerdere RX-toestellen | 94 | 96 | 98 | 100 | 102 | 104 |
| Inrichtingen van klasse 3, andere dan inrichtingen met een of meerdere RX-toestellen | 189 | 193 | 196 | 200 | 204 | 208 |
| Beroepsactiviteiten waarbij natuurlijke stralingsbronnen aangewend worden en die door het Agentschap vergund zijn | 604 | 653 | 666 | 679 | 693 | 707 |
| Gebruik, buiten een vergunde inrichting, van bronnen van ioniserende stralingen die geen radioactieve stoffen bevatten | 200 | 204 | 208 | 212 | 216 | 221 |
| Geregistreerde invoerders die enkel radioactieve stoffen invoeren bestemd voor eigen gebruik | 480 | 490 | 499 | 509 | 520 | 530 |
| Geregistreerde invoerders die radioactieve stoffen invoeren bestemd voor verdere verdeling | 960 | 979 | 999 | 1.019 | 1.039 | 1.060 |
| Vervoerders van radioactieve stoffen, houders van één of meerdere algemene vervoersvergunningen (het specifieke vervoer van ontmantelde bliksemafleiders uitgezonderd) | 1.920 | 1.959 | 1.998 | 2.038 | 2.079 | 2.120 |
| Vervoerders van radioactieve stoffen, voor elke speciale vervoervergunning | 1.280 | 1.306 | 1.332 | 1.359 | 1.386 | 1.414 |
| Houders van een vergunning voor het in de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor in vivo gebruik of voor therapie in de geneeskunde of diergeneeskunde | 3.201 | 3.265 | 3.330 | 3.397 | 3.464 | 3.534 |
| Houders van een vergunning voor het in de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor in vitro gebruik in de geneeskunde of de diergeneeskunde | 1.067 | 1.088 | 1.110 | 1.132 | 1.155 | 1.178 |
| Voertuigen en vaartuigen met kernaandrijving | 32.007 | 32.647 | 33.300 | 33.966 | 34.645 | 35.338 |
§ 2. De heffingen bedoeld in § 1 zijn verschuldigd door elke inrichting die op 1 januari van het begrotingsjaar vergund is, voor elke handeling die op 1 januari van dit jaar het voorwerp uitmaakt van een vergunning met een geldigheidstermijn van één jaar of meer en voor elke persoon of inrichting die op 1 januari van dit jaar is erkend of geregistreerd voor een periode van één jaar of meer.
§ 3. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van de Nationale instelling voor radioactief afval en verrijktesplijtstoffen (NIRAS), worden als volgt vastgesteld :
Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren vóór het indienen van een vergunningsaanvraag in opdracht van NIRAS.
Zodra NIRAS of diens gemachtigde een vergunning ontvangt, is de in deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Ze zijn het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en worden ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van het uitreiken van de vergunning.
De Koning kan, eens de vergunning is uitgereikt, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad en te bekrachtigen bij wet binnen het jaar, bepalen dat een nieuw type vergunde inrichting, zijnde een bergingsinstallatie voor radioactief afval, wordt bijgevoegd aan artikel 30bis/1, § 1 met een jaarlijkse heffing te bepalen in datzelfde besluit.
§ 4. Om geheel of gedeeltelijk de bestuurs-, werkings-, studie- en investeringskosten te dekken, voortvloeiend uit het noodplan voor nucleaire risico's, wordt ten bate van het Agentschap en de Staat een jaarlijkse heffing vastgesteld van 500 euro per megawatt netto elektrisch geïnstalleerd vermogen, ten laste van de exploitanten van vergunde kernreactoren die bestemd zijn voor de productie van elektrische energie.
Deze heffing ten bate van het Agentschap en de Staat wordt gestort op het fonds voor de risico's van nucleaire ongevallen, FOD Binnenlandse Zaken, Koningsstraat 64-66, 1000 Brussel.
§ 5. In de loop van het eerste kwartaal van ieder begrotingsjaar verstuurt het Agentschap een betalingsverzoek aan de heffingsplichtigen bedoeld in de §§ 1 en 3. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffi ng. Het jaarlijks te betalen bedrag van de heffi ng moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer van het Agentschap.
Voor de heffi ngen die niet zijn betaald voor het einde van de maand volgend op de maand waarin het betalingsverzoek werd verstuurd zendt het Agentschap een aanmaning per aangetekende brief. Indien aan deze aanmaning geen gevolg wordt gegeven binnen een periode van 14 kalenderdagen na ontvangst, wordt de heffing ambtshalve met 25 % verhoogd.
Voor de heffi ng voorzien in § 4 verstuurt de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken een betalingsverzoek aan de heffingsplichtige. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het jaarlijks te betalen bedrag van de heffi ng moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer.
Art. 30ter
§ 1. Voor de jaren 2001 tot 2006 worden de betalingsbevelen, die het Agentschap en het Fonds voor de risico's van nucleaire ongevallen in deze periode aan elke heffingsplichtige hebben gericht op basis van het koninklijk besluit van 24 augustus 2001 tot bepaling van de bedragen en de betalingswijze van de retributies geheven met toepassing van de reglementering betreffende de ioniserende stralingen, geacht betalingsbevelen te zijn in de zin van deze wet.
§ 2. Een vrijstelling van heffing, bedoeld in deze wet, wordt verleend aan de heffingsplichtigen die voor de jaren 2001 tot 2006 een jaarlijkse retributie hebben betaald op basis van het koninklijk besluit van 24 augustus 2001 tot bepaling van de bedragen en de betalingswijze van de retributies geheven met toepassing van de reglementering betreffende de ioniserende stralingen.
Art. 30 ter werd ingevoegd bij art. 4 W. 15 mei 2007 (B.S., 8 juni 2007), met ingang van 1 september 2001 en treedt buiten werking op 1 januari 2009 (art. 6, § 1).
| Laatste update |
|---|
| 03/05/2012 - 08:46 |




