NL : FR
 RSS
Arrow Sitemap

Onze missie 

' Het FANC bevordert de doeltreffende bescherming van de bevolking, werknemers
en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende straling '.

RADON

10 jaarlijkse herziening - Belgoprocess site 2

Index

  1. Inleiding
  2. Reglementaire context
  3. Belgoprocess site 2
  4. Werkwijze
    1. Bepaling van de doelstellingen en van de werkwijze
  5. Synthese van de resultaten
  6. Verdere opvolging
  7. Besluit

Het FANC publiceert de samenvatting van de tienjaarlijkse herziening van
Belgoprocess site 2. Belgoprocess, gelegen te Dessel, is gespecialiseerd in de behandeling en conditionering van radioactief afval.

1. Inleiding


Belgoprocess - Site 2 Dit document is de beknopte samenvatting van de tienjaarlijkse herziening van site 2 van Belgoprocess. Dit document heeft als doel om op heldere wijze de reglementaire context, de doelstelling, de werkwijze en de resultaten van de tienjaarlijkse herziening samen te vatten.

 Terug naar boven

2. Reglementaire context


Belgoprocess N.V. dient als nucleaire exploitant te beschikken over de nodige vergunningen om installaties uit te baten. Zo beschikt Belgoprocess over een vergunning waarmee de installaties op site 2 (gelegen in de gemeente Mol) worden uitgebaat. Aan deze vergunning werd de voorwaarde gekoppeld dat Belgoprocess samen met zijn erkende instelling tenminste om de tien jaar de veiligheid van de installaties op site 2 dient te evalueren. Deze veiligheidsevaluatie wordt de tienjaarlijkse herziening (TJH) genoemd.

De doelstellingen van een tienjaarlijkse herziening zijn:

  • Nagaan of de installatie ten minste hetzelfde of een hoger veiligheidsniveau vergeleken met de beginsituatie of de vorige TJH heeft
  • Aantonen dat de huidige voorzieningen voldoende zijn om een uitbating voor de volgende periode van 10 jaar te verzekeren in veilige omstandigheden
  • Aantonen dat de installaties in overeenstemming zijn met de gangbare nationale en internationale praktijken.

 Terug naar boven

3. Belgoprocess site 2


Verwerkingscel gebouw 280 XSite 2, gelegen in de gemeente Mol en ca. 12 ha groot, werd overgenomen van het SCK•CEN (Studiecentrum voor Kernenergie) in 1989. Het was de vroegere afvalbehandelingsafdeling van het SCK. Deze site is de afgelopen 17 jaar grondig gesaneerd. De belangrijke afvalvoorraden aanwezig begin 1989 werden stelselmatig afgebouwd. Een aantal nieuwe installaties ter vervanging van oude installaties werden opgericht op site 1. De oude niet meer gebruikte installaties werden gradueel ontmanteld. Hiervoor werd in 2006 een ontmantelingsvergunning bekomen. Een belangrijk investeringsprogramma werd doorgevoerd om het algemeen veiligheidsniveau te verbeteren, alsook om de verwerking van specifieke afvalloten mogelijk te maken in optimale veiligheidsvoorwaarden.

De belangrijkste installaties op site 2 zijn:

    Manipulatoren gebouw 280 X
  • Stelconhall (270E): een opslagloods voor de tijdelijke opslag van niet geconditioneerd vast laagactief afval (bouwjaar 1990).
  • Solarium (270G): een begin jaren '90 overdekt opslagterrein voor middelactief vast afval in betoncontainers.
  • Frisomatloodsen (270L, 270M) voor de opslag van Radiumhoudend niet geconditioneerd afval en tijdelijke opslag van laagactief geconditioneerd afval. Destijds waren deze opslagloodsen gebouwd voor de opslag van geconditioneerd afval tussen 2 zeebergingscampagnes (tot 1982).
  • Alfakamer (236C): actueel een verwerkingsinstallatie voor Radiumhoudende afvalstoffen, destijds een verwerkings- en conditioneringsinstallatie voor alfahoudende afvalstoffen (tot 1987).
  • Gebouw 280X: een nieuw opgericht gebouw voor de verwerking van het historisch middelactief afval opgeslagen in de zogenaamde HRA-putten (270H) en het Solarium (270G).
Klaarbekken Site 2
  • Meerdere waterbehandelingsinstallaties voor de ontvangst, opslag en behandeling van radioactieve afvalwaters.
    Hiertoe behoren de ‘Koude' waterbehandeling (233X, voor zeer laagactieve vloeistoffen), de ‘Nieuwe' waterbehandeling (234A, voor laagactieve vloeistoffen), de bitumineringsinstallatie voor laagradioactief slib (mummie; 234H) alsook de nabehandelingsinfrastructuur met het oog op de lozing van de gezuiverde afvalwaters (240X).
    Verwerkingscel gebouw 280 X
  • Een pyrolyse-eenheid voor alfabesmette organische vloeistoffen (260B).
  • Installaties ter ondersteuning van de ontmantelingsactiviteiten:
    • een versnijdingscel (250E)
    • een betonbemonsteringsinstallatie (238V)voor de vrijgave van betonpuin. Na vrijgave kan het betonpuin uit het nucleair afvalcircuit genomen worden en herbruikt worden als secundaire grondstof, bv. in de wegenbouw.
    • een abrasieve straalinstallatie (260N); voornamelijk voor de decontaminatie van leeggemaakte betoncontainers afkomstig van het Solarium (270G)
    • een verwerkingsruimte voor buiten gebruik gestelde maritieme containers (234A).
  • Een wasserij voor mogelijks radioactief besmette kledij (236D).

