Overslaan en naar de inhoud gaan
FANC - Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle Druk de huidige pagina af

Samen beschermen

Risicozones in België

Het radonrisico in België is niet overal hetzelfde en wordt bepaald door de samenstelling en de structuur van de ondergrond. In de Ardennen, waar het gesteente hard is, schisteus (zoals leisteen), metamorf (onderhevig geweest aan hoge druk en temperatuur) en verweerd (gebroken en vervormd door regenwater en temperatuurschommelingen), komt radon van nature meer voor. In deze zones is de organische bodemlaag ook meestal beperkt, waardoor radonhoudende gesteenten dichter aan de oppervlakte liggen.

De risicozones bevinden zich vooral ten zuiden van Samber en Maas in de arrondissementen Verviers, Luik, Neufchâteau, Dinant en Marche en in Waals-Brabant. De risicozones zijn vastgelegd in het FANC-besluit van 30 november 2015.  In de regio’s Condroz en Fagne-Famenne is het risico meer verspreid afhankelijk van lokale verschijnselen, zoals de aanwezigheid van karst (het uiteenvallen van kalksteen door zuur grondwater, met spleten en holen tot gevolg).

Buiten deze gebieden met verhoogde blootstelling, en vooral ten noorden van de Maas, zijn de bovenste bodemlagen vaak dikker en bestaan ze eerder uit zand, klei en löss. Deze bodem kan het radon, dat dieper in de vaste gesteenten wordt gevormd, beter tegenhouden. Lokale zones met een verhoogd risico (zeer beperkt in oppervlakte) komen hier en daar voor in de valleien en meer algemeen op plaatsen waar de beschermende bodemlagen dun of weg geërodeerd zijn. Dit is het geval in sommige delen van Waals-Brabant en Henegouwen.

Naast de invloed van de ondergrond beïnvloeden ook de constructie-eigenschappen van het gebouw de radonconcentratie binnenshuis. Zo zal een zeer goed geventileerd gebouw met een luchtdichte vloerplaat een lagere radonconcentratie hebben dan een geïsoleerd gebouw zonder ventilatie en zonder degelijke ondervloer, onafhankelijk van de radonconcentratie in de ondergrond.