Radiologisch toezicht op het grondgebied: de laatste meetresultaten (tot 18 april) van het FANC tonen aan dat er nog steeds geen gevaar is voor de Belgische bevolking
De laatste meetresultaten (tot 18 april) die onder de verantwoordelijkheid van het FANC werden uitgevoerd, tonen aan dat de gedetecteerde waarden met een factor 6 tot 10 sinds begin april zijn afgenomen en dat ze op dit ogenblik rond de detectielimieten schommelen. Dit versterkt nog onze overtuiging dat er geen gevaar is voor de Belgische bevolking.
Ter herinnering: Het FANC heeft beslist om vanaf 21 maart de radioactiviteitsniveaus in de stofdeeltjes in de lucht en het water te meten met de installaties van zijn routineprogramma voor het radiologisch toezicht op het grondgebied. De controle-installaties zijn de volgende:
- Stofdeeltjes in de lucht (door aspiratie): Koksijde, Mol (de site van het SCK•CEN), Doel (dichtbij de site van de kerncentrale), Ampsin (dichtbij de site van de kerncentrale van Tihange), Fleurus (op de site van het IRE-MDS Nordion), Lixhe en Brussel (hoogte 100);
- Bodemneerslag (van stofdeeltjes, aërosols en de regen): Mol (de site van het SCK•CEN), Doel (dichtbij de site van de kerncentrale), Ampsin (dichtbij de site van de kerncentrale van Tihange), Fleurus (op de site van het IRE-MDS Nordion), Heer-Agimont, Lixhe en Brussel (hoogte 100);
- Grasstalen;
- Actieve koolfilters (houden beter jodium vast) in Mol (site van het SCK•CEN) en Meldert (ongeveer 25 km van Mol).
Resultaten: Alle tot nu verkregen gegevens voor de in België uitgevoerde langetermijnmetingen op afgenomen stalen worden in een tabel voorgesteld die via deze link beschikbaar is.
Deze tabel vermeldt ook de maximaal toegestane concentraties voor de uitstoot van gasvormig radioactief afval, concentraties die bij een gedurende 1 jaar continu blootgestelde gemiddelde volwassen persoon een bevolkingsdosis zou induceren van 1 mSv (cf. Algemeen reglement ter bescherming van de bevolking en de werknemers tegen ioniserende stralingen - ARBIS, bijlage III, tabel H2 - maximale concentratie I-131 in de uitstoot van gasvormig radioactief afval).
De resultaten bevestigen de afwezigheid van significante radioactiviteit, want de gemeten radioactiviteitsconcentraties lagen gewoonlijk rond de detectiegrens. De nieuw uitgevoerde metingen bevestigen deze voorgaande resultaten, evenals de eruit getrokken en reeds eerder gepubliceerde conclusies (update van 13 april 2011).
Samengevat betekent dit:
- Stofdeeltjes in de lucht (CS-137 en I-131):
- Van eind maart tot begin april (tot 6-7 april) zijn licht verhoogde jodiumconcentraties (I-131) geregistreerd die nauwelijks significant zijn: van de grootteorde van 1 mBq/m³. Vervolgens zijn deze concentraties afgenomen en schommelden ze in de periode van 7 tot 11 april rond de 0,3 mBq/m³ en van 11 tot 18 april rond de 0,1 mBq/m³.
- Uit metingen uitgevoerd op actieve koolpatronen (SCK•CEN) die, naast vaste deeltjes, ook jodiumgas vasthouden, blijkt dat de concentratie jodium-131 in de atmosfeer tot 7 april 3 mBq/m³ bedroeg. Vervolgens bleken de gehaltes verder af te nemen en op 11 april schommelden ze rond de 1mBq/m³ en nu liggen deze waarden nog lager: rond de 0,5mBq/m³ op 18 april. Dit bevestigt dat het grootste deel van dit jodium in gasvorm is. Niettemin blijven deze concentraties zeer laag, nemen ze nog steeds af en hebben ze dus geen gevolgen voor de menselijke gezondheid.
- Er werden sporen van CS-134 en Cs-137 gedetecteerd en de gehaltes schommelen rond de detectielimieten.
- Afzetting op het gras (CS-137 en I-131):
- De metingen die zijn uitgevoerd op grasstalen tonen dat de jodiumconcentratie zeer laag is: eind maart ~ 0,3 Bq/m², begin april ~1 Bq/m² en op dit ogenblik blijkt ze af te nemen en te schommelen rond de waarde van de detectielimieten: ~0,3 Bq/m² (18 april).
- Er werden sporen van CS-134 en Cs-137 gedetecteerd en de gehaltes schommelen rond de detectielimieten.
Moeten er bijzondere voorzorgsmaatregelen worden genomen?
Er moeten geen bijzondere voorzorgsmaatregelen worden getroffen want de analyse van de radiologische situatie die de voorgaande dagen werd uitgevoerd, blijft van toepassing. Ter herinnering:
Gezien de lage concentraties I-131 in de lucht en het regenwater en, rekening gehouden met de korte fysieke halfwaardetijd van 8 dagen (tijd waarop 50% van de radioactiviteit verdwijnt), dient de Belgische bevolking geen bijzondere voorzorgsmaatregelen te nemen omdat het radiologisch risico, zelfs bij ingestie, onbeduidend blijft. Tot nu toe is er geen gevaar voor het milieu of de gezondheid vastgesteld, zelfs niet bij langdurige blootstelling want jodium blijft, gezien zijn korte halfwaardetijd, niet in het lichaam. Voor de landbouwzones en het vee dienen geen bijzondere voorzorgsmaatregelen te worden genomen.
Het FANC zet zijn meetcampagne voort in nauwe samenwerking met zijn laboratoria gespecialiseerd in radiologische metingen (SCK•CEN en IRE Elit). Telkens het FANC resultaten ontvangt, zal het deze publiceren.
20 April 2011