 Terug naar boven

4. Werkwijze


Bij de evaluatie werd er een onderscheid gemaakt tussen algemene veiligheidsthema's die gemeenschappelijk zijn voor alle installaties, de installaties op zich en de nutsvoorzieningen.
Bij de algemene veiligheidsthema's werden 12 onderwerpen gedefinieerd, gaande van de vereiste personeelsmiddelen voor de uitbating, over noodplanning, stralingsbescherming, brandveiligheid tot externe risico's.

Bij het evalueren van de installaties werden alle installaties van site 2 onderworpen aan een gedetailleerd onderzoek. Dit met uitzondering van de installaties waarvoor een vergunningsaanvraag voor ontmanteling werd ingediend. Installaties die in ontmanteling zijn maken het voorwerp uit van een aparte 5-jaarlijkse opvolging.

 Terug naar boven

4.1 Bepaling van de doelstellingen en van de werkwijze


Bij het bestuderen van de algemene veiligheidsthema's (12) werd een antwoord geformuleerd op de volgende vragen:

  • wat is de huidige toestand ?
  • wat kan er redelijkerwijze verwacht worden, rekening houdend met de huidige wetgeving, de normen en de stand van de techniek ?
  • welke bijkomende acties zijn vereist, rekening houdend met het huidig en het toekomstig gebruik van de site ?

Voor elk van de installaties (21) werden volgende risico's beschouwd:

  • brand
  • interne explosie
  • verlies van onderdruk door het wegvallen van ventilatie
  • overstromingsrisico (o.m. door interne lekken)
  • risico op verspreiding van besmetting naar de omgeving
  • val van materiaal
  • veroudering
  • omgeving en milieu
  • uitbatingsrisico's
  • chemische risico's

Per risico werd telkens nagegaan of het intrinsiek aanwezig is en of er voldoende beveiligingsmaatregelen aanwezig zijn om het risico te beperken.

Op analoge wijze werden de nutsvoorzieningen (6) geëvalueerd en werd er rekening gehouden met kritische gebruikers. Dit zijn installaties waarvoor de beschikbaarheid van een nutsvoorziening (bv. perslucht) belangrijk is vanuit veiligheidsoogpunt.

Voor zowel de algemene thema's, de installaties als de nutsvoorzieningen werd een gedetailleerde fiche opgesteld. Deze inhoud van deze fiche is voor alle onderwerpen gelijklopend en omvat volgende punten:

  • Veiligheidsoverweging
    Onder veiligheidsoverweging wordt de link tussen het beschouwde thema en het begrip “Veiligheid” geduid.
    Voor de “installaties” wordt de rol van iedere installatie in het geheel van site 2 toegelicht vanuit veiligheidsoogpunt.
  • Toestand voor de evaluatie
    De huidige toestand wordt geschetst. Indien er bij de vorige 10-jaarlijkse herziening opmerkingen waren bij het betreffende thema, wordt de actuele situatie toegelicht.
    De belangrijkste wijzigingen sinds de vorige 10-jaarlijkse herziening worden eveneens opgenomen.
  • Doelstelling
  • Werkwijze/Acties
    Onder “Werkwijze/Acties” wordt toegelicht op welke wijze aan de doelstelling werd voldaan. Indien er acties nodig zijn om de doelstelling te bereiken, worden deze acties gedefinieerd.
  • Resultaten van de studies
  • Besluit

 Terug naar boven

5. Synthese van de resultaten


De meeste installaties beantwoorden aan de gestelde eisen.
Bij de evaluatie werd eveneens rekening gehouden met het toekomstig gebruik van de installaties. Zo werden voor een aantal installaties geen belangrijke acties meer voorzien, alhoewel hun toestand in het licht van de huidige normen voor verbetering vatbaar is. Het gaat hier om installaties die na verwerking of afvoer van het erin geplaatste afval niet meer voor de huidige functie in aanmerking komen en deze installaties zullen dan ook gradueel buiten dienst gesteld worden.
In totaal werden er een 40-tal acties of aandachtspunten gedefinieerd.

Volgende acties of aandachtspunten werden als prioritair weerhouden:
Betreffende de installaties voor opslag van radioactief afval:

  • Vastleggen en uitvoeren van het afvoerprogramma voor bestaand afval in de Stelconhal
  • Evaluatie omtrent de verdere exploitatie van de Stelconhal en in functie daarvan een herevaluatie van de veiligheidsaspecten van de loods
  • Beslissing omtrent de wijze van behandeling van het NaK-afval bij afvoer naar de verwerkingsinstallatie

Betreffende de installaties voor behandeling van radioactief afvalwater:

  • Evaluatie van de brandveiligheid van de Mummie-installatie
  • HAZOP-analyse van de Mummie-installatie. Deze actie is afgesloten (status midden 2010).
  • In kaart brengen van de huidige toestand van het ondergronds afvalwater leidingennet
  • Evaluatie naar de mogelijke overdekking of buiten gebruik stellen van de openluchtkuipen voor afvalwaters. Deze actie is afgesloten (status midden 2010).

Betreffende de nutsvoorzieningen:

  • Evalueren van brandcompartimentering van het stoomlokaal. Deze actie is afgesloten (status midden 2010).
  • Selectiviteit van het elektrische verdeelnet bepalen en uitwerken
  • Opstellen van een algemene beschrijving en werking van het elektrisch verdeelnet met inbegrip van geactualiseerde elektrische schema's
  • Vernieuwen van de alarmverwerkingscentrale
  • Opstellen van een aangepast controleprogramma van de alarmen

Midden 2010 zijn reeds 14 acties officieel afgesloten in samenspraak met Bel-V. Eind 2011 zouden, op één langer lopende actie na, alle acties afgerond moeten zijn.

 Terug naar boven

6. Verdere opvolging


De TJH werd midden 2006 ingediend bij het FANC.
De gedefinieerde acties worden ingepland en opgevolgd. De opvolging zal aan de overheid gerapporteerd worden. Midden 2010 werd een stand van zaken opgemaakt en werden de gedetailleerde fiches aangevuld met de actuele toestand.
Dit zal in juni 2012 worden herhaald.
De volgende TJH zal in 2016 bij het FANC worden ingediend.

 Terug naar boven

7. Besluit


Globaal voldoen de situatie en de installaties op site 2 aan de actuele veiligheidsvereisten. Er is duidelijk een grote vooruitgang op veiligheidsgebied vastgesteld tegenover de toestand van 10 jaar geleden. Daar waar tekortkomingen werden vastgesteld, werden acties gedefinieerd.

Bij een aantal installaties worden geen acties meer gedefinieerd. Hun huidige toestand is aanvaardbaar totdat het afval, dat erin is opgeslagen, verwerkt of afgevoerd wordt, waarna deze installaties buiten gebruik gesteld worden .

De gedefinieerde acties zullen volgens de afgesproken planning uitgevoerd worden. In juni 2009 zal de vordering ervan aan de overheid gerapporteerd worden.

Het geheel van de uitgevoerde en geplande veiligheidsverbeteringen en het continu verbeteringsproces zorgen ervoor dat het veiligheidsniveau van de installatie voldoende hoog is om een veilige uitbating tot minstens de volgende TJH te waarborgen en zodoende de bevolking, werknemers en het leefmilieu te beschermen tegen het gevaar van ioniserende stralingen.

 Terug naar boven


* HAZOP :HAZards and OPerability analysis, een analyse techniek om de verschillende risico's verbonden aan een installatie op een gestructureerde wijze te kunnen bepalen.

 



Laatste update
23/12/2010 - 10:05


Contact

 
 
 

INES

 


 printvriendelijk  Home

Copyright 2013 © - Wettelijke vermeldingen